< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 24 mei 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, geweigerd ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

Uitspraak



201810274/1/V2.

Datum uitspraak: 6 juni 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 26 november 2018 in zaak nr. NL18.11634 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 24 mei 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, geweigerd ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

Bij uitspraak van 26 november 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.J. Schüller, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. De vreemdeling heeft voorts een nader stuk ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    De brief van het French Medical Institute for Mothers and Children van 25 januari 2019 over de beschikbaarheid van medische zorg in Afghanistan wordt niet bij de beoordeling van het hoger beroep betrokken. De brief is van na de uitspraak van de rechtbank en de rechtbank kon daarmee geen rekening houden. De vreemdeling heeft ook niet gerechtvaardigd dat zij die brief niet al bij de rechtbank over kon leggen.

2.    Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3.    Wat de Afdeling heeft overwogen in 1 en 2 laat onverlet dat, mocht de staatssecretaris tot uitzetting overgaan, hij aan de hand van de brief van 25 januari 2019 opnieuw zal moeten bezien of medische behandeling voor de dochter van de vreemdeling in Afghanistan beschikbaar is.

4.    Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Bosma

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2019

572-894.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature