< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Aanwezigheid procesbelang ten onrechte beoordeeld op grond van de motieven voor het verzoek om toepassing bestuursdwang.

Verzoek tot toepassing bestuursdwang afgewezen. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat haar niet gebleken was dat appellant belang had bij de procedure.

De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellant door middel van de door hem bij de rechtbank gevoerde procedure slechts beoogde rechtszekerheid te krijgen met betrekking tot toekomstige onzekere gebeurtenissen, te weten een eventuele bestemmingsplanwijziging of een vergunningverlening met toepassing van de vrijstellingsprocedure. De rechtbank heeft ten onrechte op grond van de motieven van appellant om verweerder te verzoeken bestuursdwang toe te passen, geoordeeld dat appellant geen procesbelang heeft. Appellant beoogt met deze procedure te bereiken dat het besluit van burgemeester en wethouders waarin zijn verzoek tot toepassing van bestuursdwang is afgewezen, wordt vernietigd en dat alsnog een besluit tot handhaving wordt genomen.

Hij heeft derhalve belang bij deze procedure.

Hoger beroep is kennelijk gegrond.

Uitspraak



Raad

van State

200101339/2.

Datum uitspraak: 7 augustus 2001

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

A, wonend te B,

appellant,

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 1 februari 2001 in het geding tussen:

appellant,

en

burgemeester en wethouders van Westvoorne.

1. Procesverloop

Bij brief van 31 maart 1999 heeft appellant burgemeester en wethouders van Westvoorne (hierna: burgemeester en wethouders) verzocht het gebruik van het perceel aan de […]laan 1 te B te controleren en indien nodig passende actie te ondernemen.

Bij besluit van 29 juni 1999 hebben burgemeester en wethouders het verzoek van appellant aangemerkt als een verzoek tot het toepassen van bestuursdwang en hebben zij dit verzoek afgewezen.

Bij besluit van 22 februari 2000 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 februari 2001, verzonden op 6 februari 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te Rotterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 15 maart 2001, bij de Raad van State ingekomen op 19 maart 2001, hoger beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat haar niet gebleken was dat appellant belang had bij de procedure. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellant door middel van de door hem bij de rechtbank gevoerde procedure slechts beoogde rechtszekerheid te krijgen met betrekking tot toekomstige onzekere gebeurtenissen, te weten een eventuele bestemmingsplanwijziging of een vergunningverlening met toepassing van de vrijstellingsprocedure.

2.2. De rechtbank heeft ten onrechte op grond van de motieven van appellant om verweerder te verzoeken bestuursdwang toe te passen, geoordeeld dat appellant geen procesbelang heeft. Appellant beoogt met deze procedure te bereiken dat het besluit van burgemeester en wethouders waarin zijn verzoek tot toepassing van bestuursdwang is afgewezen, wordt vernietigd en dat alsnog een besluit tot handhaving wordt genomen. Hij heeft derhalve belang bij deze procedure. De rechtbank had moeten beoordelen of het bestreden besluit in rechte stand kon houden.

2.3. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling wijst de zaak terug naar de rechtbank.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig, nu niet is gebleken van kosten die daarvoor in aanmerking komen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 1 februari 2001, GEMWT 00/777-LAME;

III. wijst de zaak naar de rechtbank terug;

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk w.g. Lodder

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2001

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht).

- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.

- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.

- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.

17-365.

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature