< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 2 september 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn (hierna: het college) aan appellante op grond van artikel 8 van de Wet op de openluchtrecreatie (hierna: de Wor) vergunning verleend voor het houden van kampeerplaatsen.

Uitspraak



200400211/1.

Datum uitspraak: 18 augustus 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap "Bospark Beekbergen B.V.", gevestigd te Barneveld,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 2 december 2003 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 2 september 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn (hierna: het college) aan appellante op grond van artikel 8 van de Wet op de openluchtrecreatie (hierna: de Wor) vergunning verleend voor het houden van kampeerplaatsen.

Bij besluit van 16 juni 2003 heeft het college het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 december 2003, verzonden op 4 december 2003, heeft de rechtbank Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 8 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 29 januari 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 5 maart 2004 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 juli 2004, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. D.A.J.M. Melchers, advocaat te Arnhem, en het college, vertegenwoordigd door mr. J. Schoneveld, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Wor is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden.

   Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wor, voorzover hier van belang, verbinden burgemeester en wethouders aan een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, voorschriften over de soort en het aantal van de op het kampeerterrein toe te laten kampeermiddelen. Burgemeester en wethouders kunnen deze voorschriften wijzigen of intrekken.

   Ingevolge artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wor dient onder kampeermiddel te worden verstaan een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een bouwvergunning is vereist; een en ander voorzover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

2.2.    Vanaf medio december 1996 is door het college het beleid gevoerd dat het aan exploitanten van kampeerterreinen is toegestaan om - onder voorwaarden - (sta)caravans tot een maximale oppervlakte van 75 m2 te plaatsen.

   Het college heeft vervolgens op 5 juni 2002 vastgesteld de beleidsregel “Beperking maximaal toegestane oppervlakte stacaravans”. In dit beleid - dat op 12 juli 2002 is bekendgemaakt - is de maximaal toegestane oppervlakte van stacaravans gewijzigd van 75 m2 naar 55 m2. Het beleid voorziet in de mogelijkheid om - ter compensatie - meer toeristische standplaatsen op kampeerterreinen toe te staan. Voor stacaravans die op het moment van vaststelling van het beleid een oppervlakte van 55 m2 overschrijden, is een overgangsregeling getroffen (een zogenoemde sterfhuisconstructie). Het voornemen tot deze beleidswijziging is op 29 juni 2001 gepubliceerd in het gemeentelijke huis-aan-huisblad “Weekend Totaal” en alle (kampeerexploitatie)vergunninghouders zijn van dit voornemen bij brief van 28 juni 2001 op de hoogte gesteld.

2.3.    Ter uitvoering van het (aangescherpte) beleid heeft het college aan de vergunning van appellante het voorschrift verbonden dat op het kampeerterrein “Bospark Beekbergen” geen caravans mogen worden geplaatst die een groter vloeroppervlak hebben dan 55 m2. Appellante heeft in hoger beroep gehandhaafd haar standpunt dat op grond van de jurisprudentie niet kan worden geconcludeerd dat (sta)caravans met een oppervlakte groter dan 55 m2 niet meer zijn te beschouwen als caravans in de zin van de Wor en dat te abrupt tot een beleidswijziging is overgegaan, waardoor appellante onevenredig in haar belangen is geschaad.

2.4.    De Afdeling stelt voorop dat het college op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wor , de bevoegdheid toekomt om aan een vergunning voorschriften inzake de maatvoering te verbinden. Voorts staat het het college (in beginsel) vrij om binnen de grenzen van zijn bevoegdheid bestaand beleid te wijzigen. Aan de vastgestelde beperking van de maximaal toegestane oppervlakte ligt blijkens de beleidsregel ten grondslag de wens om het beleid in overeenstemming te brengen met de jurisprudentie terzake van het begrip “(sta)caravan” en het tegengaan van permanente bewoning van stacaravans en uitponding van recreatieterreinen. Naar het oordeel van de Afdeling kan in zijn algemeenheid niet worden gezegd dat het college daarmee tot een onredelijke beleidsbepaling is gekomen. Door het in dit geval onverkort toepassen van het hiervoor weergegeven beleid heeft het college evenwel onvoldoende oog gehad voor de belangen van appellante.

   Blijkens de stukken heeft appellante medio december 2000 het park “Bospark Beekbergen” aangekocht. Zij stelt dat de aankoopbeslissing en de indeling en verkaveling van het park, waarin aanzienlijke investeringen zijn gedaan, op de (destijds) toegestane maatvoering van 75 m2 zijn afgestemd. In verband met de (voorgenomen) aankoop van en investeringen in het park alsmede in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan “Stuwwalrand Parkzone Zuid”, waarvan het ontwerpplan nog uitging van een maximaal toelaatbare oppervlaktemaat van 75 m2, heeft volgens appellante veelvuldig overleg met de gemeente plaatsgevonden, waarbij zij nimmer is gewezen op een op handen zijnde beleidswijziging. Ook is naar appellante stelt op verzoek van de gemeente een bedrijfsplan opgesteld, dat (mede) is gebaseerd op het gegeven dat er een toenemende vraag is naar ruime en luxe (sta)caravans. Het college heeft vorengenoemde door appellante ook al eerder in de procedure naar voren gebrachte feiten en omstandigheden niet weersproken. Het college heeft evenwel geen aanleiding gevonden te bezien of en in hoeverre appellante door onverkorte toepassing van de nieuwe, ten tijde van haar investeringen voor appellante niet voorzienbare, beleidslijn onevenredig in haar belangen zou worden getroffen. Met name heeft het college nagelaten na te gaan of de in de beleidsregels voorziene overgangs- en compensatiemaatregelen als passend zijn aan te merken in het specifieke geval van appellante, een startende parkexploitant die op basis van de oude beleidsuitgangspunten belangrijke investeringen heeft gedaan en gezien het uitvoerige overleg met de gemeente ook heeft mogen doen gericht op plaatsing van stacaravans tot 75 m², maar die ten tijde van de beleidswijziging de beoogde plaatsing nog maar ten dele had kunnen realiseren. Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat het college bij de verlening van de vergunning onder vergunningsvoorschriften die voortvloeien uit de – onverkorte – toepassing van de nieuwe beleidsregels de door appellante met betrekking tot haar situatie naar voren gebrachte omstandigheden onvoldoende heeft onderzocht en - dusdoende - evenmin behoorlijk heeft gemotiveerd waarom de gevolgen van dit besluit niet onevenredig zijn met de door dit besluit te dienen doelen. Het besluit is dan ook genomen in strijd met het bepaalde in de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht .

2.5.    Het voorgaande betekent dat de rechtbank het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. De aangevallen uitspraak wordt, evenals de beslissing op bezwaar vernietigd, terwijl het inleidende beroep alsnog gegrond wordt verklaard. Het college dient met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van appellante.

2.6.    Het college dient op de na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 2 december 2003, reg. nr. 03/1010 BESLU 229;

II.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

III.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn van 16 juni 2003, kenmerk Vrb/360658/5584;

IV.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn in de door appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep en het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1288,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Apeldoorn te worden betaald aan appellante;

V.    gelast dat de gemeente Apeldoorn aan appellante het door haar voor de behandeling van het hoger beroep en het beroep betaalde griffierecht € 580,00 (€ 232,00 + 348,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Voorzitter, en mr. J.H.B. van der Meer en mr. F.P. Zwart, Leden, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Molenaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink    w.g. Molenaar

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2004

369.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature