E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBZWB:2014:1686
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, AWB-13_3399

Inhoudsindicatie:

Voorziening. Belanghebbende heeft in 2004 een vleesverwerkend bedrijf gekocht voor zichzelf of voor een nader te noemen meester. De nader te noemen meester blijkt Y BV te zijn, een vennootschap waarin belanghebbende een ab houdt. Y BV heeft het vleesverwerkend bedrijf verhuurd aan X BV die op haar beurt het gebruik en genot heeft ingebracht in een maatschap tussen X BV en belanghebbende. Belanghebbende heeft de nader te noemen meester niet aan de verkoper kenbaar gemaakt. In 2009 wordt belanghebbende aangesproken door de verkoper. Belanghebbende stelt dat hij een regresrecht heeft op Y BV en wil de kosten die verband houden met de claim in het onderhavige jaar in de vorm van een voorziening in aftrek brengen. De rechtbank is echter van oordeel dat nu onvoldoende gebleken is dat Y BV deze (regres)vordering niet zou kunnen of willen betalen er geen reden is om deze (regres)vordering lager te waarderen dan nominaal. Er bestaat dan ook geen aanleiding om in de tbs-sfeer een voorziening te vormen. Ook de subsidiaire stelling van belanghebbende dat hij op zijn winstbalans - die zijn aandeel in de maatschap vertegenwoordigt - een voorziening in aanmerking kan nemen in verband met de claim faalt. De rechtbank is van oordeel dat het gegeven dat belanghebbende wordt aangesproken door de verkoper onvoldoende verband houdt met zijn maatschapsaandeel.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie