E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RVS:2012:BW0003
LJN BW0003, Raad van State, 201101303/1/V1

Inhoudsindicatie:

PROCEDURERICHTLIJN. Horen minderjarige. De minister heeft bij het afnemen van de gehoren rekening gehouden met de minderjarigheid van de vreemdelingen. Gezien het beleid in Vc 2000 C14/3 was de minister niet verplicht bij de inhoudelijke beoordeling van hun asielrelazen de door hen gewenste betekenis aan hun minderjarigheid te hechten. Artikel 17 van de procedurerichtlijn bevat geen regels over de inhoudelijke beoordeling van een asielrelaas.

In hoger beroep is niet in geschil dat de vreemdelingen zijn gehoord en evenbedoelde voornemens zijn opgesteld door ambtenaren die zijn opgeleid voor het afnemen van gehoren van minderjarigen. De Rb. heeft niet onderkend dat de minister aldus rekening heeft gehouden met de minderjarigheid van de vreemdelingen en dat hij gezien het hiervoor vermelde beleid niet verplicht was bij de inhoudelijke beoordeling van hun asielrelazen de door hen gewenste betekenis aan hun minderjarigheid te hechten. De minister heeft zich voorts in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat hun asielrelazen, bezien in het licht van hun minderjarigheid en de positie van minderjarigen in Afghanistan, positieve overtuigingskracht missen vanwege de vaagheid van hun verklaringen en het verschil in hun verklaringen over het lot van de boer. (… ) Gezien hetgeen hiervoor in 2.2.2 is overwogen, heeft de minister zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de asielrelazen van de vreemdelingen positieve overtuigingskracht missen en derhalve ongeloofwaardig zijn. Voormelde paragrafen 213 tot en met 219 doen daaraan niet af, reeds nu uit de uitspraak van de Afdeling van 31 oktober 2011 in zaak nr. 201012596/1/V1 (www.raadvanstate.nl) volgt dat het Handbook geen regels bevat die de minister binden bij zijn beoordeling van een asielrelaas. Voormelde overweging 14 en artikel 17 van de procedurerichtlijn doen daaraan evenmin af, reeds nu daarin geen regels zijn neergelegd over de inhoudelijke beoordeling van een asielrelaas. In hetgeen de vreemdelingen hebben aangevoerd over de positie van minderjarigen van wie de ouders zijn overleden, heeft de minister voorts terecht geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat zij behoren tot een groep die systematisch aan onmenselijke behandelingen worden blootgesteld. De minister heeft zich derhalve terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdelingen niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij in Afghanistan een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM lopen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie