< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Kinderrechter vindt dat minderjarige in gesloten accommodatie beter af is dan in justitiële instelling.

Uitspraak



RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/396946 / JE RK 22-723

Datum uitspraak: 16 mei 2022

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT TILBURG,

gevestigd te Tilburg, gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] , advocaat: mr. C.J.M. Jansen te Tilburg.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[minderjarige] ;

mevrouw [oma en voogdes] , oma en voogdes van [minderjarige] , hierna te noemen oma.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 22 april 2022, ingekomen bij de griffie op 22 april 2022;

- de verklaring van 22 april 2022 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring van 13 april 2022 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 16 mei 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.

Verschenen zijn:

[minderjarige] , die telefonisch is gehoord, en zijn advocaat;

de oma;

een vertegenwoordigster van de GI.

De feiten

Bij beschikking van 10 februari 2009 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de oma.

[minderjarige] verblijft strafrechtelijk in [instelling] te Spijkenisse.

Bij beschikking van 23 maart 2017 is [minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld. Deze maatregel is daarna verlengd, voor het laatst tot 5 februari 2023.

Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling, uiterlijk tot 5 februari 2023.

Het standpunt van de verzoeker

Ter onderbouwing van het verzoek is door de GI schriftelijk en mondeling aanvullend

het navolgende aangevoerd.

[minderjarige] is het grootste deel van zijn jeugd opgegroeid bij de oma in [plaats] . Al op jonge leeftijd is hij in contact gekomen met politie en justitie. Uit een persoonlijkheidsonderzoek (april 2019) is gebleken dat bij [minderjarige] sprake is van onder meer ADHD, een norm overschrijdende gedragsstoornis, beperkte leerbaarheid (TIQ 69). Het recidiverisico werd als erg hoog ingeschat. Gebleken is gedurende uithuisplaatsingen van [minderjarige] dat hij baat heeft bij toezicht, strakke regels en structuur. In de thuissituatie kan dit aan hem onvoldoende worden geboden, wat deels met zijn cultuur en deels met zijn huidige leeftijdsfase verband lijkt te houden.

[minderjarige] heeft van in de tweede helft van 2021 bij zijn broer [broer] verbleven. In het begin hield hij zich goed aan de regels van zijn broer. Echter verviel hij snel in zijn oude gedrag en liet hij alleen nog positief gedrag zien wanneer zijn broer thuis aanwezig was. Op andere momenten ging [minderjarige] volledig zijn eigen gang. Tevens kwamen er klachten van buurtbewoners, waarop zijn broer [broer] vreesde voor maatregelen vanuit de verhuurder. Daarbij verbleef [minderjarige] steeds vaker zonder toestemming bij de oma, terwijl het haar niet lukte over hem het gezag uit te oefenen en voldoende zicht op hem te houden. Feitelijk gebruikte [minderjarige] het adres van de oma alleen om te eten en om te slapen. Broer [broer2] , die toen ook vaak bij [minderjarige] was, heeft geprobeerd hem te begeleiden door hem veel mee te nemen naar zijn werk, zodat hij zo vaak mogelijk van straat was. Dit bleek helaas onvoldoende; [minderjarige] werd wederom opgepakt voor een overval met geweld en is er hem, na een strafrechtelijke schorsing, elektronisch toezicht opgelegd. In de afgelopen jaren heeft [minderjarige] veel kinderen bedreigd en/of mishandeld. Mede daardoor heeft hij bij leeftijdsgenoten in de regio Tilburg een negatieve reputatie opgebouwd.

Sinds november 2021 zoekt de jeugdzorgwerker actief naar passende zelfstandigheidstraining voor [minderjarige] , ondanks dat nog niet duidelijk is of hij daar al aan toe is en of dit voor hem haalbaar is. Echter wordt dit, afgezien van een nieuwe plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp, op dit moment als enige andere optie gezien, nu het [minderjarige] maar niet lukt zijn leven zonder duidelijke grenzen en beperkingen op orde te krijgen. Zelf heeft hij aangegeven graag naar kamertraining in de omgeving van Tilburg te willen. Hierop zijn er vier zelfstandigheidstrainingen en verschillende open groepen benaderd. Echter gaven alle instellingen eensluidend aan dat ofwel zijn IQ te laag was bevonden ofwel er met een plaatsing niet akkoord werd gegaan uit oogpunt van de veiligheid voor de andere jeugdigen. Praktijk Leren (MEE) heeft aangegeven te stoppen met de begeleiding van [minderjarige] , omdat hij veel meer begeleiding en ondersteuning nodig gaat hebben om ooit op de arbeidsmarkt terecht te kunnen. [minderjarige] is bovendien te vaak afwezig, zoals in dit geval omdat hij zich opnieuw in voorlopige hechtenis bevindt op verdenking van het plegen van meerdere strafbare feiten.

[minderjarige] heeft aan zijn advocaat verteld dat hij inziet dat het zo niet langer meer kan.

Het is zijn wens om weer bij de oma te gaan wonen. Hij mist haar en hij wil voor haar zorgen. Daarentegen ziet hij ook in dat hij veel meer aan begeleiding, iemand die hem erop wijst wat hij wel of niet moet doen, nodig gaat hebben dan hij daar kan krijgen. Het lijkt hem daarom het beste dat hij opnieuw bij [instelling] te Deurne wordt geplaatst en dat hij daar de behandeling krijgt, die eerder niet mogelijk was, omdat hij daar toen nog niet volledig achter stond.

De jeugdzorgwerker onderschrijft dat een plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp de enige manier is om [minderjarige] op het juiste pad te krijgen. Vergeleken met andere jongeren heeft hij meer tijd nodig om zich een nieuwe levensstijl eigen te maken. Niet wordt uitgesloten dat hij pas klaar zal zijn voor zelfstandigheidstraining na zijn achttiende verjaardag. Tot die tijd wordt geslotenheid als enige optie gezien om hem vanuit een ondertoezichtstelling te kunnen begeleiden en hem de juiste opvoeding en verzorging alsook passende ondersteuning richting een diploma en/of werk te bieden. Het is in zijn belang aangewezen dat de huidige strafrechtelijke plaatsing in [instelling] zo snel mogelijk eindigt en dat hij aansluitend bij [instelling] te Deurne wordt geplaatst. Dit klemt temeer nu gebleken is dat [minderjarige] bij de huidige groep geen of althans te weinig aansluiting vindt en het erop lijkt dat hij daardoor overvraagd is geraakt. De GI acht het daarom tevens van belang dat er beter zicht wordt verkregen op wat [minderjarige] nog nodig in de toekomst heeft, bij voorkeur middels een dubbel persoonlijkheidsonderzoek. Dit onderzoek vindt al plaats in het kader van het strafrechtelijk traject. Er is bij [instelling] te Deurne per direct een plaats beschikbaar als het onderhavige verzoek wordt toegewezen..

De standpunten van de belanghebbenden

[minderjarige] heeft verklaard dat hij positief staat ten aanzien van een plaatsing bij [instelling] te Deurne. Anders dan tijdens de eerdere plaatsing in deze instelling het geval was richt hij zich nu serieus op zijn toekomst, wat maakt dat hij oprecht gemotiveerd is om aan een therapeutisch behandeltraject volledig mee te werken. Met het verzoek tot het verlenen van een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling stemt hij daarom in.

De advocaat van [minderjarige] heeft naar voren gebracht dat [minderjarige] weliswaar het liefst bij de oma zou willen verblijven, maar dat hij inziet dat therapeutische behandeling in het kader van een gesloten plaatsing in [instelling] te Deurne op dit moment het meest in zijn belang is. [minderjarige] is wegens de eerdere plaatsing bekend met deze instelling, hij heeft daar een positieve vertrouwensband opgebouwd met [mentor] , zijn toenmalige mentor. [minderjarige] zelf heeft al aangegeven achter het onderhavige verzoek te staan.

De oma heeft opgemerkt dat zij begrijpt dat een plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor [minderjarige] op dit moment noodzakelijk is. Zij hoopt dat hij zo snel mogelijk in [instelling] de hulp en behandeling krijgt die hij nodig heeft en dat, zodra hij daaraan toe is, hij de verlofweekenden bij haar zal doorbrengen.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

In het licht van het vorenstaande wordt overwogen dat de inhoud van de stukken en het verhandelde tijdens de mondeling behandeling tot de overtuiging strekken dat de regels, structuur en het toezicht gedurende het verblijf van [minderjarige] bij zijn broer [broer] en bij zijn oma in die zin onvoldoende zijn gebleken, dat sprake is geweest van een terugval in strafrechtelijk verwijtbaar gedrag, met als gevolg dat [minderjarige] zich thans opnieuw in voorarrest bevindt. [minderjarige] zelf heeft er tijdens de mondelinge behandeling blijk van gegeven tot het inzicht te zijn gekomen dat een machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp op dit moment voor hem noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat hij in een voor hem vertrouwde structuur biedende omgeving met de juiste therapeutische behandeling aan zichzelf kan werken en hij op die wijze kan worden voorbereid op het maken van een start met zelfstandigheidstraining op of na het bereiken van zijn achttiende levensjaar. Aldus is hij beter af dan verblijf in een justitiële instelling. De gedragswetenschapper heeft ingestemd met het verzoek. Dit blijkt uit zijn verklaring van 13 april 2022.

Met inachtneming van het vorenstaande acht de kinderrechter aan de hiervóór genoemde wettelijke vereisten voor het verlenen van een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling voldaan. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 17 mei 2022 tot 5 februari 2023;

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2022 door mr. Toekoen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Baremans, als griffier. De schriftelijk uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 mei 2022.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature