< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 9 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende vergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en de vreemdeling ongewenst verklaard.

Uitspraak



202100675/2/V1.

Datum uitspraak: 15 april 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 4 januari 2021 in zaak nr. 20/3183 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 9 oktober 2019 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende vergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en de vreemdeling ongewenst verklaard.

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 4 januari 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft onder meer de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       De vreemdeling is strafrechtelijk gedetineerd in België. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening de rechtsgevolgen van het besluit van 9 oktober 2019 te schorsen en de staatssecretaris op te dragen hem te behandelen als niet ongewenst verklaard en in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, althans in het bezit van rechtmatig verblijf in Nederland. Hij stelt dat toewijzing van het verzoek ertoe leidt dat hij in aanmerking komt voor vervroegde invrijheidstelling in België.

2.       Gelet op wat is aangevoerd, is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand zal blijven, of dat de staatssecretaris de verblijfsvergunning van de vreemdeling uiteindelijk niet had mogen intrekken en hem niet ongewenst mocht verklaren. Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.

w.g. De Moor-van Vugt

voorzieningenrechter

w.g. Verbeek

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2021

392


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature