< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 27 juli 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (hierna: de Wgh) vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege industrielawaai voor negen woningen aan de Hoofdstraat en de Boxmeerseweg te Heijen (hierna: het besluit hogere waarden wegens industrielawaai).

Uitspraak



201507287/1/R1 en 201507765/1.

Datum uitspraak: 7 september 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ForFarmers Nederland B.V. (hierna: ForFarmers), gevestigd te Heijen, gemeente Gennep,

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Gennep,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juli 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (hierna: de Wgh) vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege industrielawaai voor negen woningen aan de Hoofdstraat en de Boxmeerseweg te Heijen (hierna: het besluit hogere waarden wegens industrielawaai).

Bij besluit van 27 juli 2015 heeft het college hogere waarden als bedoeld in de Wgh vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai voor vier woningen aan de Hoofdstraat te Heijen (hierna: het besluit hogere waarden wegens verkeerslawaai).

Tegen deze besluiten heeft ForFarmers beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaken zijn door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaken gelijktijdig ter zitting behandeld op 8 april 2016, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S. Peters en drs. A.M.G. Franssen, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts zijn ter zitting als partij gehoord [partij A], woonachtig aan [locatie 1] te Heijen en [partij B], woonachtig aan [locatie 2] te Heijen, beiden vertegenwoordigd door mr. R.T. Kirpestein, werkzaam bij Arag Rechtsbijstand.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het onderzoek heropend met het oog op het inwinnen van nadere schriftelijke inlichtingen als bedoeld in artikel 8:45 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het college heeft nadere inlichtingen verstrekt.

Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten. De Afdeling heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De bestreden besluiten zijn genomen in verband met de vaststelling van het bestemmingsplan "Herziening Hoogveld Woningen" op 12 oktober 2015. Dit plan is opgesteld als reparatieplan naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 14 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1745, waarin de Afdeling het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Hoogveld - De Groote Heeze 2012" gedeeltelijk heeft vernietigd, namelijk - voor zover hier van belang - wat betreft de plandelen met de bestemming "Wonen - 1" en de gebiedsaanduiding "woon- en leefklimaat". Daartoe heeft de Afdeling overwogen dat dit deel van het besluit is genomen is strijd met artikel 3:2 van de Awb, aangezien geen onderzoek was verricht naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor het woon- en leefklimaat voor de bewoners van de desbetreffende woningen.

Inleiding

2. ForFarmers exploiteert ter plaatse van de [locatie 3] te Heijen een productielocatie voor diervoeder, inclusief op- en overslag van diervoedergrondstoffen. De woningen waarop de besluiten hogere waarden betrekking hebben, liggen minimaal 133 m en maximaal 700 m verwijderd van haar bedrijf. ForFarmers acht een goed woon- en leefklimaat in en om de desbetreffende woningen vanwege deze relatief kleine afstand niet gegarandeerd. Daarom vreest zij klachten van bewoners omtrent geluidhinder en kosten voor de in dit verband eventueel te nemen maatregelen. ForFarmers heeft verder te kennen gegeven dat het toelaten van woningen op een industrieterrein haar uitbreidingsmogelijkheden beperkt. Voorts stelt ForFarmers dat de beide besluiten onzorgvuldig zijn voorbereid. ForFarmers heeft geen beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan "Herziening Hoogveld Woningen".

3. De (wettelijke) bepalingen waarnaar in deze uitspraak wordt verwezen, zijn opgenomen in de bijlage.

Ontvankelijkheid

4. Het college betoogt dat het beroep van ForFarmers niet-ontvankelijk is, omdat het niet steunt op een bij hem naar voren gebrachte zienswijze. Het voert hiertoe aan dat ForFarmers weliswaar over het ontwerpbestemmingsplan "Herziening Hoogveld Woningen" een zienswijze heeft ingebracht, maar niet over de ontwerpbesluiten hogere waarden.

4.1. De Afdeling stelt vast dat ForFarmers in haar zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan te kennen heeft gegeven tevens bezwaren te hebben tegen het ontwerpbesluit hogere waarden wegens industrielawaai. De termijn voor het indienen van een zienswijze tegen het ontwerpbesluit hogere waarden wegens industrielawaai was op dat moment nog niet verstreken. De zienswijze die ForFarmers naar voren heeft gebracht over het ontwerpbestemmingsplan moet naar het oordeel van de Afdeling daarom mede worden geacht te zijn gericht tegen dat ontwerpbesluit.

Het betoog van het college geeft derhalve geen aanleiding voor het oordeel dat het beroep van ForFarmers voor zover gericht tegen het besluit hogere waarden vanwege industrielawaai niet-ontvankelijk is.

4.2. Het beroep van ForFarmers voor zover gericht tegen de vaststelling van het besluit hogere waarden wegens wegverkeerlawaai steunt niet op een bij het college naar voren gebrachte zienswijze. Uit de artikelen van de Awb die in de bijlage zijn opgenomen, volgt dat door een belanghebbende geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit hogere waarden waarover hij bij het ontwerpbesluit geen zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten. Van deze omstandigheid is niet gebleken.

Het beroep van ForFarmers voor zover gericht tegen het besluit hogere waarden wegens wegverkeerslawaai is derhalve niet-ontvankelijk.

Het beroep, voor zover gericht tegen het besluit hogere waarden wegens industrielawaai

5. ForFarmers betoogt dat het ontwerpbesluit hogere waarden wegens industrielawaai door het college ten onrechte niet is gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl. Nu dit ontwerpbesluit bij het ontwerpbestemmingsplan hoort, heeft het college volgens ForFarmers gehandeld in strijd met artikel 3.8, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) door af te zien van publicatie langs elektronische weg. Voorts betoogt ForFarmers dat door het college te laat is gereageerd op de zienswijze die zij naar aanleiding van het besluit hogere waarden wegens industrielawaai heeft ingediend. Dit heeft er volgens ForFarmers toe geleid dat het voor haar onmogelijk was om - voordat de termijn voor het indienen van zienswijzen afliep - nader in te gaan op de reactie van het college.

5.1. De Afdeling stelt in de eerste plaats vast dat artikel 3.8, eerste lid, van de Wro handelt over de voorbereiding van een bestemmingsplan en niet van toepassing is op het besluit hogere waarden wegens industrielawaai. Van strijd met deze bepaling kan in dit geval dan ook geen sprake zijn. Voorts overweegt de Afdeling dat in de Awb, de Wgh, noch in enig ander wettelijk voorschrift een bepaling valt aan te wijzen op grond waarvan het college in een geval als hier aan de orde, verplicht is om de indieners van zienswijzen in de gelegenheid te stellen om te reageren op de reactie van het college daarop.

Het betoog faalt.

6. ForFarmers betoogt verder dat in de woningen waarvoor het besluit hogere waarden wegens industrielawaai is genomen geen goed woon- en leefklimaat kan worden gecreëerd. Zij vreest daarom klachten van bewoners wegens geluidsoverlast en dat zij kosten zal moeten maken om maatregelen te nemen. Voorts betoogt ForFarmers dat het toelaten van geluidgevoelige bestemmingen op een industrieterrein een belemmering veroorzaakt voor de ontwikkeling van de bedrijven die op het terrein aanwezig zijn.

6.1. De Afdeling overweegt dat in het kader van de procedure over het besluit hogere waarden wegens industrielawaai ter beoordeling staat of het college mocht overgaan tot vaststelling van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bij de woningen die in het plan "Herziening Hoogveld Woningen" zijn opgenomen. De bezwaren van ForFarmers die betrekking hebben op het toelaten van geluidgevoelige bestemmingen - namelijk woningen - op een industrieterrein en op het woon- en leefklimaat van de bewoners van die woningen, kunnen in dit kader geen rol spelen. Deze bezwaren hebben betrekking op de planologische besluitvorming door de raad en kunnen dan ook slechts aan de orde komen in het kader van een procedure tegen het bestemmingsplan.

Het betoog faalt.

7. ForFarmers betoogt dat het besluit hogere waarden wegens industrielawaai onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Zij voert hiertoe aan dat in het geluidsrapport van 7 februari 2015 - uitgevoerd door De Roever Omgevingsadvies - dat aan het besluit ten grondslag ligt, het zonebeheermodel en een overzicht van de bronniveaus van bedrijven die in het onderzoek zijn betrokken, ten onrechte niet zijn opgenomen. Daarom is de onderbouwing van het besluit hogere waarden wegens industrielawaai volgens ForFarmers ten onrechte niet reproduceerbaar.

7.1. Het college stelt zich op het standpunt dat uit het geluidsrapport dat aan het besluit hogere waarden wegens industrielawaai ten grondslag ligt, voldoende duidelijk blijkt of voor ForFarmers - en de andere bedrijven die op het industrieterrein aanwezig zijn - de juiste uitgangspunten zijn gehanteerd. Het college stelt hiertoe dat in het onderzoek is uitgegaan van het zonebeheermodel dat in oktober 2014 is vastgesteld. Ter zitting heeft het college nader toegelicht dat de geluidsbelasting zoals vergund in oktober 2014 ook thans nog actueel is, nu sinds die tijd één wijziging heeft plaatsgevonden die niet heeft geleid tot aanpassing van de geluidszone. Volgens de raad is dit in het geluidsrapport ook vermeld. Wat betreft ForFarmers is uitgegaan van de gegevens uit het geluidsrapport, behorend bij de revisievergunning die is verleend op 8 februari 2010. Ten slotte heeft het college ter zitting gesteld dat ForFarmers de door haar gewenste gegevens had kunnen opvragen.

7.2. Tussen partijen is niet in geschil dat het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het besluit hogere waarden wegens industrielawaai, niet kan worden gereproduceerd aan de hand van de gegevens in het geluidsrapport van 7 februari 2015 alleen. De Afdeling stelt voorts vast dat de mogelijkheid van het opvragen van de stukken - waarop het college ter zitting heeft gewezen - niet kenbaar is gemaakt in het geluidsrapport, in de stukken bij de bekendmaking van het besluit hogere waarden wegens industrielawaai of op enige andere wijze. Zoals eerder is overwogen in de uitspraak van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938, acht de Afdeling het ontoereikend dat een belanghebbende, zonder dat deze mogelijkheid aan hem is bekendgemaakt, contact moet opnemen met het bestuursorgaan om kennis te nemen van de gegevens die nodig zijn om een onderzoek dat aan een besluit ten grondslag ligt, te controleren. Dat geldt in dit geval eveneens ten aanzien van ForFarmers. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat zij door het college eerst ter zitting op deze mogelijkheid is gewezen. Nu het geluidsonderzoek niet kan worden gecontroleerd en gereproduceerd op grond van de gegevens in het geluidsrapport en in de bestuurlijke fase niet is gewezen op de mogelijkheid om de daarvoor benodigde gegevens op te vragen of in te zien, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. De conclusie is dat het besluit hogere waarden wegens industrielawaai in zoverre is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb.

De Afdeling ziet evenwel aanleiding om de schending van artikel 3:2 van de Awb te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Daartoe overweegt de Afdeling dat zowel het zonebeheermodel als het overzicht van de bronniveaus van bedrijven die in het onderzoek zijn betrokken, door het college alsnog aan ForFarmers ter beschikking zijn gesteld. ForFarmers heeft vervolgens de gelegenheid gekregen om hierop binnen twee weken schriftelijk te reageren. Dit heeft ForFarmers - ook na een herinnering bij het verstrijken van de termijn - nagelaten, waaruit de Afdeling afleidt dat tegen het onderzoek dat aan het besluit ten grondslag is gelegd geen bezwaren bestaan.

Voorts overweegt de Afdeling dat niet aannemelijk is dat andere belanghebbenden dan ForFarmers door de handelwijze van het college in hun belangen zijn geschaad. Aangenomen mag immers worden dat zij een zienswijze naar voren zouden hebben gebracht waarin zij het college zouden hebben gewezen op de omstandigheid dat het onderzoek aan de hand van louter de overgelegde gegevens niet reproduceerbaar was, dan wel dat zij - na desgevraagd inzage te hebben gekregen in de daarvoor benodigde gegevens - een zienswijze naar voren zouden hebben gebracht.

8. Het beroep is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.

9. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover dat is gericht tegen het besluit van 27 juli 2015, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Gennep hogere waarden als bedoeld in de Wet Geluidhinder heeft vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wegens verkeerslawaai voor vier woningen aan de Hoofdstraat te Heijnen;

II. verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep tot vergoeding van de bij ForFarmers Nederland B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 496,00 (zegge: vierhonderdzesennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep aan ForFarmers Nederland B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 331,00 (zegge: driehonderdeenendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.L.M. van Loo, griffier.

w.g. Kramer w.g. Van Loo

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 september 2016

418-831.

BIJLAGE

• Bij procesverloop

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 8:45

De bestuursrechter kan partijen en anderen verzoeken binnen een door hem te bepalen termijn schriftelijk inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden.

• Bij rechtsoverweging 4.2

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 6:13

Geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.

Artikel 8:1

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Artikel 8:6

1. Het beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank, tenzij een andere bestuursrechter bevoegd is ingevolge hoofdstuk 2 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak dan wel ingevolge een ander wettelijk voorschrift.

2. Bij elk van de bestuursrechters, genoemd in hoofdstuk 2 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, kan beroep worden ingesteld tegen een besluit waarover die rechter in hoger beroep oordeelt, indien hij toepassing heeft gegeven aan artikel 8:113, tweede lid.

Bijlage 2, artikel 2

Tegen een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

(…)

Wet geluidhinder

(…)

• Bij rechtsoverweging 5.1

Wet ruimtelijke ordening

Artikel 3.8

1. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat:

a. de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:12 van die wet, tevens in de Staatscourant wordt geplaatst en voorts langs elektronische weg geschiedt, en het ontwerp-besluit met de hierbij behorende stukken tevens langs elektronische weg wordt beschikbaar gesteld;

• Bij rechtsoverweging 7.2

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 6:22

Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature