< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

De GI heeft het perspectiefbesluit nog niet genomen. De kinderrechter betreurt dit, aangezien de aanvaardbare termijn van onzekerheid voor de minderjarigen gaat dringen. Nu is door de moeder gesteld dat zij er bewust voor heeft gekozen haar partner voorlopig nog niet bij de minderjarigen te betrekken. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de GI thans met grote voortvarendheid het perspectief kan bepalen.

Uitspraak



beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaakgegevens : C/02/363016 / JE RK 19-1728

datum uitspraak: 15 oktober 2019

beschikking verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING INTERVENCE, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),

gevestigd te Middelburg,

betreffende

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2013 te Goes, hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2014 te Goes, hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

[belanghebbende 2] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] ,

[pleegouders 1] , hierna te noemen de pleegouders van [minderjarige 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

[pleegouders 2] , hierna te noemen de pleegouders van [minderjarige 2] ,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 11 september 2019, ingekomen bij de griffie op 13 september 2019;

- de brief van de GI d.d. 11 oktober 2019 met bijlage, ingekomen bij de griffie op 14 oktober 2019;

- de brief van de GI d.d. 9 oktober 2019, ingekomen bij de griffie op 14 oktober 2019.

Op 15 oktober 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder,

- de vader,

- de pleegmoeder van [minderjarige 1] ,

- de pleegmoeder van [minderjarige 2] ,- een tweetal vertegenwoordig(st)ers van de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

Bij beschikking van 3 mei 2019 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 3 mei 2020.

De kinderrechter heeft bij voornoemde beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg verleend tot 3 november 2019.

Op grond van voornoemde machtiging verblijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in afzonderlijke pleeggezinnen.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling, te weten met ingang van 3 november 2019 en tot 3 mei 2020.

Het standpunt van belanghebbenden

De GI stelt dat het onderzoek naar het perspectief van de minderjarigen in een afrondende fase bevindt. Doordat de moeder een nieuwe relatie heeft en niet duidelijk is hoe de vader en de minderjarigen hier tegen aan kijken acht de GI aanvullend onderzoek nodig, waardoor het perspectiefbesluit op zich heeft laten wachten. De GI verwacht echter binnen enkele weken het opvoedbesluit te kunnen nemen en de ouders hieromtrent te informeren. De minderjarigen verblijven inmiddels een jaar in de huidige pleeggezinnen. Zij profiteren hier van de geboden structuur en ontwikkelen zich positief. Aangezien in de komende tijd meer duidelijkheid komt over hun perspectief is het thans niet in hun belang om hun verblijf te wijzigen. De GI acht toewijzing van het resterende deel van het verzoek dan ook noodzakelijk. Op het moment dat blijkt dat thuisplaatsing van de minderjarigen bij de moeder mogelijk is, zal de GI dit ongeacht de machtiging bewerkstellingen.

De moeder is van mening dat de GI in de afgelopen periode niet voortvarend te werk is gegaan. Inmiddels zijn de minderjarigen al een jaar uit huis geplaatst en er is nog steeds geen duidelijkheid omtrent het perspectief. Het feit dat de moeder een nieuwe relatie heeft, heeft volgens de GI geleid tot vertraging. Dit is onterecht, aangezien zij er bewust voor heeft gekozen de minderjarigen (nog) niet bij haar nieuwe relatie te betrekken. De moeder heeft in de afgelopen tijd hard gewerkt om haar leven op de rit te krijgen. Ze heeft inmiddels een eigen woning en ervaart meer rust. Hoewel de moeder vreest voor de gevolgen die zij mogelijk kan ondervinden door het aangaan van een nieuwe behandeling, zal zij dit in de komende tijd wel overwegen. De moeder begrijpt dat de minderjarigen niet per direct naar huis kunnen komen. Zij betreurt dat er nog altijd geen structurele omgangsregeling met de minderjarigen bestaat. De minderjarigen hebben er namelijk veel moeite mee om voor onbepaalde tijd afscheid te moeten nemen. Door opbouw van de contacten kan toegewerkt worden naar een thuisplaatsing.

De vader vindt dat er veel rust in de situatie is ontstaan. Hij ziet dat het goed gaat met de minderjarigen. De vader betreurt dat het perspectiefbesluit nog niet is genomen. Volgens hem zoekt de GI naar argumenten om af te zien van een thuisplaatsing.

De pleegmoeder van [minderjarige 2] vindt dat er duidelijkheid moet komen omtrent het perspectief van [minderjarige 2] . Het is niet in het belang van [minderjarige 2] om haar tussentijds over te plaatsen. Over de vraag of het pleeggezin een perspectiefbiedende plaatsing kan bieden heeft zij nog niet nagedacht. Wel kan [minderjarige 2] in afwachting van het besluit bij hun blijven wonen. Na een moeilijk begin heeft zij inmiddels haar draai gevonden in het pleeggezin.

De pleegmoeder van [minderjarige 1] ervaart dat de boze buien van [minderjarige 1] afnemen. Ze heeft inmiddels extra ondersteuning in de klas. In de thuissituatie gaat het goed met [minderjarige 1] . Ze kan leuk spelen en heeft het naar de zin. De pleegmoeder heeft net als de pleegmoeder van [minderjarige 2] niet nagedacht over een definitieve plaatsing van [minderjarige 1] in haar gezin. In afwachting van het perspectiefbesluit kan [minderjarige 1] wel bij hen blijven wonen. Het is niet in haar belang om tussentijds te moeten wisselen van opvoedomgeving.

De beoordeling

Ingevolge artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Bij beschikking van 3 mei 2019 heeft de kinderrechter overwogen dat het perspectiefbesluit onvoldoende onderbouwd is. Aangezien de moeder de wens heeft om de minderjarigen zelf op te voeden, dient de mogelijkheid tot terugplaatsing bij de moeder zorgvuldig onderzocht te worden alvorens het perspectief elders wordt bepaald. Gezien de kwetsbaarheid van de minderjarigen is de aanvaardbare termijn kort. De kinderrechter was destijds derhalve van oordeel dat binnen drie maanden duidelijkheid verkregen moet worden over de verblijfplaats van de minderjarigen, danwel over een terugkeertraject naar de moeder. Gedurende de resterende maanden van de machtiging kan voorts toegewerkt worden naar een thuisplaatsing danwel overplaatsing naar een perspectiefbiedend pleeggezin. De kinderrechter stelt op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting vast dat de GI het voornoemde perspectiefbesluit nog niet heeft genomen, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de opvoedsituatie en -mogelijkheden van de moeder goed genoeg zijn en voldoende tegemoet komen aan de behoeften van de minderjarigen. De kinderrechter betreurt dit, aangezien de aanvaardbare termijn van onzekerheid voor de minderjarigen gaat dringen. Hoewel de GI nog nader onderzoek wenst naar de rol van de nieuwe relatie van de moeder, is door de moeder gesteld dat zij er bewust voor heeft gekozen haar partner voorlopig nog niet bij de minderjarigen te betrekken. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de GI thans met grote voortvarendheid het perspectief kan bepalen. In afwachting van dit besluit is het niet in het belang van de minderjarigen om voortijdig van opvoedomgeving te wisselen. De structuur en duidelijkheid die zij binnen de huidige pleeggezin ervaren, dienen dan ook voorlopig behouden te blijven. De kinderrechter zal derhalve het verzoek toewijzen.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 3 november 2019 en tot 3 mei 2020;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2019 door mr. B.J. Duinhof, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

(wb)

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 november 2019.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof's-Hertogenbosch


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



∧ naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature