E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RVS:2012:BW3337
LJN BW3337, Raad van State, 201012019/1/V2

Inhoudsindicatie:

Gelet op hetgeen de minister aan het bij de rechtbank bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van "more than normal emotional ties". Er is derhalve tussen de vreemdeling en haar moeder geen sprake van familie- en gezinsleven dat onder de bescherming van artikel 8 van het EVRM valt en met betrekking tot de verhouding tussen de vreemdeling en haar moeder is de tegenwerping van het ontbreken van een geldige mvv daarom niet in strijd met dit artikel. De beroepsgrond faalt. Nu reeds hiermee is komen vast te staan dat geen grond bestaat voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het beoogde verblijfsdoel, heeft de vreemdeling in dat kader geen belang meer bij verdere toetsing aan artikel 3.71, tweede lid, van het Vb 2000 .

Dit laat overigens onverlet dat de vreemdeling, indien zij verblijf bij haar partner beoogt, een nieuwe aanvraag kan indienen voor een daartoe strekkende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. In dat geval dient de minister alle in het kader daarvan voorliggende relevante feiten en omstandigheden te betrekken bij de beoordeling van die aanvraag, en op basis daarvan opnieuw een belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM te verrichten.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie