E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBZWB:2021:5282
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02/167771-20

Inhoudsindicatie:

Uit het procesdossier en het verhandelde ter zitting kan immers niet worden vastgesteld op welke manier verdachte betrokken zou zijn geweest bij de illegale dumping, alleen of met anderen, en welke bijdrage hij daaraan zou hebben geleverd. Zo onderhield verdachte contact met een persoon, wiens bedrijf op hetzelfde bedrijventerrein aan het Sprendlingenpark te Tilburg was gevestigd. Het is goed mogelijk dat (ook) deze persoon betrokken¬heid heeft gehad bij het vervoeren en dumpen van het drugsafval. Verdachte kan ook anderen hierbij behulp¬zaam zijn geweest, door het verschaffen van gelegenheid (bijvoorbeeld het ter beschikking stellen van de bakwagen) of anderszins. De rechtbank acht het dan ook zeker niet uit¬gesloten dat verdachte in een andere strafrechtelijke variant, bijvoorbeeld als mede¬plichtige, betrokken is geweest bij het vervoeren en/of dumpen van het drugsafval. Gelet op andere mogelijke scenario’s, die door de politie ook niet zijn onderzocht, heeft de rechtbank te veel twijfel of verdachte ook daadwerkelijk degene is geweest die de containers met afvalstoffen heeft vervoerd én daarna onbeheerd heeft achtergelaten aan de Sportlaan te Oisterwijk. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat de vrouw van verdachte niet is gehoord over zijn ‘alibi’ ten tijde van de drugsdumping.

Nu niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte zelfstandig dan wel samen met anderen zich schuldig heeft gemaakt aan het vervoer en de dumping van het drugsafval, wordt verdachte vrijgesproken.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie