E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBZWB:2020:6919
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8612565 OV VERZ 20-4013

Inhoudsindicatie:

Art. 7:230a BW. Huur bedrijfsruimte voor onbepaalde tijd. Na opzegging door verhuurder stelt huurder dat partijen (nader) hebben afgesproken dat verhuurder de overeenkomst niet kan opzeggen. Huurder verzoekt (voorwaardelijk, voor het geval dat in de door huurder aangevangen dagvaardingsprocedure wordt vastgesteld dat de huurovereenkomst is geëindigd) verlenging van de ontruimingstermijn. Verhuurder vraagt in een tegenverzoek om voor recht te verklaren dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd, omdat de dagvaardingsprocedure de ontruiming slechts vertraagt. Kantonrechter: Ook in een 230a-procedure kan worden beslist op de voorvraag of de huurovereenkomst is geëindigd. Daardoor vervalt het voorwaardelijke karakter van het verzoek van huurder. Het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn is daarom alleen ontvankelijk indien vast staat dat de huur is geëindigd. Het verzoek van huurder tot aanhouding van deze 230a-procedure in afwachting van de afloop van de dagvaardingsprocedure, wordt afgewezen. Geoordeeld wordt dat de opzegging in strijd is met de nadere afspraak. Beslissing: huurder niet ontvankelijk; verzoek verhuurder afgewezen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie