< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

RB 's-Gravenhage: Effectenlease-overeenkomst. Vordering Dexia (rechtsopvolgster Legio Lease) om gedaagde bij vonnis te veroordelen de eindafrekening en bijkomende kosten te betalen, omdat gedaagde zijn betalingsverplichting uit hoofde van de overeenkomst niet is nagekomen. Dexia betwist dat Legio Lease gedaagde destijds onvoeldoende heeft voorgelicht omtrent de risico's die verbonden zijn aan effectenlease-producten. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat hij onjuist is voorgelicht. Wanprestatie Dexia. Geen causaal verband tussen de wanprestatie en het verlies van de inleg door gedaagde. Toepassing art. 6:101 BW. De kantonrechter ontbindt de overeenkomst voorzover op gedaagde de verplichting rust meer te voldoen dan 25% van de door Dexia gevorderde restschuld.

Uitspraak



RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Sector Kanton – locatie Gouda

hc\Zaaknummer 377354 \ CV EXPL 03-3253

VONNIS in de zaak:

de naamloze vennootschap Dexia Bank Nederland N.V., rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., eveneens handelende onder de handelsnaam Legio en op haar beurt rechtsopvolgster van Legio Lease B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij bij dagvaarding in conventie, verwerende partij in reconventie,

gemachtigde W.C. van Westen-Biever;

tegen :

[Gedaagde partij, eisende partij in reconventie],

wonende te [adres],

gedaagde partij, eisende partij in reconventie,

gemachtigde J.H. Verkaik.

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende stukken:

- dagvaarding + producties;

- conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie + producties;

- conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie + producties;

- conclusie van dupliek in conventie, tevens houdende conclusie van repliek in reconventie;

- conclusie van dupliek in reconventie.

2. Overwegingen

2.1 Tussen partijen - verder te noemen Dexia en [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] - staat, mede gelet op de door partijen overgelegde producties, als niet dan wel onvoldoende weersproken, het volgende vast:

a. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] heeft op of omstreeks 27 april 2000 een zogenoemde "WinstVerDriedubbelaar" effectenlease-overeenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten met Legio Lease B.V. (hierna: Legio Lease). Bank Labouchere N.V. (hierna: Labouchere) is rechtsopvolgster van Legio Lease en Dexia is rechtsopvolgster van Labouchere. Dexia heeft aldus de rechten en verplichtingen van Labouchere uit hoofde van de overeenkomst overgenomen. Op de overeenkomst zijn de in geding gebrachte Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease van Legio Lease van toepassing. De tussen partijen overeengekomen leasesom bedraagt ƒ 10.589,44 te betalen in 36 gelijke maandtermijnen van ƒ 51,02, een bedrag van ƒ 100,-- op of omstreeks de 35e maand en aan het einde een restant van ƒ 8.652,87. De leasesom is in de overeenkomst als volgt gespecificeerd: ƒ 8.752,87 wegens totaal aankoopbedragen van de drie pakketten aandelen ABN-AMRO , Ahold en ING (in de overeenkomst aangeduid als de waarden), en ƒ 1.836, 57 wegens totaal te betalen rente tijdens de looptijd van de lease-overeenkomst. De overeengekomen looptijd van de overeenkomst bedraagt 36 maanden. Er hebben drie aankopen van waarden plaats; de tweede aankoop heeft plaats 12 maanden na de eerste aankoop en de derde aankoop 24 maanden na de eerste aankoop.

b. In artikel 3 onder c van de overeenkomst wordt gesproken over een te betalen restantbedrag van ƒ 8.652,87 . Daarbij is vermeld: "Dit restant kan in principe verrekend worden met de verkoopopbrengst van de waarden.".

c. In de door [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] als productie 1 bij conclusie van antwoord overgelegde brochure is onder meer vermeld op bladzijde 3:

"Na drie jaar kunnen uw aandelen voor u worden verkocht. U ontvangt dan de volledige verkoopopbrengst van uw aandelen, slechts onder aftrek van de aankoopprijs. U krijgt dan niet alleen de koerswinst over uw eerste aandelenpakket uitbetaald, maar diezelfde koerswinst ook over uw tweede én derde pakket. Belastingvrij!"

en op bladzijde 9:

"Doen!

De Legio-Lease WinstVerDriedubbelaar is een uniek concept waarmee u optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden in de wereld van het "Grote Geld ". Een VerDriedubbeling van de winst in slechts 3 jaar tijd behoort ook voor u tot de mogelijkheden. (...)".

d. Op bladzijde 10 van de brochure is de volgende tekst vermeld:

"Let op!

Beleggen bij wie en in welke vorm ook brengt financiële risico’s met zich mee. Dat geldt ook voor beleggen met geleend geld via de WinstVerdriedubbelaar. Beleggen geeft u kans op een hoger, maar ook op een lager dan gemiddeld rendement. Dit risico is voor u.

De waarde van uw belegging kan fluctueren. Naarmate in meer risicovolle beleggingsvormen wordt belegd, zullen de te behalen rendementen onderhevig zijn aan grotere schommelingen en kan dus ook de eindopbrengst meer afwijken van de in het rekenvoorbeeld gehanteerde bedragen.

Wij wijzen u erop, dat de gehanteerde rendementen zijn gebaseerd op rendementen uit het verleden. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

De gepresenteerde bedragen zijn uitsluitend bedoeld als rekenvoorbeeld."

e. Door het verstrijken van de overeengekomen looptijd is de overeenkomst geëindigd. In verband hiermee heeft Dexia aan [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] een eindafrekening verzonden voor een door [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] te betalen totaalbedrag van € 2.291,87. Na deze eindafrekening heeft [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] hierop een bedrag van € 25,-- in mindering betaald, zodat de restantsom € 2.266,87 bedraagt.

2.2 Dexia vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] te veroordelen om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.266,87 wegens hoofdsom, € 82,28 wegens contractuele rente ad 0,96% per maand vanaf 28 april 2003 tot en met 4 september 2003, € 483,14 wegens buitengerechtelijke incassokosten (inclusief BTW), in totaal derhalve € 2.832,29, vermeerderd met de contractuele rente, althans de wettelijke rente over € 2.266,87 vanaf 5 september 2003 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] in de kosten van het geding.

2.3 Dexia legt aan haar vordering ten grondslag dat [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] zijn betalingsverplichting uit hoofde van de overeenkomst niet is nagekomen. Zij stelt dat zij [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] diverse keren heeft aangemaand en dat zij hem bij aangetekende incassobrief van 18 juli 2003 in de gelegenheid heeft gesteld om het verschuldigde bedrag zonder rente en kosten te voldoen. Ook heeft zij [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] telefonisch op zijn betalingsplicht gewezen. Toen dit geen resultaat had heeft zij redelijkerwijs bovengenoemde kosten moeten maken om tot incassering buiten rechte te komen.

Naar aanleiding van het verweer van [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] stelt Dexia dat [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] Legio Lease heeft benaderd met het verzoek om informatie toe te zenden inzake het product WinstVerdriedubbelaar. Dexia betwist dat Legio Lease [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] destijds onvoldoende heeft voorgelicht omtrent de risico's die verbonden zijn aan effectenlease-producten. Dexia stelt dat Legio Lease destijds aan [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] de in dit geding overgelegde brochure met bijbehorend aanmeldingsformulier, de overeenkomst, de algemene voorwaarden en een fiscale opinie ter informatie heeft toegestuurd. Dexia stelt zich op het standpunt dat het [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] op basis van de verstrekte informatie voldoende duidelijk had moeten zijn dat hij met geleend geld belegde, dat de waarde van de belegging kon fluctueren en dat de mogelijkheid van bijbetaling bestond als de waarde van zijn aandelen op de einddatum van de overeenkomst lager zou zijn dan de af te lossen aankoopprijs. Dexia wijst in het bijzonder op de in 2.1 onder d weergegeven waarschuwing in de brochure. Volgens Dexia is [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] in de brochure gewaarschuwd voor een restschuld, alwaar is aangegeven: "Zou de verkoop van de aandelen onverhoopt minder opbrengen dan de aankoopprijs dan zou u het verschil moeten bijbetalen.". Dexia stelt voorts dat het risico van beleggen met geleend geld algemeen bekend is. Zij voegt hieraan toe dat van enige onjuiste mededeling of misleiding geen sprake is. Een bepaalde mate van overdrijving in reclame-uitingen is toelaatbaar, aldus Dexia.

2.4 [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] voert ten verwere aan dat hij telefonisch is benaderd met de mededeling dat hij met een relatief geringe inleg na drie jaar een groot belastingvrij bedrag uitbetaald zou krijgen. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] stelt dat hij herhaaldelijk naar de risico's heeft geïnformeerd en dat hij heeft verzocht om duidelijke en begrijpelijke informatie. Men heeft hem verteld dat er nauwelijks risico’s waren. Hij zou "een dief van zijn portemonnee" zijn als hij niet mee zou doen. Uiteindelijk bleek de transactie een fiasco. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] stelt dat hij er nimmer op had gerekend dat hij een fiks bedrag zou moeten bijbetalen. Hij ging er van uit dat hij in de slechtste situatie alleen zijn inleg zou kunnen verspelen. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] stelt zich op het standpunt dat hij onjuist is voorgelicht.

Als hij tevoren duidelijk op de risico’s zou zijn gewezen, zou hij de transactie onder geen beding zijn aangegaan. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] wijst er op dat de doelgroep van Legio Lease bestond uit mensen die nog nooit zelf belegd hadden en nauwelijks kritisch waren. Volgens [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] is het bij leken op beleggingsgebied niet bekend dat beleggen met geleend geld extra risico’s meebrengt. Legio Lease heeft geen vragen gesteld over zijn financiële gegoedheid. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] verwijst naar het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 november 2003. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] noemt verder de klachtencommissie DSI die heeft geoordeeld dat de bank haar zorgplicht onvoldoende is nagekomen, alsmede de Autoriteit Financiële Markten die een rapport aan Minister Zalm heeft aangeboden, waarin is aangegeven dat de reclame-uitingen onduidelijk en soms zelfs misleidend waren. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] stelt dat hij door de handelwijze van Legio lease financiële schade heeft geleden, zodat een eis in reconventie gerechtvaardigd is. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] vordert op grond van het vorenstaande:

primair, de vordering van Dexia niet ontvankelijk te verklaren;

subsidiair, nu Dexia in haar zorgplicht jegens hem niet heeft voldaan aan essentiële verplichtingen die een goed verkoper betaamt de overeenkomst tussen partijen per ingangsdatum te ontbinden;

meer subsidiair, Dexia tevens in reconventie te veroordelen tot restitutie van alle door [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] ingelegde gelden, zijnde € 833,40, te vermeerderen met de wettelijke rente tot de dag van betaling;

nog meer subsidiair, Dexia te veroordelen in de proceskosten, welke zijn begroot op € 200,--, zijnde salaris gemachtigde;

meest subsidiair, de procedure aan te houden tot er een onherroepelijke uitspraak is gekomen in de procedure 2003/0142 tussen de Stichting Leaseverlies en Dexia welke voor de rechtbank Amsterdam loopt.

2.5 Dexia heeft de vordering in reconventie betwist onder verwijzing naar hetgeen zij in conventie heeft gesteld. Volgens Dexia bevat de brochure voor de gemiddelde belegger voldoende waarschuwingen. Er is niet in strijd gehandeld met een op haar rustende zorgplicht. Zij stelt zich op het standpunt dat de rentetermijnen verschuldigd zijn betaald en dat zij niet gehouden is die als geleden schade aan [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] terug te betalen.

2.6 De kantonrechter overweegt in conventie en in reconventie als volgt.

wanprestatie

2.7 De stelling van [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] waarop hij zijn verweer in conventie en zijn grondslag in reconventie heeft gebaseerd, houdt in, althans zo begrijpt de kantonrechter, dat Legio Lease als rechtsvoorgangster van Dexia (en Labouchere) haar contractuele zorgplicht betreffende het inwinnen van informatie bij en het verstrekken van informatie aan [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] voor en tijdens de overeenkomst heeft geschonden. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] verbindt hieraan de conclusie dat hij niet gehouden is de door Dexia gevorderde restschuld te voldoen en dat hij recht heeft op terugbetaling van de reeds door hem betaalde termijnen. Tezamen komt dit in feite neer op een vordering tot volledige ontbinding van de overeenkomst van partijen.

De kantonrechter gaat er van uit dat [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] doelt op de verplichtingen die ten tijde van het aangaan van de overeenkomst van partijen waren vastgelegd in de artikelen 28 en 33 van de Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999 (hierna: NR).

2.8 Artikel 33 NR luidt, voor zover van belang, als volgt:

"1. Een effecteninstelling verstrekt haar cliënten op passende wijze de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de adequate beoordeling van de door de effecteninstelling aangeboden diensten en de financiële instrumenten waarop de diensten betrekking hebben. Een effecteninstelling verstrekt iedere cliënt (...) tenminste de volgende informatie:

(...)

c. gegevens over de kenmerken van de financiële instrumenten waarop de diensten betrekking hebben, waaronder de aan de financiële instrumenten verbonden specifieke beleggingsrisico's;

(...)".

Uit deze bepaling vloeit, naar het oordeel van de kantonrechter voort, dat bij de aankoop van aandelen in het kader van een effectenlease-overeenkomst andere gegevens nodig zijn voor een adequate beoordeling van deze aangeboden dienst dan wanneer laatstgenoemde genoemde dienst sec, dat wil zeggen niet gekoppeld aan een kredietverlening, wordt aangeboden. Bovendien acht de kantonrechter, aanhakend bij de jurisprudentie inzake misleidende reclame (HR 8 mei 1998, NJ 1998, 888), de deskundigheid van de klant aan wie de gegevens moeten worden verstrekt in het kader van de informatieverplichting van artikel 33 NR een relevan t gegeven. Uit de aard van het in de brochure beschreven product WinstVerdriedubbelaar, dat kort gezegd neerkomt op beleggen met geleend geld, valt reeds op te maken dat de brochure niet is gericht op de gemiddelde belegger die met eigen middelen effecten aankoopt, maar op de consument die juist niet voldoende bemiddeld is om met eigen geld effecten aan te kopen en die daardoor veelal ook geen ervaring heeft met beleggen. Dexia heeft niet betwist dat ook [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] ten tijde van het aangaan van de overeenkomst van partijen geen ervaring had op de beleggingsmarkt. In zijn algemeenheid zal de onervaren belegger voor een adequate beoordeling van het aanbod om aandelen aan te kopen in het kader van een effectenlease-overeenkomst op de hoogte dienen te zijn van het daaraan gekoppelde specifieke beleggingsrisico, hetwelk inhoudt dat de waarde van de aangekochte aandelen aan het einde van de looptijd van de overeenkomst zodanig onvoldoende kan zijn dat hij zijn inleg verliest en daarnaast een restschuld overhoudt. De kantonrechter is van oordeel dat in de aan [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] verstuurde brochure inzake de WinstVerdriedubbelaar, waarin de aankoop van aandelen in drie tranches wordt aangeboden, slechts in zeer versluierde bewoordingen wordt gewezen op het risico dat de waarde van de aandelenpakketten aan het einde van de looptijd lager is dan het ingelegde bedrag. Nergens wordt de klant concreet gewezen op de omvang van mogelijke verliezen. Er wordt weliswaar gewezen op het feit dat beleggen financiële risico’s meebrengt en dat de kans bestaat op een lager dan gemiddeld rendement, maar mede gelet op de toonzetting van de brochure kan niet worden geoordeeld dat daarmee sprake is van een voor de onervaren belegger voldoende duidelijke waarschuwing, nu niet concreet wordt aangegeven dat dit ook kan betekenen dat de cliënt zijn inleg (deels) kan verliezen.

De rekenvoorbeelden in het artikel hebben alle betrekking op situaties waarin een positief rendement wordt behaald, waarbij de nadruk wordt gelegd op een hoge opbrengst en een laag risico. Waar in de brochure melding wordt gemaakt van de mogelijkheid dat de aandelen minder waard zijn geworden en dat wegens een verschil tussen de af te lossen hoofdsom en de verkoopopbrengst zou moeten worden bijbetaald, wordt tevens aangegeven dat de aandelen niet met verlies behoeven te worden verkocht omdat de overeenkomst verlengd kan worden in afwachting van betere tijden. Hiermee wordt tenminste de suggestie gewekt dat in ieder geval de inleg altijd behouden blijft, terwijl op geen enkele wijze duidelijk op de mogelijkheid wordt gewezen dat dit wel eens niet het geval zou kunnen zijn, laat staan dat een restschuld eveneens tot de mogelijkheden behoort. Ook in het bij de brochure behorende aanmeldingsformulier, de overeenkomst en in de fiscale opinie ontbreekt de vermelding van bovenomschreven specifiek beleggingsrisico. Uit het voorgaande volgt reeds dat Legio Lease jegens [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] tekort is geschoten in de nakoming van haar informatieplicht op grond van artikel 33 NR en daarmee in de nakoming van haar verplichting om [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] bij de totstandkoming van de overeenkomst in te lichten over het specifieke beleggingsrisico, verbonden aan de overeenkomst.

2.9 Ingevolge artikel 28 NR wint een effecteninstelling in het belang van haar cli ënten informatie in betreffende hun financiële positie, hun ervaring met beleggingen in financiële instrumenten en hun beleggingsdoelstellingen, voor zover dit redelijkerwijs relevant is bij de uitvoering van de door de effecteninstelling te verrichten diensten. Uit de door Dexia in het geding gebrachte brochure met aanmeldingsformulier, de overeenkomst, de algemene voorwaarden en de fiscale opinie blijkt niet dat over de in artikel 28 NR genoemde punten vragen aan [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] zijn gesteld. Bij het sluiten van de overeenkomst ging [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] echter beleggingsrisico's aan waartegen artikel 28 NR bescherming beoogt te bieden. Artikel 28 NR kon daarom niet feitelijk buiten toepassing worden gelaten bij het aanbod tot het sluiten van de overeenkomst. Het enkele feit dat in de overeenkomst wel bedragen worden vermeld waarvoor, naar [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] uit de overeenkomst had kunnen afleiden, met geleend geld aandelen zouden worden gekocht, maakt dit niet anders, omdat [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] daarmee onvoldoende is gewezen op de risico’s die inherent zijn aan beleggen met gebruik van het onderhavige product WinstVerdriedubbelaar. Ook hieruit volgt derhalve dat Legio Lease in haar zorgverplichting jegens [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] is tekort geschoten.

2.10 Dexia is als rechtsopvolgster van Legio Lease (en Labouchere) aansprakelijk voor de in 2.8 en 2.9 genoemde wanprestatie. Nu [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] er volgens zijn stelling van uit ging dat hij in de slechtste situatie alleen zijn inleg zou verliezen, kan naar het oordeel van de kantonrechter echter geen sprake zijn van een causaal verband tussen de wanprestatie en het verlies van de inleg. Ondanks de aan hem verstrekte gebrekkige informatie wist [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] immers dat hij bij de transactie zijn inleg op het spel zou zetten. Dit betekent dat de in reconventie gevorderde inleg ten bedrage van € 833,40 niet toewijsbaar is. Nu Dexia niet heeft weersproken dat de gestelde schade, bestaande uit de restschuld aan het einde van de looptijd van de overeenkomst, niet zou zijn ingetreden zonder de wanprestatie, staat het causaal verband tussen wanprestatie en die schade vast.

2.11 De kantonrechter zal thans nagaan of de omstandigheden van het onderhavige geval aanleiding geven tot toepassing van het bepaalde in artikel 6:101 BW, op grond waarvan, voor zover hier van belang, de vergoedingsplicht wordt verminderd door de schade over partijen te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, indien de schade mede een gevolg is van omstandigheden die aan [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] kunnen worden toegerekend. Dit laatste doet zich hier voor.

2.12 De volgende omstandigheden hebben aan de zijde van [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] tot de schade bijgedragen. [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] heeft in de brochure, in het bijzonder de in 2.1 onder d weergegeven tekst, kunnen lezen dat beleggen in welke vorm ook financiële risico's meebrengt. Als een aan [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] toe te rekenen omstandigheid die tot de schade heeft bijgedragen, wordt aangemerkt dat [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] voordat hij de overeenkomst ondertekende, anders dan van hem als onervaren belegger mocht worden verlangd, genoegen heeft genomen met de mededeling dat er nauwelijks risico's waren en dat hij niet de juistheid heeft onderzocht van zijn veronderstelling dat hij bij het einde van de looptijd van de overeenkomst nimmer een restschuld zou kunnen overhouden.

2.13 De mate waarin voornoemde aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, waardeert de kantonrechter op 25% voor [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie].

2.14 Het vorenstaande leidt ertoe dat in conventie de overeenkomst tussen partijen wordt ontbonden voor zover op [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] een verplichting rust om aan het einde van de looptijd van de overeenkomst van partijen meer te voldoen dan 25% van de gevorderde restschuld ten bedrage van € 2.266,87. In conventie is derhalve aan hoofdsom toewijsbaar een bedrag van € 566,72, vermeerderd met de contractuele rente daarover van 0,96% per maand vanaf 5 september 2003.

2.15 Nu uit punt 26 van de conclusie van repliek onweersproken blijkt van de in het rapport Voor-werk II bedoelde combinatie van (een) aanmaning(en) en het doen van (een) schikkingsvoorstel(len) of het daadwerkelijk voeren van schikkingsonderhandelingen zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen overeenkomstig de redelijk geachte normering van voornoemd rapport tot een bedrag van € 161,84, inclusief BTW.

2.16 Uit het vorenstaande vloeit voort dat de kantonrechter niet toekomt aan het door [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] gedane verzoek om aanhouding van de procedure.

2.17 Nu partijen over en weer op enig punt in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten in conventie en in reconventie worden gecompenseerd zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

Ontbindt de overeenkomst van partijen voor zover op [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] een verplichting rust om aan het einde van de looptijd van de overeenkomst meer te voldoen dan 25% van de door Dexia gevorderde restschuld;

veroordeelt [Gedaagde partij en eisende partij in reconventie] om tegen bewijs van kwijting aan Dexia te betalen de som van € 731,56 met de contractuele rente ad 0,96% per maand over € 566,72 vanaf 28 april 2003 tot de dag der voldoening;

In reconventie

wijst de vordering af;

In conventie en in reconventie

compenseert de proceskosten zo dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting van 17 juni 2004.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature