< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Rechtbank veroordeelt 57-jarige Kampenaar voor onder andere het ontduiken van omzetbelasting tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een werkstraf van 200 uren. Verdachte was betrokken bij het opzetten van schijnconstructies met gebruik van autohandel via allerlei BV's, stromannen en katvangers en valse facturen (uitspraken medeverdachten: LJN BX9983, BY0087 en BY0107).

Uitspraak



RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/922001-09

Uitspraak d.d. 11 september 2012

Tegenspraak artikel 279 Sv

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte D]

geboren te [plaats op 1953],

wonende te [plaats, adres],

thans verblijvende te Ugchelen in het Ontwenningscentrum De Wending.

Raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 augustus 2012.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2005

tot en met 20 oktober 2007 in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Dronten en/of

Epe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

rechtsperso(o)n(en) en/of met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans

alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie, die gevormd werd door

- [medeverdachte B] en/of

- [medeverdachte A] en/of

- [medeverdachte C] en/of

- [naam 1] en/of

- [naam 2] en/of

- [verdachte D] en/of

de rechtsperso(o)n(en)

- [bedrijf 2 BV] en/of

- [bedrijf 1 BV] en/of

- [bedrijf 3 BV] en/of

(een) ander(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

te weten:

- het plegen van valsheid in geschrift en/of

- het niet doen van belastingaangifte en/of

- het onjuist doen van belastingaangifte(n) en/of

- het onttrekken aan beslag;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding onderzoek

In juli 2007 werd door de belastingdienst een onderzoek ingesteld bij autohandel [medeverdachte A] handelende onder de naam [bedrijf A]. Daarbij kwam naar voren dat door [medeverdachte A] h.o.d.n. [bedrijf A] alle auto's werden ingekocht bij [bedrijf 3 BV] en dat de door [bedrijf 3 BV] aan [medeverdachte A] h.o.d.n. [bedrijf A] in rekening gebrachte BTW niet was verwerkt in de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 3 BV]. De door [bedrijf 3 BV] aan [medeverdachte A] h.o.d.n. [bedrijf A] in rekening gebrachte BTW werd door [medeverdachte A] h.o.d.n. [bedrijf A] wel in aftrek gebracht in zijn aangiften omzetbelasting. Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek door de belastingdienst bij [bedrijf 3 BV] werd het onderzoek uitgebreid tot ook andere bedrijven/leveranciers in verband met binnen de Europese Unie geldende bepalingen aangaande de toepassing van het nul procent tarief bij leveringen aan EU-ondernemers in het buitenland.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld het voorhanden zijnde bewijs te mager is om tot een veroordeling te komen en dat verdachte wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken. Ter terechtzitting heeft de raadsman het standpunt van de verdediging toegelicht.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het ten laste gelegde feit uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Door de Belastingdienst, kantoor Apeldoorn, zijn aan [bedrijf 1 BV] aangiftebiljetten omzetbelasting toegezonden dan wel uitgereikt over de maanden oktober 2005, november 2005, december 2005, januari 2006, februari 2006, maart 2006 en april 2006. De belastingdienst heeft deze aangiftebiljetten niet terugontvangen van [bedrijf 1 BV].2 Voorts is het fiscale nadeel over de periode oktober 2005 t/m april 2006 voor de omzetbelasting door de belastingdienst vastgesteld op een bedrag van 195.652 euro.3

Enig en zelfstandig bevoegd bestuurder van [bedrijf 1 BV] was vanaf 1 augustus 2005 [verdachte D]4.

Bij het onderzoek door de FIOD zijn in de Administratie van [bedrijf 6 BV] facturen aangetroffen van [bedrijf 1 BV], waarop omzetbelasting is vermeld. De omzetbelasting had door [bedrijf 1 BV] op de aangifte moeten worden vermeld en afgedragen, hetgeen niet is gebeurd5. In het bijbehorende overzicht6 is over de periode van 29 oktober 2005 t/m 6 december 2005 ten aanzien van in totaal 5 auto's aangegeven een totaal bedrag van 169.746,87 euro exclusief BTW en een totaal bedrag van 202.000,00 euro inclusief BTW.

In hetzelfde overzicht is over de periode van 12 januari 2006 t/m 30 april 2006 ten aanzien van in totaal 30 auto's aangegeven een totaalbedrag van 860.003,48 euro exclusief BTW en een totaal bedrag van 1.049.750,00 euro inclusief BTW.

[verdachte D] heeft verklaard7 dat hij niets met [bedrijf 1 BV] heeft gedaan. Hij is alleen bij de Kamer van Koophandel geweest en heeft iets getekend en meer niet. Hij heeft nooit belastingaangiften ontvangen en ook niet opgemaakt of ingediend.

Door de Belastingdienst, kantoor Apeldoorn, zijn aan [bedrijf 2 BV] aangiftebiljetten omzetbelasting toegezonden danwel uitgereikt over de maanden mei 2006, juni 2006, juli 2006, augustus 2006 en september 2006. De belastingdienst heeft deze aangiftebiljetten niet terugontvangen van [bedrijf 2 BV].8 Voorts is het fiscale nadeel over de periode mei 2006 t/m september 2006 voor de omzetbelasting door de belastingdienst vastgesteld op een bedrag van 148.758 euro.9

Enig en zelfstandig bevoegd bestuurder van [bedrijf 2 BV] zijn in de relevante periode geweest:

- vanaf 1 februari 2006 tot 15 juli 2006 [naam 2] via [stichting 1]

- vanaf 15 juli 2006 tot 10 januari 2007 (datum faillissement) [verdachte D]10.

Bij het onderzoek door de FIOD zijn in de Administratie van [bedrijf 6 BV] facturen aangetroffen van [bedrijf 2 BV], waarop omzetbelasting is vermeld. De omzetbelasting had door [bedrijf 2 BV] op de aangifte moeten worden vermeld en afgedragen, wat niet is gebeurd11. In het bijbehorende overzicht12 over de periode van 30 mei 2006 t/m 20 september 2006 te n aanzien van in totaal 26 auto's is aangegeven een totaal bedrag van 782.941,31 euro exclusief BTW en een totaal bedrag van 931.700,00 euro inclusief BTW.

[verdachte D], verdachte, heeft verklaard13 dat hij in een kroeg in Kampen is benaderd met de vraag of hij voor een paar dagen directeur wilde worden van een B.V.. Hij zou daar 500 euro voor krijgen. Hij heeft daarmee ingestemd. Hij is naar de Kamer van Koophandel in Zwolle gegaan, waar hij een onbekend persoon heeft ontmoet die later [naam 2] bleek te zijn. Hij heeft daar papieren ingevuld en deze vervolgens aan [naam 2] afgegeven, waarna hij van [naam 2] 500 euro in contanten kreeg. [naam 2] heeft hij daarna weergezien bij een notaris in Zwartsluis, waar hij nog formulieren moest tekenen. Daarna heeft hij [naam 2] nog een keer ontmoet, omdat er een bankrekening van [bedrijf 2 BV] op zijn naam gezet moest worden. Dat heeft hij ook gedaan bij de ABN-AMRO in Amsterdam en de bankpas heeft hij vervolgens aan [naam 2] afgegeven.

[naam 2] heeft verklaard14 dat hij een man heeft ontmoet van wie hij geld zou krijgen als hij een bedrijf op zijn naam zou zetten. Hij heeft [verdachte D] ontmoet bij de Kamer van Koophandel, bij de notaris in Zwartsluis en een keer in Amsterdam. Hij heeft over de periode waarin hij aandeelhouder en bestuurder was van [bedrijf 2 BV] geen aangifte omzetbelasting gedaan voor [bedrijf 2 BV]. Hij heeft ook nooit gereageerd op brieven van de belastingdienst.

Door de Belastingdienst, kantoor Apeldoorn, zijn aan [bedrijf 3 BV] aangiftebiljetten omzetbelasting toegezonden danwel uitgereikt over het tijdvak november 2006, december 2006, eerste kwartaal 2007, tweede kwartaal 2007, juli 2007, augustus 2007, welke aangiften werden terugontvangen van [bedrijf 3 BV] op of omstreeks respectievelijk 30 november 2006, 31 december 2006, 27 april 2007, 23 juli 2007, 6 september 2007 en 6 september 2007.15

Voorts is het fiscale nadeel over de periode november 2006 t/m augustus 2007 voor de omzetbelasting door de belastingdienst vastgesteld op een bedrag van 1.005.422 euro.16

Enig en zelfstandig bevoegd bestuurder van [bedrijf 3 BV] was vanaf 30 oktober 2006 [medeverdachte B]17.

[medeverdachte B] heeft verklaard18 dat hij in oktober/november 2006 met een man in contact kwam in een café in Apeldoorn. Deze man heeft hem verteld dat hij wat kon verdienen als hij een bedrijfje op zijn naam zou nemen. Die man heeft vervolgens alles geregeld en er voor gezorgd dat hij [bedrijf 3 BV] op zijn naam kreeg.

Het enige wat hij heeft gedaan om [bedrijf 3 BV] op zijn naam te krijgen is dat hij één keer naar de notaris is geweest om daar te tekenen en hij heeft een uittreksel opgehaald bij de Kamer van Koophandel omdat dit nodig was voor het aankopen van auto's in Duitsland. De naam van de man die hij heeft ontmoet in het café en de naam van de man die met hem is mee geweest naar de notaris wil hij niet noemen.

[medeverdachte B] heeft verder verklaard dat [bedrijf 3 BV] auto's kocht in Duitsland en deze vervolgens in Nederland invoerde. Hij heeft in totaal 80 à 90 auto's uit Duitsland opgehaald. Voor het ophalen van de auto's kreeg hij afhankelijk van de afstand 50 tot 100 euro. Hij bracht de auto's meestal naar [bedrijf A], [medeverdachte A], in Apeldoorn. Meestal maakte hij bij het afleveren van de auto's een factuur voor [bedrijf A] op en vervolgens kreeg hij meteen of hooguit een paar dagen later zijn geld. Hij maakte die facturen op de computer van [medeverdachte A].

Hij heeft post/aangiften gekregen van de Belastingdienst van [bedrijf 3 BV]. De man uit het café heeft hem verteld dat er niets in Nederland werd verdiend en dat de aangiften gewoon op nul konden worden ingevuld.

De aangiften omzetbelasting heeft hij elektronisch ingediend, de eerste keer op een laptop op het adres van een oud-vriendin en daarna op de computer van [medeverdachte A] aan de [adres in plaats].

De man uit het café had hem verteld dat [bedrijf 3 BV] voor hem geen problemen op zou leveren. Aan het eind van [bedrijf 3 BV] zou de B.V. op naam van een junk worden gezet en die zou dan met alle problemen zitten.

[naam 3] heeft verklaard19 dat hij adverteert met B.V.'s op marktplaats en dat [medeverdachte A] in de nazomer van 2006 contact met hem heeft opgenomen omdat hij voor een vriend van hem op zoek was naar een B.V.. [medeverdachte A] is ergens eind september 2006 bij hem op kantoor geweest en liet zijn keuze vallen op [bedrijf 3 BV]. [medeverdachte A] heeft meerdere uittreksels van de Kamer van Koophandel meegenomen en [medeverdachte A] heeft hem vervolgens na een week gebeld met de mededeling dat hij had besloten om tot koop over te gaan. [medeverdachte A] is toen bij hem geweest en heeft hem een legitimatie van [medeverdachte B] gegeven. [medeverdachte A] gaf aan dat hij per volmacht wilde passeren bij de notaris. [medeverdachte A] heeft persoonlijk een aanbetaling gedaan aan hem. Hij heeft de notaris op de hoogte gebracht. Na een week kreeg hij al een aangetekend schrijven in de bus ten name van [bedrijf 3 BV] betreffende een kenteken. Hij heeft [medeverdachte A] daarover gebeld en heeft daarna niets meer van hem gehoord, tot omstreeks juli 2007. [medeverdachte A] belde hem toen dat hij voor twee kennissen een B.V. nodig had.

Geconfronteerd met telefoongesprek (gespreksnummer 12) gevoerd op 25 augustus 2007 inzake het telefoonnummer [06-nummer 1] heeft [naam 3] verklaard dat hij dit nummer heeft gekregen van [medeverdachte A]. Toen hij dit nummer belde werd er opgenomen door iemand met de naam [naam 1].

Geconfronteerd met telefoongesprek (gespreksnummer 15) gevoerd op 25 augustus 2007 inzake het telefoonnummer [06-nummer 1] heeft [naam 3] verklaard dat dit bedoelde [naam 1] was die met hem belde in plaats van [medeverdachte A].

Door de verhorende verbalisanten20 is aangegeven de gespreksnummers 12 en 15 aan [naam 3] zijn voorgehouden, welke gesprekken zagen op het 06 nummer van [naam 1].

Bij het onderzoek door de FIOD zijn op het verblijfadres van [medeverdachte A] diverse documenten aangetroffen, waaronder een origineel concept afrekening betreffende de levering van aandelen van [bedrijf 3 BV] aan [medeverdachte B] d.d. 30 oktober 2006 voor 4.546,69 euro, waarop een handgeschreven aantekening van notaris [notaris] dat het bedrag contant is voldaan21.

[naam 4] heeft verklaard22 dat hij sinds oktober/november 2005 zaken heeft gedaan met [naam 1]. [naam 1] kende hij al heel lang.

Hij heeft Duitse auto's gekocht van [bedrijf 1 BV]. Van [bedrijf 1 BV] kreeg hij direct een factuur, maar hij mocht de auto betalen als deze was verkocht. Waarom [bedrijf 1 BV] precies is omgezet in [bedrijf 2 BV] weet hij niet precies. Ook bij [bedrijf 2 BV] kreeg hij direct een factuur, maar ook die mocht hij later betalen. Hij kreeg de facturen van [bedrijf 2 BV] en [bedrijf 1 BV] op het moment dat de auto werd afgeleverd door [medeverdachte A] of [naam 1]. Die hadden dan alle papieren en ook de facturen van [bedrijf 1 BV] en later [bedrijf 2 BV] bij zich. In die tijd ging de betaling meestal contant. Hij betaalde dan aan [medeverdachte A] en [naam 1]. Een van beiden zette dan zijn handtekening op de facturen ten teken dat hij had betaald. Van [bedrijf 2 BV] gingen ze over naar [bedrijf A]. Daar waren [naam 1] en [medeverdachte A] constant mee bezig.

[bedrijf A] is een eenmanszaak. Hoe het precies zat weet hij niet, maar [bedrijf A] is voor hem één zaak, [medeverdachte A] en [naam 1]. Het ging om de import van auto's uit Duitsland. Tot 17 oktober 2007 heeft hij ongeveer 80 of negentig auto's via [bedrijf A] gekocht. Hij nam de auto's in consignatie en de inkoopprijs werd afgesproken met [naam 1]. Van de auto's in consignatie kreeg hij pas een factuur als hij de auto had verkocht. [bedrijf 1 BV] en [bedrijf 2 BV] stonden niet op naam van [medeverdachte A] of [naam 1], maar zij handelden er wel mee. Het hele handelen met [medeverdachte A] en [naam 1] bleef hetzelfde na de overgang van de inkopen via [bedrijf A].

Het faxnummer [telefoonnummer] is het nummer dat sinds januari 2005 in het geheugen zit van de fax van [bedrijf 6 BV]. Al de tijd dat hij zaken heeft gedaan met [medeverdachte A] en [naam 1] deed hij dat met gebruikmaking van dat faxnummer.

Hij heeft de inkoopprijzen gekregen van [bedrijf 1 BV], [bedrijf 2 BV] en [bedrijf A], die gewoon niet konden als je de prijzen vergeleek met de prijzen waarvoor die auto's in Duitsland aangeboden werden.

[naam 4] heeft tevens verklaard dat het allemaal vanaf 2005 speelt. [naam 1] is op een gegeven moment bij hem geweest en vertelde dat hij auto's uit Duitsland haalde. De afspraak werd gemaakt dat hij auto's van [naam 1] in consignatie zou krijgen. Bij de eerste auto kreeg hij een factuur van [bedrijf 1 BV] en hij heeft toen aan [naam 1] gevraagd: "Dat ben jij toch niet". [naam 1] vertelde hem toen dat [bedrijf 1 BV] het bedrijf was waaronder hij werkte. Hij heeft dat gecontroleerd bij de Kamer van Koophandel en hij heeft toen ook wel gezien dat [naam 1] niet in het uittreksel van de Kamer van Koophandel stond. [naam 1] had hem echter wel een kopie van het rijbewijs van de directeur van [bedrijf 1 BV] overhandigd. Later kwam [naam 1] met [bedrijf 2 BV] en hij vertelde toen dat hij wel met meer bedrijven, BV's, werkte en dat het allemaal wel goed zat. Ook van [bedrijf 2 BV] heeft hij een (kopie van het) rijbewijs van de statutair directeur gekregen van [naam 1]. [naam 1] had het toen al over het opstarten van een eigen bedrijf op naam van [medeverdachte A]; dat werd [bedrijf A]. Langzamerhand nam hij steeds meer auto's af van [naam 1] en [medeverdachte A]. De auto's werden gewoon bij hem neergezet. De afspraak was dat de auto's in consignatie zouden staan, maar [naam 1] en [medeverdachte A] beschouwden zo'n auto als aan hem verkocht. Hij voor het eerst aangegeven te willen stoppen met deze manier van werken, omstreeks het moment dat [bedrijf A] begon. Feitelijk was hij de showroom van [bedrijf A] geworden. In wezen was zijn hele bedrijf afhankelijk geworden van [naam 1] en [medeverdachte A]. Het ging toch allemaal goed zeiden ze en waarom zouden ze er mee stoppen.

Hij had op een gegeven moment wel in de gaten dat de inkoopprijs niet kon kloppen, als je zag waarvoor de auto's op het Internet stonden. Hij heeft wel eens aan [naam 1] gevraagd wat hij met de BTW deed, maar dan lachte [naam 1] wat en zei dat hij - [naam 4] - toch gewoon BTW afdroeg en dat [bedrijf A] dat ook deed.

Uit het relaas23 van de verhorende verbalisanten blijkt dat [naam 4] een faxbericht is getoond met daarop het nummer [telefoonnummer], welk nummer ook staat vermeld op een uitreksel van de Kamer van Koophandel als nummer van [medeverdachte A] handelende onder de naam [bedrijf A].

Bij het onderzoek door de FIOD24 is op het verblijfadres van [medeverdachte A] een computer aangetroffen. In deze computer werden onder meer aangetroffen uittreksels van de Kamer van Koophandel aangetroffen, waarbij data25 en adressen26 zijn aangepast en uittreksels waarbij het gebruikte logo niet overeenstemde met het logo van de betreffende Kamer van Koophandel27.

Op de computer die werd aangetroffen op het verblijfsadres van [naam 1] werd een concept factuur28 aangetroffen van [bedrijf 1 BV] aan [bedrijf 6 BV]. In de administratie van [bedrijf 6 BV] werd een factuur29 aangetroffen met betrekking tot de levering van de betreffende auto aan [bedrijf 6 BV].

Tevens zijn facturen van [bedrijf 1 BV] aangetroffen op de computer op het verblijfadres van [medeverdachte A], onder meer de facturen bijlagen D/111 en D/16830. De factuur bijlage D/11131 werd eveneens aangetroffen in de administratie van [bedrijf 6 BV].

Op facturen van [bedrijf 1 BV] en [bedrijf 2 BV] die zijn aangetroffen in de administratie van [bedrijf 6 BV] zijn handtekeningen voor voldaan aangetroffen; zie onder meer navolgende bijlagen32.

[naam 4] heeft over de handtekeningen op de facturen bijlage D/021 en D/022 verklaard33 dat dit de handtekening is van [medeverdachte A] of van [naam 1]. Voor [bedrijf 1 BV] en [bedrijf 2 BV] heeft hij nooit aan iemand anders betaald dan aan [naam 1] of [medeverdachte A].

Met betrekking tot bijlage D/049 heeft [naam 4] verklaard34 dat deze factuur voor voldaan is getekend door [naam 1], omdat [naam 1] zo'n soort krul maakte.

Bij het onderzoek van de FIOD35 zijn op het verblijfadres van [medeverdachte A] onder meer aangetroffen:

* op een computer een uittreksel van de Kamer van Koophandel36 voor de Veluwe en Twente met het logo van de Kamer van Koophandel Utrecht betreffende [bedrijf 4 BV]. Services met dossiernummer [dossiernummer] met [medeverdachte B] als enig aandeelhouder sedert 01-06-2000 op adres [adres, plaats] gedateerd op 02-07-2007.

Een identieke versie37 van dit uittreksel werd aangetroffen op een fax verzonden vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer], geregistreerd op de verblijfsplaats van [naam 1].

* het origineel van het uittreksel van de Kamer van Koophandel38 voor de Veluwe en Twente betreffende [bedrijf 3 BV] d.d. 1-11-2006 met dossiernummer [dossiernummer]. Daarop komt het logo wel overeen met de betreffende Kamer van Koophandel, namelijk "Veluwe en Twente". Dit uittreksel is kennelijk origineel ondertekend en staat [medeverdachte B] vanaf de juiste datum, 30 oktober 2006, vermeld als aandeelhouder en bestuurder.

* op de voornoemde computer zijn verder diverse versies van uittreksels van Kamer van Koophandel betreffende [bedrijf 4 BV]. met dossiernummer [dossiernummer] van [bedrijf 3 BV] aangetroffen:

• een versie39 met [medeverdachte B] als enig aandeelhouder sedert 01-06-2000 op adres [adres, plaats] gedateerd op 21-06-2006.

• een versie40 met [medeverdachte B] als enig aandeelhouder sedert 01-06-2000 op adres [adres, plaats] gedateerd op 05-02-2007.

• een versie41 met [medeverdachte B] als enig aandeelhouder sedert 01-06-2000 op adres [adres, plaats] gedateerd op 21-06-2006 en [stichting 2] als bestuurder.

* een factuur42 van [bedrijf 3 BV] aan [bedrijf A] d.d. 29-8-2007 met factuurnummer [rekeningnummer 2], [factuurnummer 8] voor 51.000 euro incl. BTW. Deze factuur43 is tevens als laatste factuur van [bedrijf 3 BV] aangetroffen in de aanwezige administratie van [bedrijf A] op het verblijfsadres van [medeverdachte A].

Bij onderzoek van de eigenschappen van dit document in de computer bleek dat het document 89 keer was opgeslagen en dat het betreffende document tussen 12 november 2006 en 2 september 2007 in totaal 775 minuten heeft opengestaan voor bewerking.

* een blanco factuur44 aangetroffen van [bedrijf 4 BV]. met BTW-nummer [BTW nummer] en KvK nummer [dossiernummer]. Deze factuur is voorzien van factuurnummer [rekeningnummer 1],[factuurnummer 1]. Hetzelfde factuurnummer is gebruikt voor een factuur van [bedrijf 3 BV] aan [bedrijf A] d.d. 2-11-2006 voor 59.250 euro incl. BTW. Met handgeschreven notitie:

"1600 € per bank 22-12-2006 Voldaan. Rest kontant op 25-01-2007." Deze factuur is tevens de eerste factuur van [bedrijf 3 BV] aangetroffen in de aanwezige administratie van [bedrijf A] op het verblijfsadres van [medeverdachte A].

Met betrekking tot de vermelde telefoonnummers op de facturen van [bedrijf 4 BV]. die naar Duitsland zijn gefaxt is nog gerelateerd:

• Op die facturen wordt het nummer [06-nummer 3] als telefoonnummer, en het nummer [06-nummer 2] als faxnummer vermeld;

• Een enveloppe van een prepaid Telfort simkaart betreffende telefoonnummer [06-nummer 2] met daarop de handgeschreven notitie "Fax" is aangetroffen op het

verblijfadres van [medeverdachte A];

• Een enveloppe van een prepaid Telfort simkaart betreffende telefoonnummer [06-nummer 3] met daarop de handgeschreven notitie "Tel" is ook is aangetroffen op het

verblijfadres van [medeverdachte A].

* alle inkoopgegevens45 van [bedrijf 3 BV] aangetroffen op de het verblijfsadres van [medeverdachte A] voor wat betreft de facturen, dan wel onderschept zijn van de fax op het telefoonnummer [telefoonnummer], staan geregistreerd op de verblijfsplaats van [naam 1].

* stukken betreffende de bankrekening bij de Rabobank van [bedrijf 3 BV] aangetroffen, te weten:

• Een enveloppe46 met opschrift [medeverdachte B] en [bedrijf 3 BV]

Inhoudende een mededeling pincode "[pincode]" behorende bij [nummers] Europas en [cijfers]

zijnde de 3 laatste cijfers van het bijbehorende bankrekeningnummer;

• Een origineel afschrift47 van de overeenkomst tussen [bedrijf 3 BV] en de

Rabobank betreffende het Rabo Ondernemerspakket voor bankrekening[rekeningnummer 3].[cijfers].

* een vermoedelijk ingescande handtekening48, welke handtekening een sterke gelijkenis vertoont met de handtekening49 op een kopie van de identiteitskaart van [medeverdachte B] met nummer [IEnummer], welke eveneens op het verblijfsadres van [medeverdachte A] is aangetroffen.

* stukken met betrekking tot het doen van elektronische belastingaangifte:

• Een brief50 van de Belastingdienst aan [bedrijf 3 BV] d.d. 29-11-2006 met

het wachtwoord [wachtwoord] betreffende fiscaal nummer [fiscaalnummer] ten behoeve van

elektronische aangiften;

• Een brief51 van de Belastingdienst aan [bedrijf 3 BV] d.d. 11-11-2006 met de gebruikersnaam [gebruikersnaam] betreffende fiscaal nummer [fiscaalnummer] ten behoeve van elektronische aangiften.

* op een computer aangiften omzetbelasting, te weten:

• een aangifte52 omzetbelasting met aangiftenummer [aangiftenummer], aangiftetijdvak oktober 2006 en betalingskenmerk [betalingskenmerk] betreffende [bedrijf 4 BV]. voor 0 euro;

• een aangifte53 omzetbelasting met aangiftenummer [aangiftenummer],

aangiftetijdvak 28-02-2007 en betalingskenmerk [betalingskenmerk] betreffende

[bedrijf 4 BV]. voor 55.880 euro.

Aan deze aangiften is opvallend:

• Het telefoonnummer [06-nummer 3] vermeld op deze aangiften , is het nummer in gebruik bij [medeverdachte A].

• Als contactpersoon op beide prints staat "[naam]" vermeld als "[naam]".

Blijkens een systeemuitdraai ven de belastingdienst is alleen de aangifte over het tijdvak oktober 2006 ingezonden. Het gebruikte ip-nummer (computeradres) vanwaar de aangifte is verzonden is [ip-nummer]. Volgens een opgaaf van de provider54 behoort dit nummer bij [partner medeverdachte A] aan [adres te plaats], het verblijfsadres van [medeverdachte A]. [partner medeverdachte A] is de partner van [medeverdachte A].

Uit een analyse55 van in de periode van 30 juli 2007 t/m 19 oktober 2007 afgeluisterde telefoongesprekken komt onder andere het volgende naar voren:

• [medeverdachte A] maakt zich 182 keer bekend als "[naam]",

• [medeverdachte A] maakt zich 10 keer bekend als "[naam ]",

• [medeverdachte A] maakt zich 1 keer bekend als "[naam]",

• [medeverdachte B] voert geen enkel gesprek met Duitse autohandelaren en maakt zich geen enkele keer bekend als "[naam]",

• [naam 1] geeft 17 maal aan dat een auto gekocht of verkocht mag worden,

• [naam 1] geeft 10 maal aan dat er naar een bepaalde auto gezocht moet worden.

Uit de telefoongesprekken komt onder meer ook naar voren dat:

• [medeverdachte A] zegt dat hij samen met zijn vader de man achter alles is, en niet

[medeverdachte C]56.

• [medeverdachte A] zegt dat hij de baas is, en de man achter alles57.

• [medeverdachte A] zegt dat hij de man is, en dat hij erover beslist, ja of nee58.

• [naam 1] zegt dat er maar één de baas is, en dat hij dat zelf is59.

In de administratie van [medeverdachte A] h.o.d.n. [bedrijf A] zijn facturen met omzetbelasting aangetroffen van [bedrijf 3 BV]. Deze facturen zijn gebruikt om de daarop vermelde omzetbelasting als voorbelasting op te nemen in de aangiften omzetbelasting van [medeverdachte A] h.o.d.n. [bedrijf A]60. Uit het onderzoek komt naar voren dat de auto's slechts op papier naar [bedrijf 3 BV] zijn gegaan, maar dat de Duitse autobedrijven in werkelijkheid handelen met [medeverdachte A] h.o.d.n. [bedrijf A].

Een overzicht van de onderhavige facturen61, onder meer betrekking hebbende op de factuurnummers [factuurnummer 1], [factuurnummer 2], [factuurnummer 3], [factuurnummer 4], [factuurnummer 5], [factuurnummer 6], [factuurnummer 7] en [factuurnummer 8], ziende op de navolgende (bij voormeld overzicht gevoegde) facturen afkomstig van [bedrijf 3 BV] te Epe en geadresseerd aan [bedrijf A] te Apeldoorn, te weten:

- een factuur gedateerd 02/11/2006, rekeningnr. [rekeningnummer 1], factuurnummer [factuurnummer 1], betreffende een auto van het merk Audi , model Q7 3.0 TDI;

- een factuur gedateerd 18/12/2006, rekeningnr. [rekeningnummer 1], factuurnummer [factuurnummer 2], betreffende een auto van het merk BMW , model 525 D Touring;

- een factuur gedateerd 02/01/2007, rekeningnr. [rekeningnummer 1], factuurnummer [factuurnummer 3], betreffende een auto merk Mercedes , model ML 320CDI;

- een factuur gedateerd 10/02/2007, rekeningnr. [rekeningnummer 1], factuurnummer [factuurnummer 4], betreffende een auto merk Audi, model A6 Allroad 3.0 TDI;

- een factuur gedateerd 20/03/2007, rekeningnr. [rekeningnummer 1], factuurnummer [factuurnummer 5], betreffende een auto merk Mercedes, model ML 320CDI;

- een factuur gedateerd 31/05/2007, rekeningnr. [rekeningnummer 1], factuurnummer [factuurnummer 6], betreffende een auto merk Volvo , model S80 Diesel;

- een factuur gedateerd 09/07/2007, rekeningnr. [rekeningnummer 1], factuurnummer [factuurnummer 7], betreffende een auto merk Porsche , model S4 Cabrio;

- een factuur gedateerd 29/08/2007, rekeningnr. [rekeningnummer 2], factuurnummer [factuurnummer 8], betreffende een auto merk Audi, model Q7 3.0 TDI.

Op 19 oktober 200762 is er door de belastingdienst beslag gelegd op auto's bij [bedrijf 6 BV]. Op 20 oktober 2007 is een deel de in beslag genomen auto's aan het beslag onttrokken. [naam 4] heeft [medeverdachte A] een lijst laten ondertekenen van de auto's die op die dag werden meegenomen63. Op deze lijst staan onder meer vermeld:

- een Audi A6 Avant, [chassisnummer 1]

- een Audi A6 Allroad 3.0 TDI, donkergrijs, [chassisnummer 2]

- een Audi A6 Allroad 3.0 TDI Quattro, zwart, [chassisnummer 3]

- een Audi S5, zwart, [chassisnummer 4]

- een BMW 525D Touring, [chassisnummer 5]

- een BMW 535D, donkergrijs, [chassisnummer 6]7

- een BMW 535D , zwart, [chassisnummer 7]

- een Mercedes-Benz E280cdi, zwart, [chassisnummer 8]

- een Mercedes-Benz E220cdi, zwart, [chassisnummer 9]

- een Mercedes-Benz CLS350, [kenteken].

Uit een exploot d.d. 19 oktober 2007 blijkt dat door de belastingdienst Randmeren op genoemde datum onder [naam 4] Beheer B.V. beslag is gelegd op een aantal auto's, waaronder de hiervoor genoemde64. Betekening heeft plaatsgevonden aan [naam 6].

Door de ontvanger van de belastingdienst is op 23 oktober 2007 geconstateerd dat de hiervoor genoemde voertuigen aan het beslag waren onttrokken, overeenkomstig het daarbij gevoegde overzicht65. Deze voertuigen waren op 20 oktober 2007 meegenomen.

[medeverdachte C] heeft verklaard66 dat hij via [bedrijf A] van [medeverdachte A] hoorde dat er beslag lag op een aantal auto's die in consignatie bij autobedrijf [naam 4] stonden, waaronder ook een aantal auto's die hem toebehoorden. Hij is daar toen heengegaan. Hij was toen in gezelschap van [medeverdachte A] en nog twee of drie personen. [medeverdachte A] moest voor het terugkrijgen een papier ondertekenen.

[naam 1] heeft verklaard67 dat hij er bij was toen de auto's bij het bedrijf [naam 4] autocentrum te Dronten zijn weggehaald. Er zijn drie diepladers geweest en de daarop zijn de auto's meegenomen. De auto's zijn opgehaald omdat ze van [bedrijf A] waren.

[naam 4] heeft verklaard68 dat er op vrijdag 19 oktober door de belastingdienst auto's in beslag zijn genomen. Op zaterdag omstreeks 14.00 uur werd zijn verkoper [naam 6] door twee vrouwen aangesproken. Hij is er toen bijgekomen. Deze vrouwen zeiden tegen [naam 6] dat het allemaal zijn schuld was en dat hij had moeten luisteren naar [naam 1] die hem die woensdagochtend al had gesommeerd om de auto's aan hem mee te geven. Die woensdagochtendwas [medeverdachte C] geweest om alle nummers op te schrijven, de chassisnummers, van de auto's die van [naam 1] en [medeverdachte A] waren, van [bedrijf A].

Hij heeft [naam 1] die middag ontmoet op een parkeerplaats bij de A50. [naam 1] zei tegen hem dat ze hem zouden weten te vinden als ze de auto's niet terugkregen. Hij wilde de auto's niet afgeven omdat er beslag op lag. Volgens [naam 1] kon dat wel omdat de auto's van hem waren. Daarna is hij teruggereden naar de zaak. Omdat hem de druk te groot werd had hij besloten om de auto's maar af te geven. Vervolgens kwamen ze, waaronder [naam 1], [medeverdachte C], [medeverdachte A] en de vrouw van [naam 1].

[naam 4] heeft verder verklaard dat hij de auto's onder bedreiging heeft afgegeven. Volgens hun lag er geen beslag op, omdat de auto's van hun waren. Hij heeft ze - [naam 1], [medeverdachte A] en de boekhoudster die er bij was - de papieren laten zien van de deurwaarder, de inbeslagnamelijsten en heeft ze verteld dat de auto's bij hem in beslag waren genomen.

Hij heeft uiteindelijk de auto's meegegeven en hij heeft [medeverdachte A] een lijst laten tekenen in bijzijn van de boekhoudster.

[naam 7] heeft hierover verklaard69 dat ze met [medeverdachte A] is meegereden. Ze wilden de auto's ophalen en zij moest mee om te kijken of ze konden tekenen wat ze moesten ondertekenen van [naam 4]. Die dag waren er meerdere mensen bij, waaronder [medeverdachte A], [naam 1] en [medeverdachte C]. De auto's zijn toen meegenomen. Door [naam 4] is ter plekke een formulier opgemaakt waarop stond welke auto's werden meegegeven.

Op grond van de hiervoor aangegeven bewijsmiddelen, in hun onderling verband bezien, acht de rechtbank de aan verdachte ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie bewezen. Verdachte is als katvanger/stroman opgetreden door voor een gering bedrag een aantal B.V.'s op zijn naam te zetten en daarmee ook de formele verantwoordelijk voor die B.V.'s. te aanvaarden. Verdachte, die naar zijn zeggen in een kroeg werd benaderd met de vraag of hij "voor een paar dagen directeur wilde worden van een B.V.", heeft ten aanzien van die vennootschappen niet of nauwelijks activiteiten ontplooid. Onder die omstandigheden heeft verdachte tenminste in voorwaardelijke zin de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij zich aldus zou inlaten met strafbare feiten.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in de periode van 1 november 2005 tot en met 20 oktober 2007 in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Dronten en/of Epe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtspersonen en met een of meer natuurlijke personen, heeft deelgenomen aan een organisatie, die gevormd werd door

- [medeverdachte B] en/of

- [medeverdachte A] en/of

- [naam 1] en/of

- [naam 2] en/of

- [verdachte D] en/of

de rechtsperso(o)n(en)

- [bedrijf 2 BV] en/of

- [bedrijf 1 BV] en/of

- [bedrijf 3 BV],

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- het plegen van valsheid in geschrift en/of

- het niet doen van belastingaangifte en/of

- het onjuist doen van belastingaangifte(n) en/of

- het onttrekken aan beslag.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden en een werkstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis.

De officier van justitie heeft bij zijn strafeis betrokken de rol die verdachte binnen het geheel heeft gespeeld door als katvanger en zodoende als directeur te fungeren voor een B.V., terwijl hij niet wist wat zich binnen die B.V. afspeelde. Verder heeft de officier in zijn eis betrokken dat verdachte kennelijk bezig is om af te kicken en zodoende wat aan zijn verslavingsprobleem te doen.

De raadsman heeft aangevoerd dat voor het geval de rechtbank anders dan door hem bepleit tot enige bewezenverklaring mocht komen, rekening dient te worden gehouden met het feit dat de strafzaak uiteindelijk zo'n vierenhalf jaar en negen maanden heeft gevergd alvorens er tot een oordeel wordt gekomen. Dit aanzienlijke tijdsverloop dient verdisconteerd te worden in de uiteindelijk op te leggen straf. Verdachte is bezig om aan zichzelf te werken en heeft zich in verband met zijn drankprobleem op laten nemen bij het Leger des Heils.

Volstaan kan worden met een geheel voorwaardelijke straf, aldus de raadsman.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich er toe geleend om als katvanger/stroman te fungeren voor [bedrijf 2 BV] en [bedrijf 1 BV]. Hij heeft voor een gering bedrag en zonder zich verder iets af te vragen de formele verantwoordelijkheid voor die BV's op zich geladen en heeft in dat verband ook instructies opgevolgd. Verdachte heeft dusdoende deel uitgemaakt van een organisatie die tot oogmerk had het plegen van allerlei misdrijven.

Verdachte heeft weliswaar een ondergeschikte rol gespeeld in de organisatie als zodanig, maar heeft met zijn inbreng er wel aan bijgedragen dat dit soort criminele organisaties kunnen floreren.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank dat verdachte eerder is veroordeeld terzake van betrokkenheid bij een BTW-carrousel. Verdacht geeft zich kennelijk onvoldoende rekenschap van de mogelijke gevolgen van zijn persoonlijk handelen.

Het gepleegde feit is van oudere datum. De rechtbank houdt ernstig rekening met de lange periode die inmiddels is verstreken sinds de aanhouding van verdachte op 7 maart 2008. De overschrijding van de redelijke termijn wordt door de rechtbank verdisconteerd door een mindering toe te passen op de in beginsel beoogde straf.

De rechtbank acht een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur op zijn plaats. De voorwaardelijke straf dient er toe om verdachte in te scherpen dat hij geen strafbare feiten meer moet plegen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 51, 63 en 140 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

en verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende tweehonderd (200) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van honderd (100) dagen.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Kleinrensink en Van der Hooft, rechters, tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 september 2012.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar bijlagennummers, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, dossiernummer 41149/41408 van de Belastingdienst FIOD-ECD, kantoor Almelo, gesloten en ondertekend op 14 april 2008 door de opsporingsambtenaren van de Belastingsdienst [ambtenaren].

2 Ambtsedige verklaring namens de inspecteur van de belastingdienst, bijlage D/153

3 Ambsedige verklaring namens de inspecteur van de belastingdienst, bijlage D/154

4 Schriftelijk bescheid uittreksel Kamer van Koophandel, bijlage D/010

5 Relaas verbalisanten, stamproces-verbaal, pag. 18

6 Bijlage D.163

7 Verklaring [verdachte D], bijlage V.11, pag. 4

8 Ambtsedige verklaring namens de inspecteur van de belastingdienst, bijlage D/155

9 Ambsedige verklaring namens de inspecteur van de belastingdienst, bijlage D/156

10 Schriftelijk bescheid uittreksel Kamer van Koophandel, bijlage D/011

11 Relaas verbalisanten, stamproces-verbaal, pag. 20

12 Bijlage D.164

13 Verklaring [verdachte D], bijlage V.11, pag. 2

14 verklaring [naam 2], bijlage V9-1, pag. 2, 5, 6, 7 en 9

15 Ambtsedige verklaring namens de inspecteur van de belastingdienst, bijlage D/157

16 Ambsedige verklaring namens de inspecteur van de belastingdienst, bijlage D/158

17 Schriftelijk bescheid uittreksel Kamer van Koophandel, bijlage D/001

18 Verklaring [medeverdachte B], bijlage V1-1, pag. 3, 4, 5, 6 bijlage V1-6, pag. 4 en 5

19 Verklaring [naam 3], bijlage G3-1, pag. 2, 4

20 Relaas verbalisanten, bijlage G3-1, pag. 4

21 Relaas verbalisanten stamproces-verbaal pag. 36 en bijlage D/073

22 Verklaring [naam 4] bijlage V7-1, pag. 4, 5 en 6, bijlage V7-2, pag. 3, bijlage V7-3, pag. 2, 3 en 6

23 Relaas verbalisanten, bijlage V7-2, pag. 3

24 Relaas en bevindingen verbalisanten, stamproces-verbaal pag. 29

25 Bijlage D/118 en D/119

26 Bijlage D/120 en D/121

27 Bijlage D/123 t/m C/127

28 Bijlage D/166

29 Bijlage D/167

30 Bijlagen D/111 en D/168

31 Bijlage D.169

32 Bijlagen D/021, D/022, D/049 en D/143

33 Verklaring [naam 4] bijlage V7-2, pag. 4 en 5

34 Verklaring [naam 4] bijlage V7-4, pag. 2

35 Relaas en (verdere) bevindingen van verbalisanten, stamproces-verbaal pag. 37, 38 39 40 en 41

36 Bijlage D/064

37 Bijlage D/126

38 Bijlage D/070

39 Bijlage D/123

40 Bijlage D/124

41 Bijlage D/125

42 Bijlage D/180

43 Bijlage D/181

44 Bijlage D/091

45 Bijlage D/186

46 Bijlage D/071

47 Bijlage D/072

48 Bijlage D/108

49 Bijlage D/090

50 Bijlage D/087

51 Bijlage D/088

52 Bijlage D/130

53 Bijlage D/131

54 Bijlage D/061

55 Relaas verbalisanten, stamproces-verbaal pag. 40 en 41/Bijlage AH/08

56 Bijlage T-806, nummer 486

57 Bijlage T-806, nummer 513

58 Bijlage T-806, nummer 575

59 Bijlage T-464, nummer 363

60 Relaas en bevindingen verbalisanten, stamproces-verbaal pag. 58

61 Bijlage D/171

62 Relaas verbalisanten, stamproces-verbaal pag. 59

63 Bijlage D/053

64 Exploot proces-verbaal van executoriaal beslag roerende zaken/exploot akte van betekening, bijlage D/187

65 Bijlage D/188 en D/053

66 Verklaring [medeverdachte C], bijlage V4-2, pag. 2

67 Verklaring [naam 1], bijlage V5-4, pag. 3

68 Verklaring [naam 4] bijlage V7-6, pag. 1 t/m 4, bijlage V7-8, pag. 2

69 Verklaring [naam 7], bijlage G2-1, pag. 6


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature