< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 28 februari 2017 heeft het college het faunabeheerplan ‘Jacht en uitvoering vrijstelling 2017-2023’ goedgekeurd.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



201803622/1/A3.

Datum uitspraak: 20 maart 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1.    het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

2.    Stichting de Faunabescherming, gevestigd te Amstelveen,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 15 maart 2018 in zaken nrs. 17/1743 en 17/1786 in het geding tussen:

1.    de Faunabescherming,

2.    de vereniging Vogelwerkgroep Zutphen en omstreken, gevestigd te Eefde, de vereniging Vogelwerkgroep Berkelland, gevestigd te Neede, de vereniging Vogelwerkgroep Noordwest-Achterhoek, gevestigd te Lochem, en de vereniging Vogelwerkgroep Arnhem en omstreken, gevestigd te Velp, (hierna: de verenigingen)

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland.

Procesverloop

Bij besluit van 28 februari 2017 heeft het college het faunabeheerplan ‘Jacht en uitvoering vrijstelling 2017-2023’ goedgekeurd.

Bij uitspraak van 15 maart 2018 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van de daartegen ingestelde beroepen kennis te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben het college en de Faunabescherming hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college en de Faunabescherming hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 januari 2019, waar het college, vertegenwoordigd door mr. R.D. Reinders, advocaat te Den Haag, en T. Achterkamp, en de Faunabescherming, vertegenwoordigd door mr. B.N. Kloostra, advocaat te Amsterdam, en [gemachtigde A], zijn verschenen. Ook is daar gehoord, de Stichting Faunabeheereenheid Gelderland, vertegenwoordigd door [gemachtigde B].

Overwegingen

Juridisch kader

1.    De relevante bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb), het Besluit natuurbescherming (hierna: de Bnb) en de Regeling natuurbescherming (hierna: de Rnb) en de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening) zijn opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van de uitspraak.

Inleiding

2.    Artikel 3.12, eerste lid, van de Wnb bepaalt dat er faunabeheereenheden zijn die voor hun werkgebied een faunabeheerplan vaststellen. Een faunabeheerplan gaat over populatiebeheer, schadebestrijding en de jacht in dit werkgebied. De Stichting Faunabeheereenheid Gelderland (hierna: de Faunabeheereenheid) heeft op 25 januari 2017 het faunabeheerplan ‘Jacht en uitvoering vrijstelling 2017-2023’ (hierna: het faunabeheerplan) vastgesteld. Het faunabeheerplan gaat over de uitvoering van landelijke en provinciale vrijstellingen ten behoeve van schadebestrijding en de uitoefening van de jacht binnen het werkgebied van de Faunabeheereenheid.

2.1.    Ingevolge artikel 3.12, zevende lid, van de Wnb moet een faunabeheerplan worden goedgekeurd door het college. Daarom heeft de Faunabeheereenheid het faunabeheerplan aan het college voorgelegd. Het college heeft getoetst of het faunabeheerplan voldoet aan de eisen van artikel 3.12 van de Wnb en aan de eisen die artikel 3.7.4.2 van de Omgevingsverordening aan een faunabeheerplan stelt. Omdat het faunabeheerplan volgens het college aan de eisen van artikel 3.12 van de Wnb en artikel 3.7.4.2 van de Omgevingsverordening voldoet, heeft het college het faunabeheerplan goedgekeurd.

2.2.    De Faunabescherming en de verenigingen hebben beroep tegen het goedkeuringsbesluit van het college ingesteld, omdat zij zich daarin niet kunnen vinden. De Faunabescherming stelt zich op het standpunt dat het faunabeheerplan niet rechtsgeldig is omdat het bestuur van de faunabeheereenheid niet overeenkomstig de Wnb is samengesteld. De Faunabescherming en de verenigingen stellen zich op het standpunt dat er in het faunabeheerplan ten onrechte geen of onvoldoende onderbouwing is gegeven voor de noodzaak van vrijstellingen voor de aangewezen soorten.

Aangevallen uitspraak

3.    De rechtbank heeft overwogen dat verplichtingen die in een faunabeheerplan zijn opgenomen, gelet op artikel 3.12, eerste lid, van de Wnb bindend zijn. Dat betekent dat, voor zover in een faunabeheerplan verplichtingen zijn opgenomen, de vaststelling daarvan een publiekrechtelijke rechtshandeling is. Ook betekent dit dat de Faunabeheereenheid een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, en een faunabeheerplan een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is. In het faunabeheerplan is één verplichting opgenomen, namelijk een registratieverplichting. Dat betekent volgens de rechtbank dat het faunabeheerplan en dat het besluit tot goedkeuring in zoverre besluiten zijn. Daartegen is echter geen beroep mogelijk. De registratieverplichting is een algemeen verbindend voorschrift. Artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bepaalt dat tegen een besluit tot goedkeuring van een algemeen verbindend voorschrift geen beroep kan worden ingesteld, aldus de rechtbank. De rechtbank heeft zich daarom onbevoegd verklaard om van de door de Faunabescherming en de verenigingen ingestelde beroepen kennis te nemen.

Hoger beroep college

4.    Het college betoogt dat de rechtbank zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard om van het geschil kennis te nemen en hem ten onrechte heeft veroordeeld in de proceskosten. In de eerste plaats bestrijdt het college het oordeel van de rechtbank, dat de registratieverplichting een algemeen verbindend voorschrift is. Het college vermoedt dat de rechtbank met de registratieverplichting op de verplichting tot registratie van afschot heeft gedoeld. Deze verplichting vloeit echter niet voort uit het faunabeheerplan, maar uit artikel 3.13, eerste lid, van de Wnb en artikel 3.7.2.7 van de Omgevingsverordening. Het faunabeheerplan bepaalt alleen hoe en wanneer de gegevens worden verstrekt.

    In de tweede plaats heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de Faunabeheereenheid een bestuursorgaan is. De vaststelling van een faunabeheerplan is geen op rechtsgevolg gerichte handeling. Het college wijst erop dat de Afdeling eerder, in haar uitspraak van 28 september 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU3369, heeft geoordeeld dat de Faunabeheereenheid geen bestuursorgaan is. Deze uitspraak is weliswaar gedaan toen de Flora- en faunawet nog gold, maar er is geen reden om aan te nemen dat dat anders is nu de Wnb geldt.

    In de derde plaats heeft de rechtbank artikel 10:25 van de Awb verkeerd geïnterpreteerd. Dat het faunabeheerplan zelf geen besluit is, brengt niet met zich dat het besluit tot goedkeuring van het faunabeheerplan ook geen besluit is. Het is vaste jurisprudentie dat een faunabeheerplan een besluit is, maar het is de vraag of het faunabeheerplan ook appellabel is. Dat verschilt naar gelang de inhoud van het plan. Het faunabeheerplan ziet in dit geval op vrijstellingen voor schadebestrijding en jacht. Bij die vrijstellingen is geen nader besluit tot toestemming nodig. Het besluit tot goedkeuring is daarom te beschouwen als een zelfstandig besluit waartegen rechtsmiddelen openstaan, aldus het college.

Hoger beroep Faunabescherming

5.    Ook de Faunabescherming betoogt dat de rechtbank zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard. Het goedkeuringsbesluit is een appellabel besluit en heeft als rechtsgevolg dat de landelijke en provinciale vrijstellingen ten behoeve van schadebestrijding kunnen worden uitgevoerd. Bovendien wordt op deze manier het kader voor schadebestrijding vastgesteld en wordt invulling gegeven aan de op het college rustende verantwoordelijkheid voor duurzaam beheer van de populaties van de soorten. Uit de systematiek van de Wnb en de geschiedenis van de totstandkoming van de Wnb blijkt dat het ook de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever is geweest om rechtsbescherming tegen het goedkeuringsbesluit mogelijk te maken, aldus de Faunabescherming.

Beoordeling

Is een faunabeheereenheid bestuursorgaan?

6.    In de door het college aangehaalde uitspraak van 28 september 2005 heeft de Afdeling geoordeeld dat een faunabeheereenheid geen bestuursorgaan is. Toen deze uitspraak werd gedaan, gold de Flora- en faunawet (hierna: de Ffw) nog. In die wet was de faunabeheereenheid gedefinieerd als een overeenkomstig artikel 29 erkend samenwerkingsverband van jachthouders. In artikel 29, eerste lid, van de Ffw was bepaald dat gedeputeerde staten samenwerkingsverbanden van jachthouders konden erkennen als faunabeheereenheden ten behoeve van: a. het beheer van diersoorten of b. de bestrijding van schade aangericht door dieren. Daarbij heeft de Afdeling het volgende overwogen;

"De Faunabeheereenheid is een door het college ingevolge artikel 29, eerste lid, van de Ffw erkend samenwerkingsverband van jachthouders en andere terreinbeherende en vertegenwoordigende organisaties op het gebied van natuurbeheer, landbouw en particulier eigendom en heeft de juridische vorm van een privaatrechtelijke stichting. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Ffw (in het bijzonder de Nota naar aanleiding van het eindverslag, Kamerstukken II, 1996-1997, 23 147, nr. 12) blijkt dat de wetgever het planmatig faunabeheer in totaliteit niet heeft beschouwd als een overheidstaak en dat, in zoverre het openbaar belang daarbij wel betrokken werd geacht ter behartiging daarvan specifieke bevoegdheden zijn toegekend aan, in het bijzonder, de organen van de provincies. Zo is in artikel 30 van de Ffw bepaald dat de faunabeheerplannen de goedkeuring van gedeputeerde staten behoeven voorzover deze krachtens de artikelen 67 en 68 worden geëist. Uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II, 1995-1996, 23 147, nr. 7, bladzijde 29) blijkt voorts dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest de Faunabeheereenheid publiekrechtelijke taken toe te delen. Dit komt ook tot uitdrukking in de tekst van de artikelen 67 en 68 van de Ffw. De Faunabeheereenheid is derhalve geen bestuursorgaan zoals bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef onder b, van de Awb."

6.1.    Thans is in artikel 3.12, eerste lid, van de Wnb bepaald dat er faunabeheereenheden zijn, die voor hun werkgebied een faunabeheerplan vaststellen. Nieuw ten opzichte van de Ffw is dat een faunabeheerplan niet alleen gaat over het duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren, maar ook over de bestrijding van schadeveroorzakende dieren door grondgebruikers en de uitoefening van de jacht. Dit komt blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wnb (Kamerstukken II 2011-2012, 33 348, nr. 3, p. 163) voort uit de wens van de wetgever om de in de Ffw geïntroduceerde planmatige aanpak van het beheer te verbreden.

6.2.    Een faunabeheereenheid heeft ingevolge artikel 3.12, tweede lid, van de Wnb de rechtsvorm van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of een stichting. In het bestuur van een faunabeheereenheid zijn in ieder geval vertegenwoordigd de jachthouders uit het werkgebied van de faunabeheereenheid en maatschappelijke organisaties die het doel behartigen van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in de regio waartoe het werkgebied van de faunabeheereenheid behoort. Met het stellen van eisen aan een faunabeheereenheid heeft de wetgever blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wnb (Kamerstukken II 2011-2012, 33 348, nr. 3, p. 163) beoogd de positie van de faunabeheereenheden te versterken. Daaruit blijkt niet dat de wetgever ook heeft beoogd deze positie te veranderen. De wetgever heeft net als onder de Ffw de verantwoordelijkheid en de bevoegdheden bij het college van gedeputeerde staten gelegd, wegens het publieke belang en de samenhang met het provinciale natuurbeleid. (Zie Kamerstukken II 2011-2012, 33 348, nr. 3, p. 163-164 en verder). Daarom is in artikel 3.12, zevende lid, van de Wnb ook bepaald dat de faunabeheerplannen de goedkeuring van het college behoeven.

6.3.    Het door de faunabeheereenheid uit te voeren beheer is onder de Wnb weliswaar uitgebreid, maar de positie en verantwoordelijkheden van de faunabeheereenheid zijn ongewijzigd gebleven. Gelet hierop moet ook onder de Wnb worden geoordeeld dat de faunabeheereenheid geen bestuursorgaan is als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb. De rechtbank is ten onrechte tot een ander oordeel gekomen.

Rechtskarakter besluit college

7.    Omdat de Faunabeheereenheid geen bestuursorgaan is, is de vaststelling van het faunabeheerplan ook geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Dit betekent dat de beslissing tot goedkeuring van het faunabeheerplan door het college geen goedkeuringsbesluit als bedoeld in artikel 10:25 van de Awb is. Dit neemt niet weg dat de beslissing van het college in zijn geheel of voor een gedeelte een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb kan zijn, namelijk voor zover het een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling is. De vraag die moet worden beantwoord is of, en zo ja in hoeverre, de beslissing van het college op rechtsgevolg is gericht.

7.1.    Ingevolge artikel 3.12, eerste lid, van de Wnb stellen faunabeheereenheden faunabeheerplannen vast, die betrekking hebben op het duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren, schadebestrijding door grondgebruikers en de uitoefening van de jacht. Ingevolge artikel 3.12, zevende lid, behoeft het gehele faunabeheerplan goedkeuring van het college. Het faunabeheerplan dat aan de orde is, gaat alleen over schadebestrijding en de uitoefening van jacht.

* schadebestrijding

7.2.    Ingevolge artikel 3.15, eerste en tweede lid, van de Wnb gelden er landelijke vrijstellingen ten behoeve van schadebestrijding voor de in artikel 3.1 van het Bnb aangewezen vogels en diersoorten. In de Rnb worden ten aanzien van de in het Bnb aangewezen soorten de vrijstellingen nader ingevuld en worden voorschriften en beperkingen gesteld. Ingevolge artikel 3.15, derde en vierde lid, van de Wnb kunnen provinciale staten onder voorwaarden ook vogels en diersoorten aanwijzen in een provinciale verordening. Voor deze vogels en diersoorten mogen zij ook vrijstellingen opnemen ten behoeve van de schadebestrijding. Provinciale staten van Gelderland hebben dat gedaan in artikel 3.7.2.1 van de Omgevingsverordening, in samenhang gelezen met bijlage 27 ‘Vrijstelling soorten inzake schade en overlast’. Hierin zijn ook nadere voorschriften en beperkingen voor het gebruik maken van de vrijstellingen gegeven. Ingevolge artikel 3.7.2.2 van de Omgevingsverordening mag alleen onder deze voorschriften en beperkingen gebruik van de provinciale vrijstellingen worden gemaakt.

7.3.    In artikel 3.12, eerste lid, van de Wnb is de eis gesteld dat de bestrijding van schadeveroorzakende dieren overeenkomstig het faunabeheerplan geschiedt. Deze eis is ook opgenomen in artikel 3.2 van de Rnb, dat geldt voor het gebruikmaken van landelijke vrijstellingen voor schadebestrijding. De eis brengt met zich dat schadebestrijding slechts kan plaatsvinden voor zover deze een basis vindt in een goedgekeurd faunabeheerplan. Een goedgekeurd faunabeheerplan is daarmee een voorwaarde voor het gebruik kunnen maken van de landelijke en provinciale vrijstellingen voor schadebestrijding. Het wijzigt in zoverre de rechtspositie van belanghebbenden en heeft dan ook rechtsgevolg. Dit rechtsgevolg is zelfstandig en niet slechts procedureel, omdat geen nader besluit nodig is om van de vrijstellingen gebruik te mogen maken.

* jacht

7.4.    In paragraaf 3.5 van de Wnb zijn bepalingen opgenomen over de jacht en in paragraaf 3.6 over het gebruik van middelen voor het vangen en doden van dieren. Ingevolge artikel 3.20 van de Wnb mag wild van de daar aangewezen soorten worden gevangen, gedood of verontrust onder de voorwaarden en beperkingen die in paragraaf 3.5 en 3.6 zijn gesteld. Uit artikel 3.12, eerste lid, van de Wnb volgt dat de jacht alleen mag worden uitgeoefend als overeenkomstig het faunabeheerplan wordt gehandeld. De goedkeuring van het faunabeheerplan brengt in zoverre een wijziging van de rechtspositie van belanghebbenden mee en heeft dan ook een rechtsgevolg. Dit rechtsgevolg is zelfstandig en niet slechts procedureel, omdat geen nader besluit nodig is om de jacht te mogen uitoefenen.

* een besluit

7.5.    Uit het voorgaande volgt dat de goedkeuring van het faunabeheerplan een rechtshandeling is voor zover dat betrekking heeft op de landelijke en provinciale vrijstellingen voor schadebestrijding en de jacht. In zoverre is het goedkeuringsbesluit een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb dat, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, vatbaar is voor bezwaar en beroep. Dit oordeel is in overeenstemming met de wens van de wetgever, zoals die onder meer blijkt uit Kamerstukken II 2014-15, 33 348, nr. 9, p. 95 en Kamerstukken I, 2015-16, 33 348, nr. D, p. 16 en 42.

Slotsom

8.    Omdat de goedkeuring van het faunabeheerplan een appellabel besluit is voor zover dat betrekking heeft op de landelijke en provinciale vrijstellingen voor schadebestrijding en de jacht, heeft de rechtbank zich ten onrechte onbevoegd verklaard om van het geschil kennis te nemen. De rechtbank is in zoverre dan ook ten onrechte niet overgegaan tot een inhoudelijke beoordeling van de gronden die in beroep tegen het goedkeuringsbesluit zijn aangevoerd. Ook heeft de rechtbank het college ten onrechte veroordeeld in de proceskosten van de Faunabescherming en de verenigingen. De hoger beroepen van het college en de Faunabescherming zijn gegrond en de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Er moet dus nog een inhoudelijke beoordeling van de door de Faunabescherming en de verenigingen in beroep aangevoerde gronden plaatsvinden.

8.1.    De Afdeling wijst de zaak met toepassing van artikel 8:115, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb terug naar de rechtbank om door haar te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de bezwaren die de Faunabescherming en de verenigingen tegen het goedkeuringsbesluit hebben geuit tot nu toe niet inhoudelijk zijn beoordeeld, aangezien de bezwaarfase is overgeslagen en de rechtbank zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard om van het beroep kennis te nemen.

9.    Het college dient ten aanzien van de Faunabescherming op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Dit is een gevolg van de benadering van de hoogste bestuursrechters, zoals toegelicht in de uitspraak van 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1106, dat voor het antwoord op de vraag of tot een veroordeling van het bestuursorgaan in de proceskosten moet worden overgegaan als regel het al dan niet slagen van het ingestelde rechtsmiddel bepalend is. Dit betekent dat in geval het hoger beroep slaagt, de kosten van dit hoger beroep in beginsel voor risico van het bestuursorgaan komen.

10.    Redelijke toepassing van artikel 8:114, tweede lid, van de Awb brengt met zich dat de griffier van de Raad van State aan de Faunabescherming het door haar betaalde griffierecht voor het hoger beroep terugbetaalt.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart de hoger beroepen gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 15 maart 2018 in zaken nrs. 17/1743 en 17/1786;

III.    wijst de zaak naar de rechtbank terug;

IV.    veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Gelderland tot vergoeding van bij Stichting de Faunabescherming in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1059,70 (zegge: duizendnegenenvijftig euro en zeventig cent), gedeeltelijk toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V.    verstaat dat de griffier van de Raad van State aan Stichting de Faunabescherming het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 508,00 (zegge: vijfhonderdacht euro) voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. E.A. Minderhoud, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Binnema, griffier.

w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Binnema

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2019

589.

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 1:1

1. Onder bestuursorgaan wordt verstaan:

a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of

b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.

Artikel 1:3

1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Artikel 8:115

1. De hogerberoepsrechter wijst de zaak terug naar de rechtbank die deze in eerste aanleg heeft behandeld, indien:

a. de rechtbank haar onbevoegdheid of de niet-ontvankelijkheid van het beroep heeft uitgesproken en de hogerberoepsrechter deze uitspraak vernietigt met bevoegdverklaring van de rechtbank, onderscheidenlijk ontvankelijkverklaring van het beroep, of

b. de hogerberoepsrechter om andere redenen van oordeel is dat de zaak opnieuw door de rechtbank moet worden behandeld.

[…]

Artikel 8:116

In de gevallen, bedoeld in artikel 8:115, eerste lid, onderdeel a, kan de hogerberoepsrechter de zaak zonder terugwijzing afdoen, indien deze naar zijn oordeel geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft.

Artikel 10:25

In deze wet wordt verstaan onder goedkeuring: de voor de inwerkingtreding van een besluit van een bestuursorgaan vereiste toestemming van een ander bestuursorgaan.

Wet natuurbescherming

Artikel 3.12

1. Er zijn faunabeheereenheden die voor hun werkgebied een faunabeheerplan vaststellen. Het duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren, de bestrijding van schadeveroorzakende dieren door grondgebruikers en de uitoefening van de jacht geschieden overeenkomstig het faunabeheerplan.

2. Een faunabeheereenheid heeft de rechtsvorm van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of een stichting. In het bestuur van een faunabeheereenheid zijn in ieder geval de jachthouders uit het werkgebied van de faunabeheereenheid en maatschappelijke organisaties die het doel behartigen van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in de regio waartoe het werkgebied van de faunabeheereenheid behoort, vertegenwoordigd. Op uitnodiging van het bestuur van de faunabeheereenheid kunnen vertegenwoordigers van andere dan de in de tweede volzin bedoelde maatschappelijke organisaties en wetenschappers op het gebied van faunabeheer deelnemen aan de vergaderingen van het bestuur en het bestuur adviseren.

3. Faunabeheereenheden stellen een of meer faunabeheerplannen vast voor hun werkgebied. Ten aanzien van door Onze Minister vanwege de omvang van hun leefgebieden aangewezen diersoorten stellen de faunabeheereenheden, in wier werkgebied het leefgebied is gelegen, gezamenlijk een faunabeheerplan vast.

4. Onderdeel van het faunabeheerplan zijn passende en doeltreffende maatregelen ter voorkoming en bestrijding van schade aangericht door in het wild levende dieren.

[…]

7. Het faunabeheerplan behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten van de provincie waarin de faunabeheereenheid werkzaam is. Ingeval een gezamenlijk faunabeheerplan is vastgesteld door faunabeheereenheden in verschillende provincies, geschiedt de goedkeuring door gedeputeerde staten van de provincie waarin het leefgebied van de soort grotendeels is gelegen, in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het leefgebied mede is gelegen. Een goedgekeurd faunabeheerplan wordt openbaar gemaakt door de betreffende faunabeheereenheid.

Artikel 3.13

1. Jachtaktehouders verstrekken aan de desbetreffende faunabeheereenheden gegevens over de aantallen dieren, onderscheiden naar soort, die zij hebben gedood.

2 De faunabeheereenheden dragen er zorg voor dat een overzicht dat is samengesteld op basis van gegevens als bedoeld in het eerste lid en gegevens uit het verslag, bedoeld in artikel 3.12, achtste lid, betrekking hebbend op hun totale werkgebied, openbaar wordt gemaakt.

Artikel 3.15

1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, en dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden aangewezen, die niet in hun voortbestaan worden bedreigd of dat gevaar lopen, en die in het gehele land schade veroorzaken.

2. In zoverre in afwijking van de artikelen 3.3, tweede lid, 3.8, tweede lid, en 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, tweede lid, kan Onze Minister een vrijstelling van verboden als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, tweede lid, 3.5, 3.6, tweede lid, en 3.10, eerste lid, verlenen voor de bestrijding door grondgebruikers van schadeveroorzakende vogels en dieren als bedoeld in het eerste lid.

3. Provinciale staten kunnen bij verordening vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, en dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid of 3.10, eerste lid, aanwijzen die:

a. niet bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, zijn aangewezen;

b. niet in hun voortbestaan worden bedreigd of dat gevaar lopen, en

c. in hun provincie schade veroorzaken.

4. Provinciale staten verlenen bij verordening een vrijstelling als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, 3.8, tweede lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, tweede lid, voor de bestrijding van schadeveroorzakende vogels en dieren als bedoeld in het derde lid uitsluitend aan grondgebruikers.

Artikel 3.20

1. In afwijking van de artikelen 3.1, eerste en vierde lid, 3.5, eerste en tweede lid, en 3.10, eerste lid, is het de jachthouder toegestaan in zijn jachtveld wild te vangen, te doden en te verontrusten, en met het oog daarop op te sporen ter uitoefening van de jacht, indien is voldaan aan het bij en krachtens deze paragraaf en paragraaf 3.6 bepaalde.

2. Wild als bedoeld in het eerste lid zijn in het wild levende dieren van de volgende soorten:

a. fazant (Phasianus colchicus);

b. wilde eend (Anas platyrhynchos);

c. houtduif (Columba palumbus);

d. haas (Lepus Europaeus);

e. konijn (Oryctolagus cuniculus).

3. De jachthouder doet datgene wat een goed jachthouder betaamt om een redelijke stand van de in zijn jachtveld aanwezige wild als bedoeld in het tweede lid te handhaven, dan wel, bij het ontbreken daarvan, te bereiken, en om schade door in zijn jachtveld aanwezig wild als bedoeld in het tweede lid te voorkomen.

Besluit natuurbescherming

Artikel 3.1

Als vogels en dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.15, eerste lid, van de wet worden aangewezen:

a. Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii);

b. houtduif (Columba palumbus);

c. kauw (Corvus monedula);

d. konijn (Oryctolagus cuniculus);

e. vos (Vulpes vulpes), en

f. zwarte kraai (Corvus corone corone).

Regeling natuurbescherming

Titel 3.1 Vrijstelling bestrijding soorten die in het gehele land schade veroorzaken

Artikel 3.2

De handelingen waarvoor vrijstelling wordt verleend, vinden plaats overeenkomstig het faunabeheerplan, dat is vastgesteld overeenkomstig artikel 3.12, eerste, derde tot en met zesde lid, van de wet en dat is goedgekeurd overeenkomstig artikel 3.12, zevende lid, van de wet.

Omgevingsverordening Gelderland

Artikel 3.7.2.1 Vrijstelling grondgebruiker voor bestrijding van schadeveroorzakende vogels en dieren

1. Als soorten als bedoeld in artikel 3.15, derde lid, van de wet en als middel voor vangen en doden als bedoeld in artikel 3.25, eerste lid, van de wet worden aangewezen de soorten en middelen genoemd in bijlage 27 Vrijstelling soorten inzake schade en overlast.

2. In afwijking van de verboden in de artikelen 3.1 eerste en vierde lid, en 3.10, eerste lid, van de wet is het de grondgebruiker toegestaan de soorten genoemd in bijlage 27 op de door hem gebruikte gronden dan wel in of aan door hem gebruikte opstallen te storen ofte doden ter voorkoming van in het lopende of daarop volgende jaar dreigende schade op deze gronden, in of aan deze opstallen of in het omringende gebied.

Artikel 3.7.2.2 Voorschriften en beperkingen

Aan de vrijstelling bedoeld in artikel 3.7.2.1 zijn de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:

a. de vrijstelling geldt enkel ten behoeve van het in bijlage 27 Vrijstelling soorten inzake schade en overlast bij de betreffende soort genoemde gebied, onder gebruik van de hierin genoemde middelen en onder de hierin genoemde voorschriften en beperkingen;

b. indien de grondgebruiker in overeenstemming met artikel 3.15, zevende lid, van de wet de vrijstelling door een ander laat uitoefenen, dient die persoon gedurende die uitoefening de door de grondgebruiker afgegeven toestemming bij zich te dragen en op eerste vordering van een daartoe

bevoegde ambtenaar ter inzage te geven.

Artikel 3.7.2.7 Rapportageverplichting

Jachtaktehouders verstrekken ten minste elk kwartaal de in artikel 3.13

eerste lid van de wet bedoelde gegevens aan de

faunabeheereenheid door gebruikmaking van het in artikel 3.7.3.3 tweede lid

bedoelde faunaregistratiesysteem.

Artikel 3.7.4.2 Algemene eisen aan een faunabeheerplan

1. Een faunabeheerplan bevat in ieder geval de volgende gegevens:

a. de omvang van het totale werkgebied van de faunabeheereenheid in hectares;

b. een kaart waarop de begrenzing van het werkgebied van de

faunabeheereenheid is aangegeven;

c. een beschrijving van de aard en omvang van de handelingen die zijn verricht in de periode waarin het voorafgaande faunabeheerplan geldig was en de aard en de omvang van de handelingen die zullen worden verricht gedurende de geldigheidsduur van het faunabeheerplan, onderscheiden per diersoort;

d. een vermelding van de perioden van het jaar waarin de handelingen waarop een faunabeheerplan betrekking heeft zullen plaatsvinden;

e. een vermelding van de wildbeheereenheid waarbinnen de handelingen waarop een Faunabeheerplan betrekking heeft zullen plaatsvinden;

f. kwantitatieve gegevens over de ontwikkeling van de populatie van dein het faunabeheerplan omschreven diersoorten op landelijk niveau;  

g. een overzicht van de gedode dieren in de looptijd van het voorgaande

faunabeheerplan binnen het werkgebied van de faunabeheereenheid.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature