< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

RWN

Uitspraak



RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/5766 RWN

uitspraak van 11 september 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Eiser] , te [Plaatsnaam] , eiser,

gemachtigde: mr. E. Schriemer,

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 24 maart 2020 (bestreden besluit) van de minister inzake het afwijzen van zijn verzoek om vrijstelling van het examen oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt (ONA).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 3 september 2020. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P.M.S. Slagter.

Overwegingen

1. Feiten

Eiser heeft - naar de rechtbank aanneemt - voor 1 januari 2013 een verblijfvergunning gekregen.

Op 3 november 2016 is eiser door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg ontheven van de inburgeringsplicht, omdat het college op grond van door eiser aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel is gekomen dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen.

Per 1 januari 2015 is het examen ONA ingevoerd als verplicht onderdeel van het inburgeringsexamen. Deze verplichting gold niet voor eiser.

Eiser wil - naar de rechtbank begrijpt - naturaliseren tot Nederlander en moet daarom aantonen dat hij voldoende is ingeburgerd.

Eiser heeft de minister (DUO) verschillende keren gevraagd om advies over de door hem geleverde inspanning. Hij heeft laatstelijk op 23 augustus 2019 een negatief advies gekregen, omdat hij nog niet minimaal 4 keer heeft geprobeerd alle examens te halen.

Op 16 november 2019 heeft eiser de minister (DUO) verzocht om een gedeeltelijke vrijstelling.

De minister heeft dit verzoek geregistreerd als een verzoek om vrijstelling van het examen ONA. Bij besluit van 11 december 2019 (primair besluit) heeft de minister dit verzoek afgewezen, omdat er geen gegevens bekend zijn over werkuren van eiser.

Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft eiser aangevoerd dat uit de brief van de gemeente Elburg uit 2016 blijkt dat hij 618 werkuren heeft gemaakt, waardoor hij in aanmerking komt voor vrijstelling van het examen ONA.

Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond verklaard, omdat er geen verloonde uren bekend zijn in de polisadministratie van het UWV.

2. Beroepsgronden

Eiser heeft in beroep aangevoerd dat hij van mening is dat hij wel voor vrijstelling van het examenonderdeel ONA in aanmerking komt, omdat er sprake is van werkuren. De minister heeft dat miskend. Ook vindt eiser dat hij door de minister ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om zijn bezwaar mondeling toe te lichten op een hoorzitting.

In de brief van 31 augustus 2020 geeft eiser aan dat hij geen ontheffing of vrijstelling verzoekt omdat hij een half jaar arbeid in loondienst heeft verricht, maar omdat hij meer dan 2,5 jaar geleden is begonnen met de inburgeringscursus, meer dan zes uur cursus heeft gedaan en meer dan vier keer examens heeft afgelegd en desondanks niet is geslaagd. Eiser verwijst naar artikel 6, tweede lid, van de Wet Inburgering (WIB).

3. Wettelijk kader

Artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap bepaalt dat voor verlening van het Nederlanderschap slechts in aanmerking komt de verzoeker die als ingeburgerd kan worden beschouwd op grond van het feit dat hij beschikt over een bij algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen mate van kennis van de Nederlandse taal (…), alsmede van de staatsinrichting en maatschappij van Nederland (…) en hij zich ook overigens in (…) deze samenleving heeft doen opnemen.

Artikel 2, tweede lid, van het Besluit naturalisatietoets luidt:

Of een verzoeker beschikt over de mate van kennis van de taal alsmede van de staatsinrichting en maatschappij, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld aan de hand van een door Onze Minister op te stellen naturalisatietoets.

Artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit Naturalisatietoets luidt:

Het verzoek wordt niet afgewezen om de reden dat de naturalisatietoets niet is behaald, indien ten genoegen van Onze Minister is aangetoond dat het op grond van door de verzoeker geleverde inspanningen voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is de naturalisatietoets te behalen.

Artikel 2, eerste lid, van de Regeling Naturalisatietoets Nederland bepaalt:

De verzoeker heeft de naturalisatietoets, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit naturalisatietoets behaald indien hij het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede

lid, van de Wet inburgering met goed gevolg heeft afgelegd.

Artikel 7, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet inburgering (WIB) luidt:

Het inburgeringsexamen bestaat (onder andere) uit het volgende onderdeel: de examinering van de kennis van de Nederlandse samenleving.

Artikel 3.9, derde lid, van het Besluit inburgering bepaalt:

Het inburgeringsexamen bestaat voor wat betreft de examinering van de kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, van de WIB , uit de volgende onderdelen:

a. kennis van de Nederlandse maatschappij;

b. oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Artikel 4, achtste lid, van de Regeling Naturalisatietoets Nederland bepaalt:

Van het afleggen van het onderdeel van het inburgeringsexamen oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 3.9, derde lid, onderdeel b, van het Besluit inburgering , zijn vrijgesteld:

(…)

c. de verzoeker die gedurende een periode van twaalf maanden voorafgaande aan het verzoek tot vrijstelling in tenminste zes maanden minimaal 48 uur per maand werkzaamheden in loondienst heeft verricht.

4. De aanvraag

De rechtbank moet als eerste vaststellen wat eiser nu precies heeft aangevraagd op

16 november 2019.

De minister heeft geen kopie van een papieren aanvraag of een print van een digitale aanvraag overgelegd. Het enige stuk dat beschikbaar is over de aanvraag is een print screen waaruit blijkt dat eiser heeft verzocht om een ‘gedeeltelijke vrijstelling’. Ter zitting heeft de minister uitgelegd dat deze aanduiding in de context van een naturalisatieaanvraag uitsluitend en alleen kan verwijzen naar een verzoek om vrijstelling van het examenonderdeel ONA. De minister wijst erop dat hij (DUO) in naturalisatieprocedures slechts een adviserende rol heeft als het gaat om algehele vrijstellingen van de naturalisatietoets.

De rechtbank constateert dat ook eiser in het bezwaarschrift en het beroepschrift spreekt over een verzoek tot vrijstelling van het examenonderdeel ONA. Eiser verklaart vervolgens voldoende werkuren gemaakt te hebben.

De gemachtigde van eiser stelt echter in de brief van 31 augustus 2020 dat eiser niet vraagt om vrijstelling of ontheffing omdat hij werkzaamheden heeft verricht in loondienst, maar omdat is gebleken dat hij voldoende inspanningen heeft geleverd en redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht om de inburgeringsexamens te halen.

De rechtbank houdt het ervoor dat eiser op 16 november 2019 niet het formulier ‘advies aantoonbaar geleverde inspanningen’ heeft ingevuld, maar het formulier ‘aanvraag vrijstelling ONA’, waarmee een gedeeltelijke vrijstelling van het

inburgeringsexamen kan worden aangevraagd. Dat eiser wellicht een ander verzoek had willen doen, doet er niet aan af dat hij blijkbaar op 16 november 2019 dit formulier heeft ingediend. Zo is zijn aanvraag door de minister (DUO) geregistreerd en noch in bezwaar en noch in beroep heeft eiser aannemelijk gemaakt dat hij een andere aanvraag heeft gedaan. Daarbij merkt de rechtbank op dat, anders dan de gemachtigde van eiser lijkt te veronderstellen, niet de minister (DUO) in naturalisatiezaken de beslissing neemt om een naturalisatieverzoek toe te wijzen ondanks dat de naturalisatietoets niet is gehaald, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (IND).

De rechtbank gaat er daarom vanuit dat eiser op 16 november 2019 heeft verzocht om vrijstelling van het examenonderdeel ONA.

5. Beoordeling beroep

Gelet op artikel 4, achtste lid, van de Regeling Naturalisatietoets Nederland is de verzoeker die in het jaar voorafgaand aan het verzoek in tenminste zes maanden minimaal 48 uur per maand werkzaamheden in loondienst heeft verricht, vrijgesteld van het examenonderdeel ONA.

Eiser heeft geen stukken overgelegd waaruit kan blijken dat hij in de periode 16 november 2018 tot 16 november 2019 werkzaamheden in loondienst heeft verricht. De minister heeft een print screen van Suwinet overgelegd waaruit blijkt dat eiser niet bij het UWV is geregistreerd als werknemer.

Gelet hierop heeft de minister terecht vastgesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het examenonderdeel ONA. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 11 september 2020 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit Naturalisatietoets

zie de Portefeuilleverdeling bewindspersonen ministerie van Justitie en Veiligheid, gepubliceerd op 11 juni 2019 op www.rijksoverheid.nl


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature