E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RVS:2012:BW6946
LJN BW6946, Raad van State, 201105014/1/A3

Inhoudsindicatie:

Afwijzing verzoek van appellant om openbaarmaking van alle documenten betreffende een incident op een school waarbij een 16-jarige leerling gewond is geraakt door steken met een schaar, onder verwijzing naar art. 365, lid 4 en 5 van het WvSv. Het verzoek van appellant ziet op een viertal processen-verbaal alsmede een proces-verbaal van forensisch technisch onderzoek, opgemaakt naar aanleiding van het incident. Deze processen-verbaal maken deel uit van twee strafdossiers die aan de strafrechter zijn voorgelegd. Beide strafzaken zijn geƫindigd in een veroordeling.

De Rb. heeft met juistheid overwogen dat art. 365 van het WvSv een bijzondere en uitputtende regeling voor openbaarmaking bevat, die aan de Wob derogeert. Art. 365 van het WvSv geeft een exclusieve bevoegdheid aan de voorzitter van de strafkamer om een afschrift van de in dat artikel vermelde, tot het strafdossier behorende stukken aan derden te verstrekken. Van andere tot het strafdossier behorende stukken wordt, gelet op die uitputtende regeling, geen afschrift of uittreksel verstrekt. De Rb. heeft eveneens met juistheid vastgesteld dat de gegevens in een strafdossier ook onder de werking van de Wjsg vallen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen neemt het feit dat de regeling in art. 39b, lid 1 van de Wjsg geen aan de Wob derogerende regeling is, niet weg dat art. 365 van het WvSv voor de in die bepalingen genoemde stukken een uitputtende regeling geeft. Anders dan appellant betoogt kan ook de Aanwijzing hieraan niet afdoen omdat de Aanwijzing geen wettelijk voorschrift is. Evenmin volgt uit voormelde uitspraak van 7 juli 2010, nr. 200908243/1/H3, LJN: BN0488 dat de Wob in dit geval van toepassing is. De Wob is slechts van toepassing op persvoorlichting voor zover hierop geen andere bijzondere openbaarmakingsregelingen met een uitputtend karakter van toepassing zijn. Zoals hiervoor overwogen doet dat geval zich hier niet voor.

Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 19 januari 2011 in zaak nr. 201002672/1/H3, LJN: BP1316 vereist art. 10 van het EVRM niet dat alle informatie wordt verstrekt of wordt openbaar gemaakt en biedt dat artikel staten die partij zijn bij het verdrag de mogelijkheid bij wet beperkingen te verbinden aan het verstrekken dan wel openbaar maken van gegevens en documenten. Door de regeling in art. 365 van het WvSv is de beperking van het in art. 10, lid 1 van het EVRM vervatte recht om inlichtingen te ontvangen in dit geval bij de wet voorzien. Voorts is voldaan aan het vereiste dat de inbreuk op dat recht noodzakelijk is in het belang van het beschermen van de rechten van anderen, te weten de privacy van in het strafdossier genoemde personen. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat de minister art. 10 van het EVRM heeft geschonden door niet tot openbaarmaking van de gevraagde documenten over te gaan. Ongegrond hoger beroep.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie