E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RVS:2012:BW5644
LJN BW5644, Raad van State, 201012514/1/V4

Inhoudsindicatie:

Ingevolge art. 8.13, lid 3, aanhef en onder c, van het Vb 2000, voor zover thans van belang, legt de vreemdeling, bij de indiening van de aanvraag, een document over waaruit de duurzame relatie met een vreemdeling, als bedoeld in art. 8.7, lid 1, blijkt. (…) De vreemdeling heeft weliswaar een relatieverklaring overgelegd, als bedoeld in art. 8.13, lid 3, aanhef en onder f, van het Vb 2000, maar hij heeft geen document overgelegd, als bedoeld in art. 8.13, lid 3, aanhef en onder c, van het Vb 2000, zodat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie