Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Uitspraak



Raad

van State

200100747/1.

Datum uitspraak: 28 november 2001

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het dagelijks bestuur van het Waterschap Groot Salland,

appellant,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Zwolle van 1 december 2000 in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats]

en

appellant.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 april 1997 heeft appellant het verzoek om schadevergoeding krachtens artikel 7 van de Deltawet grote rivieren (hierna: Dgr) van [verzoeker] (hierna: [verzoeker]) afgewezen.

Bij besluit van 11 december 1997 heeft appellant het daartegen door [verzoeker] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de tweede kamer van de commissie voor de behandeling van bezwaren van het Waterschap Groot Salland van 3 december 1997, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 1 december 2000, verzonden op dezelfde datum, heeft de arrondissementsrechtbank te Zwolle (hierna: de rechtbank) het daartegen door [verzoeker] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en gelast dat appellant ten laste van het Waterschap Groot Salland aan [verzoeker] een bedrag van ƒ 29.832,83 vergoedt, te vermeerderen met de wettelijke rente over ƒ 29.032,83 vanaf 23 januari 1996 tot de dag van betaling. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 11 januari 2001, bij de Raad van State ingekomen op 15 januari 2001, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 13 maart 2001. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 25 juli 2001 hebben [verzoeker], […], […] , […] ,[…] , […] en […] een memorie van antwoord ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 oktober 2001, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. H.J.M. Besselink, advocaat te Den Haag, en [verzoeker], bijgestaan door mr. A.P. de Jong-de Goede, advocaat te Heerenveen, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Op grond van de Dgr is in 1995 het dijktraject Kampen-Kop verbeterd. In dat kader is de primaire waterkering aan de linkeroever van de IJssel verhoogd met ongeveer 1.20 m. Op enige afstand van deze waterkering, aan de [adres], staat de woning van [verzoeker].

2.2. Ingevolge artikel 7 van de Dgr kent het bestuursorgaan dat tot uitvoering van een werk als bedoeld in artikel 1 overgaat, voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van de uitvoering daarvan schade lijdt of zal lijden welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere wijze is verzekerd, aan die belanghebbende een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

2.3. Onbestreden in hoger beroep is dat er wat betreft de dijkverhoging sprake is van rechtmatig overheidsoptreden en dat [verzoeker] daardoor schade heeft geleden. Ook de hoogte van de schade is onbestreden. Het hoger beroep spitst zich toe op het oordeel van de rechtbank over de vraag of de schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van [verzoeker] behoort te blijven.

2.4. Naar het oordeel van de rechtbank staat voorop dat het voor bewoners aan een dijk die als waterkering fungeert nooit geheel is uit te sluiten dat de noodzaak van een dijkverhoging zich daadwerkelijk voordoet. Niet is echter volgens de rechtbank komen vast te staan dat [verzoeker] reeds ten tijde van de aankoop en de levering van zijn woning op 28 september 1984, op de hoogte was van de reële mogelijkheid dat binnen afzienbare tijd zulke ingrijpende verbeteringswerkzaamheden aan de IJsseldijk zouden plaatsvinden. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat eerst in de voorlichtingsfolder van mei 1987 is gesproken over een verhoging van de dijk met 0.70 tot 1.30 m. Met een verwijzing naar de adviezen van de schadecommissie en het verslag van de door de rechtbank benoemde deskundige acht de rechtbank het redelijk dat 20% van de door de [verzoeker] geleden schade voor zijn rekening blijft omdat hij er bij de aankoop enigszins rekening mee moesten houden dat het vrije uitzicht niet ongewijzigd zou blijven. Aangezien naar het oordeel van de rechtbank in dit geval slechts één juiste beslissing kan worden genomen, heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak voorzien door te bepalen welk bedrag aan schadevergoeding aan [verzoeker] moet worden vergoed.

2.5. Appellant heeft, overwegend op dezelfde gronden als gevoerd in zijn verweer voor de rechtbank, in hoger beroep betoogd dat de rechtbank heeft miskend dat [verzoeker] ten tijde van de aankoop van zijn woning ten volle het risico van dijkverbetering heeft aanvaard. Verder voert hij aan dat de rechtbank ten onrechte niet in aanmerking heeft genomen dat [verzoeker] zijn woning heeft gekocht na het verschijnen in november 1968 van het Meerjarenplan Dijkverbetering Overijssel (hierna: MDO) en nadat het op het dijkvak Kampen-Kop aansluitende dijkgedeelte Kampen-de Zande in 1974 was verhoogd tot +3.95 m NAP, waaruit volgens appellant zou blijken dat een verhoging van de dijk met 1.20 m kon worden verwacht.

2.5.1. Het betoog van appellant treft geen doel. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat een dijkverhoging ter plaatse weliswaar in haar algemeenheid voorzienbaar was, maar dat [verzoeker] ten tijde van de aankoop van zijn woning niet behoefde te verwachten dat in de toekomst een dijkverhoging zou plaatsvinden op zodanig ingrijpende wijze als thans het geval is. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat de dijk is verhoogd met 1.20 m van 2.60 m naar 3.80 m en dat de dijkverhoging op grond van de Dgr versneld kon worden uitgevoerd. Uit het MDO blijkt niet dat de dijk zou worden verhoogd met 1.20 m. Dit plan geeft slechts in algemene zin aan dat een verhoging van de IJsseldijk met gemiddeld ongeveer 60 cm over een traject van 80 km de veiligheid van deze dijken tot het 20-voudige zal verhogen. Dat het hier gaat om een gemiddelde ophoging van 60 cm maakt niet, zoals appellant heeft betoogd, dat een zodanig grote afwijking daarvan als een verhoging met 1.20 m kon worden verwacht. De voorzieningen van ongeveer 1.30 m waarover wordt gesproken in het MDO betreffen muren in het stadscentrum, gerekend derhalve vanaf straatniveau. De verhoging van het aansluitende dijkgedeelte Kampen-de Zande in 1974 betreft een verhoging van een ander dijkgedeelte, een andere omvang en op basis van een andere wet. De ruimtelijke situatie is bovendien zodanig dat tussen het dijkvak Kampen-Kop en het dijkvak Kampen-de Zande een industrieterrein is gelegen. Gelet op het vorenstaande bestond er voor [verzoeker] ten tijde van de aankoop van zijn woning geen aanleiding om rekening te houden met een dijkverhoging van 1.20 m. De rechtbank is tot hetzelfde oordeel gekomen.

2.6. Appellant heeft verder aangevoerd dat de rechtbank bij het bepalen van de correctiefactor ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid het voordeel dat [verzoeker] heeft van de dijkverbetering, zoals een grotere veiligheid en een betere bescherming van zijn woning, te verrekenen.

2.6.1. Dit betoog van appellant slaagt niet. In artikel 14 van de Verordening schadevergoeding bij dijkversterking, die door het waterschap wordt gehanteerd voor de beoordeling van verzoeken om schadevergoeding op grond van de Dgr, is bepaald dat indien de dijkversterking voor de aanvrager naast de schade tevens voordeel oplevert, dit voordeel bij de vaststelling van de te vergoeden schade wordt verrekend. De hoogte van de vastgestelde schade is in hoger beroep niet bestreden. Daargelaten de vraag of [verzoeker] voordeel heeft bij de dijkverhoging - de door appellant genoemde voordelen gelden immers voor alle bewoners van het binnendijkse gebied - moet ervan worden uitgegaan dat dit voordeel is verrekend bij het vaststellen van de schade die [verzoeker] heeft geleden. De rechtbank heeft derhalve terecht bij het bepalen van de correctiefactor geen voordeelsverrekening toegepast.

2.7. Appellant heeft tot slot aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien door te gelasten welk bedrag aan [verzoeker] moet worden vergoed.

2.7.1. Ook dit betoog treft geen doel. Gelet op het ingestelde beroep diende de rechtbank een oordeel te geven over de vraag of de schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van [verzoeker] behoort te blijven. De rechtbank heeft geoordeeld dat [verzoeker] er bij de aankoop van zijn woning enigszins rekening mee moest houden dat het vrije uitzicht niet ongewijzigd zou blijven en heeft het om die reden redelijk geacht dat 20% van de door [verzoeker] geleden schade voor zijn rekening blijft. De rechtbank heeft zich voor dit percentage gebaseerd op het advies van de schadecommissie en het verslag van de door de rechtbank benoemde deskundige. Gezien deze stukken en ook overigens is de rechtbank terecht tot dit oordeel gekomen. Hiervan uitgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de in artikel 8:72, vierde lid, van de Awb neergelegde bevoegdheid zelf in de zaak te voorzien door te bepalen welk bedrag aan [verzoeker] moet worden vergoed.

2.8. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.9. Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.H.B. van der Meer, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en dr. E.M.H. Hirsch Ballin, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Meer w.g. De Vink

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2001

154.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature