< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Is het verzoek om vergoeding van de kosten van de door betrokkene gewenste coachingstraject bij SCG terecht afgewezen?

Uitspraak



02/3700 AW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Minister van Verkeer en Waterstaat, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Namens appellant is op de daartoe bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2002, nr. AW 01/2359-NAV, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.

Desgevraagd heeft gedaagde een nader stuk ingezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van 29 januari 2004, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. M.J. Hoogendoorn, juridisch medewerker bij Mr. Robert Moszkowicz B.V. te Nieuwegein. Gedaagde heeft zich onder meer laten vertegenwoordigen door mr. L.V. Sloot, advocaat te 's-Gravenhage en F.H.M. Gácsér, Hoofd van de stafafdeling Organisatie, Personeel en Communicatie van de Bouwdienst Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

II. MOTIVERING

1. Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de volgende, kort weergeven feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant was werkzaam bij de Bouwdienst Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (hierna: de Bouwdienst). Nadat hij in het begin van 2000 overspannen was geworden is hij, in overleg met de bedrijfsarts en de dienstleiding, een individueel coachingstraject gaan volgen dat door gedaagde werd betaald. Omstreeks september 2000 heeft appellant kenbaar gemaakt dit traject niet te willen voortzetten, omdat hij geen vertrouwen meer had in de hem toegewezen coach.

1.2. Naar aanleiding van een brief van de inmiddels door appellant ingeschakelde advocaat mr. R. Moszkowicz aan de Hoofdingenieur van de Bouwdienst zijn appellant en mr. Moszkowicz uitgenodigd voor een gesprek op het kantoor van het Hoofd van de stafafdeling Organisatie, Personeel en Communicatie van de Bouwdienst (OPC), F.H.M. Gácsér, op 27 november 2000. Bij dat gesprek heeft appellant zich laten vertegen-woordigen door mr. Moszkowicz voornoemd en drs. P.A. Sierksma, directeur van Sierksma Consulting Group (hierna: SCG).

1.3. Bij brief van 10 december 2000 heeft appellant gedaagde verzocht om vergoeding van de kosten van het door hem gewenste coachingstraject bij SCG. Bij primair besluit van 13 december 2000 heeft gedaagde dit verzoek afgewezen welk besluit na bezwaar is gehandhaafd bij besluit van 11 september 2001.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.1. Namens appellant is in hoger beroep betoogd dat tijdens het hiervoor in 1.2. genoemde gesprek door Gácsér de ondubbelzinnige toezegging is gedaan dat SCG de coaching van appellant ter hand kon nemen en dat het daarom niet aangaat om de aanvraag van appellant alsnog af te wijzen.

3.2. Voorts is gesteld dat ingevolge artikel 47 van het Algemeen Rijksambtenaren-reglement (ARAR) en in de artikelen 3 en 4 van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) op gedaagde een verplichting rust om het door appellant gewenste coachingstraject te vergoeden.

3.3. Tenslotte is aangevoerd dat het bestreden besluit gebrekkig gemotiveerd is nu de daarin vervatte afwijzing van het verzoek van appellant niet is gebaseerd op zakelijk inhoudelijke argumenten en een afweging van de in geding zijnde belangen - waaronder in het bijzonder het belang van appellant bij een goede coach - maar veeleer is terug te voeren op de persoonlijke antipathie die de heer Gácsér heeft ontwikkeld tegen de door appellant gewenste coach Sierksma.

4. Allereerst zal de Raad beoordelen of er tijdens het gesprek op 27 november 2000 door het daartoe bevoegd gezag - in de persoon van het Hoofd van de Stafafdeling OPC - de ondubbelzinnige toezegging is gedaan dat gedaagde de kosten zou vergoeden die gemoeid zouden zijn met de coaching van appellant door SCG.

4.1. Uit het schriftelijke verslag van de hoorzitting blijkt dat de gemachtigde van appellant, mr. Moszkowicz, ten overstaan van de hoorcommissie te kennen heeft gegeven dat Sierksma van SCG in het gesprek op 27 november 2000 toegezegd heeft "een offerte" voor de coaching van appellant te zullen sturen naar de Bouwdienst. Naar het oordeel van de Raad kan dit niet anders betekenen dan dat SCG de Bouwdienst een aanbod dan wel een voorstel zou doen waarop de Bouwdienst nog zou moeten reageren.

4.2. De Raad ziet in de briefwisseling tussen Gácsér en Sierksma, die kort nadien op gang is gekomen, een bevestiging dat nog geen bindende afspraken waren gemaakt. Immers, de brief van SCG van 28 november 2000 bevatte als bijlagen de leveringsvoorwaarden van SCG en een voor akkoord te tekenen opdrachtbevestiging. Weliswaar was tevens vermeld dat Gácsér ermee akkoord was gegaan dat SCG de coaching ter hand zou nemen, doch in reactie daarop heeft Gácsér reeds bij brief van 1 december 2000 aan SCG gemeld dat bij zijn weten op 27 november 2000 (slechts) was afgesproken dat Moszkowicz en Sierksma het besprokene zouden terugkoppelen naar appellant, die vervolgens contact zou opnemen met Gácsér. Een dergelijke gang van zaken komt ook de Raad uitermate aannemelijk voor, nu Gácsér Sierksma niet eerder had ontmoet en hij zich op zijn minst diende te vergewissen van het standpunt van appellant, de condities van SCG en de te volgen aanpak. Op grond van het hiervoor overwogene komt de Raad dan ook tot het oordeel dat van een stellige en rechtens door gedaagde te honoreren toezegging geen sprake is geweest.

5. Met betrekking tot de vraag welke de wettelijke grondslag is voor vergoeding van de kosten van een coachingtraject zoals hier aan de orde, overweegt de Raad als volgt.

5.1. Anders dan appellant, acht de Raad die grondslag niet gelegen in artikel 47 van het ARAR , nu die bepaling betrekking heeft op een tegemoetkoming in noodzakelijke kosten die verband houden met ziekte. De hier aan de orde zijnde kosten kunnen niet als zodanige medische kosten worden aangemerkt. Evenmin kan appellant staande houden dat sprake is van een "positieve verplichting" welke voortvloeit uit de bepalingen in de Arbeidsomstandighedenwet die op de werkgever in algemene termen een zorgplicht leggen voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van zijn werknemers.

5.2. Anders dan de rechtbank, is de Raad van oordeel dat een toereikende wettelijke basis wel kan worden gevonden in artikel 69, eerste lid, van het ARAR . Daarin is aan gedaagde de bevoegdheid toegekend om naar billijkheid de ambtenaar schadeloos te stellen, kosten te vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming te verlenen. Deze bepaling voorziet aldus in niet uitdrukkelijk in het ARAR geregelde gevallen, waarin een vergoeding behoort te worden toegekend. Gelet hierop zal de Raad bezien of gedaagde, door te weigeren van de hierbedoelde bevoegdheid tot vergoeding gebruik te maken, een besluit heeft genomen waartoe hij niet in redelijkheid heeft kunnen komen dan wel anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel.

5.3.1. Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag ontkennend. Vast staat dat gedaagde, nadat appellant te kennen had gegeven het oorspronkelijke coachingtraject niet te willen vervolgen, bereid was de kosten van een andere coach voor zijn rekening te nemen. Niet ten onrechte heeft gedaagde zich op het standpunt gesteld dat die coaching dan wel diende te geschieden door iemand in wie ook gedaagde vertrouwen kon stellen. Daarbij heeft gedaagde niet uit het oog verloren dat, gezien de aard en het doel van coaching, primair een vertrouwensband zou moeten bestaan tussen de coach en appellant, maar heeft hij tevens noodzakelijk geoordeeld dat voldoende garanties aanwezig waren voor een zakelijk verantwoorde aanpak, onder andere uit een oogpunt van kostenbeheer-sing. Dat uitgangspunt acht de Raad alleszins gerechtvaardigd.

5.3.2. Naar het oordeel van de Raad heeft gedaagde aan de gang van zaken tijdens en na het gesprek van 27 november 2000 in redelijkheid de conclusie kunnen verbinden dat in het geval van coaching door SCG zo'n aanpak onvoldoende was gewaarborgd. Niet alleen werden de gesprekspartners aan de zijde van gedaagde door de komst van de hun onbekende coach Sierksma en de afwezigheid van appellant overvallen, maar bovendien bleek al kort na het gesprek op een wezenlijk punt verschil van mening te zijn gerezen over het besprokene, te weten of gedaagde al dan niet met een opdracht aan SCG had ingestemd. Verder moest gedaagde constateren dat SCG verhoudingsgewijs hoge tarieven hanteerde, dat de coaching zonder enig overleg reeds op 2 november 2000 was begonnen en dat SCG de kosten daarvan - waaronder die van de aan het gesprek van 27 november 2000 bestede uren - aan gedaagde in rekening trachtte te brengen alsof dit vanzelf-sprekend was. Ook de reactie van SCG op de brief van Gácsér van 1 december 2000, waarin werd staande gehouden dat reeds met coaching door Sierksma was ingestemd en dat, in dit licht bezien, de bij gedaagde levende behoefte om diens deskundigheid en kwalificaties te toetsen ruimschoots achterhaald was, kon aanleiding zijn voor gerede twijfel aan een vruchtbare samenwerking. Dit alles bijeengenomen bood voldoende grondslag voor de bij het bestreden besluit gehandhaafde weigering om de kosten van SCG te vergoeden.

6. Het bestreden besluit houdt derhalve in rechte stand en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. T. Hoogenboom als voorzitter en mr. K. Zeilemaker en mr. R. Kooper als leden, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2004.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) M. Pijper.

HD

20.02


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature