E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBZWB:2017:5809
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, BRE - 16 _ 2502

Inhoudsindicatie:

Art. 3.92 en 5.1 Wet IB; aanslag IB/PVV 2013;

In de aangifte van erflater is onder meer uitgegaan van het standpunt dat (a) bepaalde landbouwgrond ter zake waarvan op 28 december 2012 een overeenkomst met een BV io tot terbeschikkingstelling is aangegaan, (b) een geldbedrag dat op 31 december 2012 op een derderekening ten behoeve van de op die datum opgerichte BV, en (c) een bepaald bedrag aan liquide middelen, op 1 januari 2013 tot het tbs-vermogen en daarmee niet tot het box 3-vermogen van erflater behoren. De inspecteur heeft bij de aanslag IB/PVV 2013 deze vermogensbestanddelen wel tot het box 3-vermogen gerekend op 1 januari 2013. De rechtbank acht het standpunt van de inspecteur onjuist dat voor de aanvang van de terbeschikkingstelling van landbouwgrond het moment waarop de landbouwgrond feitelijk in gebruik is genomen, maatgevend is. Er is geen sprake van fraus legis. Voor dat geval is niet in geschil dat de landbouwgrond en het gestorte bedrag onterecht tot de rendementsgrondslag van box 3 zijn gerekend. De liquide middelen zijn wel terecht tot de rendementsgrondslag van box 3 gerekend.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie