E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBZWB:2018:3329
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, AWB - 17 _ 176

Inhoudsindicatie:

Art. 1, eerste lid, aanhef en onderdeel 1, Successiewet 1956

Na het overlijden van erflater is onduidelijkheid ontstaan over de uitleg van zijn testament. Tussen belanghebbenden – een halfzus en een halfbroer van erflater – en een stichting is een discussie ontstaan over de vraag wie de erfgename(n) van erflater is of zijn. Om deze discussie te beëindigen, hebben zij een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de stichting als enig erfgenaam is genoemd, de gehele erfenis ontvangt en belanghebbenden elk een bedrag van de stichting ontvangen. In geschil is of de betalingen die belanghebbenden van de stichting hebben ontvangen voor hen een verkrijging krachtens erfrecht vormen in de zin van art. 1, eerste lid, aanhef en onderdeel 1, van de Successiewet 1956 en of de bestreden aanslagen aldus terecht aan hen zijn opgelegd. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend onder verwijzing naar BNB 1954/179 en BNB 1970/120. Beroepen ongegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie