E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBZWB:2016:811
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, AWB - 14 _ 7658

Inhoudsindicatie:

Moment en omvang resultaat einde terbeschikkingstelling, foutenleer, redelijke tegemoetkoming.

Gedeeltelijk einde terbeschikkingstelling vanwege aanpassing huwelijkse voorwaarden in 2008, daarmee behaalde boekwinst op grond van foutenleer terecht belast in 2009.

Vanwege faillissement vennootschap in 2008 is terbeschikkingstelling aan die vennootschap in dat jaar feitelijk beëindigd. De rechtbank acht echter aannemelijk dat de onroerende zaak na de beëindiging van de feitelijke terbeschikkingstelling is aangehouden met het oog op verkoop, zodat met de beëindiging van de feitelijke terbeschikkingstelling in 2008 de toepassing van artikel 3.92 van de Wet IB 2001 niet is be ëindigd.

Het resultaat in verband met de beëindiging van de terbeschikkingstelling is terecht in 2009 verantwoord nu levering van de verkochte onroerende zaak in dat jaar heeft plaatsgevonden.

De rechtbank is van oordeel dat de fiscale boekwaarde per 1 januari 2009 te hoog is, omdat de ter beschikking gestelde onroerende zaak per 1 januari 2001 voor een te hoge waarde op de resultaatsbalans is geactiveerd. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een fout die op grond van de foutenleer moet worden hersteld.

De rechtbank stelt het resultaat bij het einde van de terbeschikkingstelling in goede justitie vast nu geen van de partijen de door hen gestelde fiscale boekwaarde op de slotbalans en de waarde in het economische verkeer per einde terbeschikkingstelling aannemelijk heeft gemaakt. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen over de redelijke tegemoetkoming (arrest van 23 december 2011, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:2011:BR6326).

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie