< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

AVG

Uitspraak



RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 21/1058 AVG V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2021 op het verzet van

[naam opposant ] , te [plaatsnaam 1] , opposant.

Procesverloop

Opposant heeft bij brief van 20 december 2020 aan de gemeente [plaatsnaam 2] , ontvangen bij de gemeente op 22 december 2020, bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een dwangsombeschikking door het college. De voorzitter van de commissie bezwaarschriften van de gemeente [plaatsnaam 2] heeft de brief van 20 december 2020 aangemerkt als een beroepschrift en doorgezonden aan de rechtbank. De rechtbank heeft het beroepschrift op 4 maart 2021 ontvangen.

Bij uitspraak van 27 juli 2021 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

De verzetrechter heeft afgezien van het horen van opposant.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat het griffierecht niet (tijdig) is betaald.

2. In deze verzetzaak dient uitsluitend te worden beoordeeld of de rechtbank in de uitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden kan de rechtbank in deze zaak alleen toekomen als het verzet gegrond is.

3. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat hij bij brief van 10 juli 2021 een beroep heeft gedaan op betalingsonmacht.

4. De verzetrechter is gebleken dat de brief van opposant van 10 juli 2021 met het beroep op betalingsonmacht abusievelijk in een verkeerd dossier is gevoegd.

5. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 27 juli 2021 ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, niet-ontvankelijk was. De zaak is dus ten onrechte zonder zitting afgedaan. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan. Dit houdt in dat de brief van opposant van 10 juli 2021 waarin hij een beroep doet op betalingsonmacht zal worden betrokken bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep.

Ter voorlichting merkt de rechtbank nog op dat ook na verdere behandeling het eindoordeel kan zijn dat het beroep niet-ontvankelijk is.

6. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Kok, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 17 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



∧ naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature