E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBZWB:2021:4042
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02/114781-21

Inhoudsindicatie:

Van de drie ten laste gelegde woninginbraken acht de rechtbank één woninginbraak (dmv inklimming) bewezen. Van de andere twee woninginbraken wordt verdachte vrijgesproken. Het bewijs voor die feiten was gebaseerd op herkenningen door verbalisanten van verdachte als de dader bij het bekijken van camerabeelden van die inbraken. De officier van justitie heeft pas ter zitting (na de feitenbehandeling) verklaard dat er ontlastende informatie was bestaande uit een interne notitie van een collega waarin vermeld werd dat de zaak na behandeling in de raadkamer gevangenhouding aan een specialist op het gebied van herkenningen was voorgelegd. Die specialist heeft wel overeenkomsten tussen de foto van verdachte en de beelden van de dader(s) van de feiten 2 en 3 vastgesteld, maar daarnaast ook verschillen geconstateerd waardoor volgens hem niet tot een herkenning van verdachte als dader kan worden geconcludeerd. De officier van justitie wist dit al in de week voor de zitting. Zij heeft er echter bewust voor gekozen om te wachten met het delen van die informatie totdat de rechtbank de gelegenheid had gehad zelf de camerabeelden van die inbraken te bekijken en te vergelijken met de ter zitting aanwezige verdachte. De rechtbank is van oordeel dat hier sprake is van een vormverzuim, maar niet van een onherstelbaar vormverzuim, zodat alleen al om die reden de door de raadsman verzochte niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie niet aan de orde is. De rechtbank houdt wel bij de op te leggen straf rekening met deze niet-magistratelijke handelwijze van de officier van justitie. Straf: gevangenisstraf gelijk aan voorarrest.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie