< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank acht bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen in gevaar wordt ggebracht bewezen en legt verdachte een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op.

Uitspraak



RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer(s): 06/580167-05

Uitspraak d.d.: 17 april 2007

tegenspraak /dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1965,

wonende te Putten,

thans verblijvende aan [adres en plaats].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 april 2007

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 augustus 2005

tot en met 14 november 2005, te Putten, althans in Nederland, (telkens) [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen en/of goederen in gevaar wordt gebracht, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend (zakelijk weergegeven) (per e-mail en/of per brief en/of per cd-rom)

-aangegeven/geschreven dat er een vloek over die [slachtoffer] was uitgesproken,

althans aangegeven dat die [slachtoffer] op de vervloektenlijst stond (brief gestempeld

30 augustus 2005, pag. 590) en/of

-geschreven/aangegeven: "You to me no longer ecsist. Bij the power of three

times three you will feel my agony. Feel what you put me through. This is

punisment I give to you. Your church will be ended. Children will die, people

get sick. This all start on the next full moon. And we celebrate it on next

Sabbat." (brief gestempeld 2 september 2005, pag. 591) en/of

-aangegeven/geschreven dat die [slachtoffer] op de vervloektenlijst staat (e-mail

verzonden op 21 september 2005, pag 592) en/of

-aangegeven/geschreven: "Echte satanisten behoren een geheime organisatie toe.

Op hun repertoire staan bloedvergieten, dierenoffers en zelfverminkingen. Voor ontwijding van kerken, schennis van graven en zelfs mensenoffers en moord op afvalligen schrikken echte satanisten niet terug." (e-mail verzonden op 21 september 2005, pag 592) en/of

-geschreven/aangegeven: "Wees op uw hoede want ik kom spoedig om mijn troon te

vestigen. En U zal het zwaar krijgen, omdat uit uw midden een voorloper an antichrist zijn taak heeft afgelegd. Maar hij zal met the power of three times three gestraft worden. Maar dat weet hijzelf ook, want niemand (echt niemand) stapt uit onze satanische genootschap zonder gestraft te worden. Doodstraf of bij genade de vervloeking." (e-mail verzonden op 21 september 2005, pag. 593) en/of

-aangegeven/geschreven: "Hail Satan. Nu tijd is voor wraak. Jullie handen zijn met bloed besmeurt. Omdat jullie onze zwarte priester van de order of nine angels hebt weggelokt. Jullie kennen de ernst van onze order niet. Wij deinzen niet voor terug om iemand te doden; en dat kan op drie manieren gebeuren. Wij hebben iemand nodig voor een offer (dan wordt een buitenstaander, of pasgeboren baby gedood), als iemand de order verlaat is hij vogelvrij en mag/moet hij naar verloop van tijd gedood worden, en als iemand inhoudelijk over de order praat. Maar [namen], jullie zullen keer op keer vervloekt worden omdat jullie geholpen hebben. Jullie adderen gebroed. Bij de power of three times three zal ik op jullie en je gezin inslaan. Totdat een zwakke plek bovenkomt, en dan zal ik je de kop vermorzelen of die van één van je kinderen. En onze priester heeft zijn tijd gehad om terug te keren, hij heeft het niet gedaan. Je hebt zelfs dagen met de politie gesproken, waar ook het satanisme ter sprake kwam. Daarom verklaar ik je hierbij vogelvrij en mag een ieder die dat wil, jouw op zijn Esbat doden. Je wist dat dit het gevolg zou zijn, het was je eigen keus. Je hebt nog 6 dagen om uit de evangelische gemeente te treden. Op die manier schenken wij de hen genade en kan jij je priesterschap weer opnemen." (e-mail verzonden 27 september 2005, pag 610) en/of

-aangegeven/geschreven: "Ik zal ziekte, opstand van kinderen, demomen, ruzie en dood in uw midden brengen." (e-mail verzonden op 6 november 2005, pag 618) en/of

-aangegeven/geschreven: "Maar nu is ook [slachtoffer]] daarbij gekomen, omdat hij een heilig document (het inschrijfdocument ondertekend door bloed) heeft hij verbrand, daarom zal zijn dochter gestraft worden bv net als [naam]." (e-mail verzonden op 6 november 2005, pag 618) en/of

-aangegeven/geschreven: "We doen volgens onze bijbels geen misdaden. Maar we hebben mensen kreupel, sprakeloos en verminkt. Mensen "vermoord" in de naam van Satan, o.a. een man, een vrouw ja zelfs kinderen als offer. wat we met de resten doen; bloed drink je, de rest verbrand je snij het in stukken en begraaf het verspreid over de Veluwe of in het water.

En vluchten helpt niet meer want vinden doen we ze altijd,.........altijd! Na hem zal [slachtoffer] de volgende zijn die we afwerken. We zijn terroristen voor onze heer, Hail Satan" (e-mail verzonden op 6 november 2005, pag 618/619)" ;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 27 september 2005, althans op een tijdstip in september 2005, te Putten, althans in Nederland, een persoon, genaamd [slachtoffer], schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met de dood en/of met zware mishandeling, immers heeft hij opzettelijk dreigend die [slachtoffer] een e-mail gestuurd met de tekst "Hail satan. Nu is het tijd voor wraak. Jullie handen zijn met bloed besmeurt. Omdat je onze zwarte priester van de order of

nine angels hebt weggelokt. Jullie kennen de ernst van onze order niet. We deinzen niet terug om iemand te doden; en dat kan op 3 manieren. We hebben iemand nodig voor een offer (dan wordt een buitenstaander of pasgeboren baby gedood), als iemand de order verlaat is hij vogelvrij en mag/moet hij naar verloopt van tijd gedood worden en als iemand inhoudelijk over de order praat. Maar [namen], jullie zullen keer op keer vervloekt worden omdat jullie geholpen hebben. Jullie adderen gebroed. Bij de power of three times three zal ik op jullie en jullie gezin inslaan. Totdat de zwakke plek bovenkomt, en dan zal ik je de kop vermorzelen of die van één van je kinderen. En onze priester heeft zijn tijd gehad om terug te keren, hij heeft het niet gedaan. Je hebt zelfs dagen met de politie gesproken, waar ook het satanisme ter spraken kwam. Daarom verklaar ik je hierbij vogelvrij, en mag een ieder die dat wil, jouw op zijn Esbat doden. Je wist dat dit het het gevolg zou zijn, het was je eigen keus. Je hebt nog 6 dagen om uit de evangelische gemeente te treden. Op die manier schenken wij de hen genade en kan jij je priesterschap weer opnemen.

Hoge priester Prince of Darknes 666";

(e-mail 27 september 2005, pagina 639, zakendossier 2)

art 285 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 7 november 2005 tot en met 10 november 2005, te Putten en/of te Apeldoorn en/of te Lochem, althans in het arrondissement Zutphen[opsporingsambtenaar], opsporingsambtenaar van de politie, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een brief (met in de envelop een groene substantie en/of een hoeveelheid poeder) gericht aan die van [opsporingsambtenaar] te versturen en/of (daarin) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Toen [verdachte] uit de groep wou treden hebben wij hem een copy opgestuurd met zijn gelofte door zijn eigen bloed ondertekend, en hij trok zich er niets van aan, we hebben eens een explosie veroorzaakt in Amersfoort waar hij langs zou komen en het was bijna fataal. De muren spatten uiteen maar hij bleef ongedeerd. Nu hij namen en "misdaden" ging noemen ging hij echt te ver. Ook voor hem want sommigen zijn nog niet over hun verjaringstijd. Maar zijn straf kan hij helaas niet meer ontlopen. Daarom zal na hem jij aan de beurt zijn. Een oog voor een oog, [naam]. Jij wilt als agentje natuurlijk weten wat voor "misdaden" wij doen. Wij doen volgens onze bijbels geen misdaden. Maar we hebben mensen kreupel, sprakeloos en verminkt. Mensen 'vermoord'in de Naam van Satan, oa een man een vrouw ja zelfs kinderen als offer. Wat we met de resten doen; bloed drink je, de rest verbrand je snij het in stukken en begraaf het verspreid over de Veluwe of in het water.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;(zakendossier 3)

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 11 oktober 2005, te Putten, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [opsporingsambtenaar] en/of [opsporingsambtenaar], opsporingsambtena(a)r(en) van de politie, opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van een aantal bedreigingen (via e-,mails en/of via de telefoon) en/of schriftelijke bedeigingen met de dood in de periode van 21 september 2005 tot en met 11 oktober 2005; (zakendossier 4, pag 719 t/m 725)

art 188 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Naar het oordeel van de rechtbank is de officier van justitie niet ontvankelijk in hetgeen zij onder feit 1, 6e gedachtestreepje ten laste heeft gelegd, aangezien dit onderdeel van de tenlastelegging identiek is aan hetgeen onder feit 2 ten laste is gelegd en dit laatste feit zoals hierna blijkt bewezen wordt verklaard.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 30 augustus 2005 tot en met 14 november 2005, te Putten, telkens [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend zakelijk weergegeven per e-mail en/of per brief en/of per cd-rom

-aangegeven/geschreven dat die [slachtoffer] op de vervloektenlijst stond (brief gestempeld 30 augustus 2005, pag. 590) en

-geschreven/aangegeven: "You to me no longer ecsist. Bij the power of three times three you will feel my agony. Feel what you put me through. This is punisment I give to you. Your church will be ended. Children will die, people get sick. This all start on the next full moon. And we celebrate it on next Sabbat." (brief gestempeld 2 september 2005, pag. 591) en

-aangegeven/geschreven dat die [slachtoffer] op de vervloektenlijst staat (e-mail verzonden op 21 september 2005, pag 592) en

-aangegeven/geschreven: "Echte satanisten behoren een geheime organisatie toe. Op hun repertoire staan bloedvergieten, dierenoffers en zelfverminkingen. Voor ontwijding van kerken, schennis van graven en zelfs mensenoffers en moord op afvalligen schrikken echte satanisten niet terug." (e-mail verzonden op 21 september 2005, pag 592) en

-geschreven/aangegeven: "Wees op uw hoede want ik kom spoedig om mijn troon te

vestigen. En U zal het zwaar krijgen, omdat uit uw midden een voorloper van antichrist zijn taak heeft afgelegd. Maar hij zal met the power of three times three gestraft worden. Maar dat weet hijzelf ook, want niemand (echt niemand) stapt uit onze satanische genootschap zonder gestraft te worden. Doodstraf of bij genade de vervloeking." (e-mail verzonden op 21 september 2005, pag. 593) en

-aangegeven/geschreven: "Ik zal ziekte, opstand van kinderen, demonen, ruzie en dood in uw midden brengen." (e-mail verzonden op 6 november 2005, pag 618) en

-aangegeven/geschreven: "Maar nu is ook [slachtoffer]] daarbij gekomen, omdat hij een heilig document (het inschrijfdocument ondertekend door bloed) heeft hij verbrand, daarom zal zijn dochter gestraft worden bv. net als [naam]." (e-mail verzonden op 6 november 2005, pag 618) en

-aangegeven/geschreven: "We doen volgens onze bijbels geen misdaden. Maar we hebben mensen kreupel, sprakeloos en verminkt. Mensen "vermoord" in de naam van Satan, o.a. een man, een vrouw ja zelfs kinderen als offer. wat we met de resten doen; bloed drink je, de rest verbrand je snij het in stukken en begraaf het verspreid over de Veluwe of in het water.

En vluchten helpt niet meer want vinden doen we ze altijd,.........altijd! Na hem zal [slachtoffer] de volgende zijn die we afwerken. We zijn terroristen voor onze heer, Hail Satan" (e-mail verzonden op 6 november 2005, pag 618/619);

Bewijsoverweging feit 1

De raadsman heeft bij pleidooi gesteld dat de uitingen met satanisch karakter niet concreet bedreigend zouden zijn voor het slachtoffer, nu het grootste deel van de teksten satanische retoriek zou betreffen en geen persoonlijke individuele uiting van de verzender aan de geadresseerde.

De rechtbank is van oordeel dat de bedreigingen van dien aard waren en onder zulke omstandigheden waren gedaan, dat deze in het algemeen vrees konden opwekken bij het slachtoffer. In de teksten wordt het slachtoffer met naam en toenaam genoemd en worden bedreigingen in niet mis te verstane bewoordingen gericht aan zijn persoon en zijn familieleden.

Het door de raadsman gevoerde verweer dat een vervloeking geen concrete bedreiging vormde voor het slachtoffer, wordt door de rechtbank verworpen nu verdachte ter zitting heeft verklaard, dat er praktisch geen verschil bestaat tussen vermelding op de vervloektenlijst en op de dodenlijst.

Het door de raadsman gevoerde verweer dat de twee brieven niet gericht waren aan het slachtoffer maar aan de Evangelische Gemeente Putten wordt door de rechtbank verworpen, nu de schriftelijke bedreigingen door verdachte gestuurd zijn naar het correspondentie adres van de Evangelische Gemeente Putten, waaraan het slachtoffer als oudste verbonden is en waarvan diens echtgenote het secretariaat beheert, en de inhoud van de bedreigingen te zijner kennis is gekomen.

2.

hij op 27 september 2005, te Putten, een persoon, genaamd [slachtoffer], schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met de dood, immers heeft hij opzettelijk dreigend die [slachtoffer] een e-mail gestuurd met de tekst "Hail satan. Nu is het tijd voor wraak. Jullie handen zijn met bloed besmeurt. Omdat je onze zwarte priester van de order of nine angels hebt weggelokt. Jullie kennen de ernst van onze order niet. We deinzen niet terug om iemand te doden; en dat kan op 3 manieren. We hebben iemand nodig voor een offer (dan wordt een buitenstaander of pasgeboren baby gedood), als iemand de order verlaat is hij vogelvrij en mag/moet hij naar verloopt van tijd gedood worden en als iemand inhoudelijk over de order praat. Maar [namen], jullie zullen keer op keer vervloekt worden omdat jullie geholpen hebben. Jullie adderen gebroed. Bij de power of three times three zal ik op jullie en jullie gezin inslaan. Totdat de zwakke plek bovenkomt, en dan zal ik je de kop vermorzelen of die van één van je kinderen. En onze priester heeft zijn tijd gehad om terug te keren, hij heeft het niet gedaan. Je hebt zelfs dagen met de politie gesproken, waar ook het satanisme ter spraken kwam. Daarom verklaar ik je hierbij vogelvrij, en mag een ieder die dat wil, jouw op zijn Esbat doden. Je wist dat dit het het gevolg zou zijn, het was je eigen keus. Je hebt nog 6 dagen om uit de evangelische gemeente te treden. Op die manier schenken wij de hen genade en kan jij je priesterschap weer opnemen.

Hoge priester Prince of Darknes 666";

3.

hij in de periode van 7 november 2005 tot en met 10 november 2005, te Apeldoorn[opsporingsambtenaar], opsporingsambtenaar van de politie, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een brief (met in de envelop een groene substantie en/of een hoeveelheid poeder) gericht aan die van [opsporingsambtenaar] te versturen en/of (daarin) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Toen [verdachte] uit de groep wou treden hebben wij hem een copy opgestuurd met zijn gelofte door zijn eigen bloed ondertekend, en hij trok zich er niets van aan, we hebben eens een explosie veroorzaakt in Amersfoort waar hij langs zou komen en het was bijna fataal. De muren spatten uiteen maar hij bleef ongedeerd. Nu hij namen en "misdaden" ging noemen ging hij echt te ver. Ook voor hem want sommigen zijn nog niet over hun verjaringstijd. Maar zijn straf kan hij helaas niet meer ontlopen. Daarom zal na hem jij aan de beurt zijn. Een oog voor een oog, [naam]. Jij wilt als agentje natuurlijk weten wat voor "misdaden" wij doen. Wij doen volgens onze bijbels geen misdaden. Maar we hebben mensen kreupel, sprakeloos en verminkt. Mensen 'vermoord' in de Naam van Satan, oa een man een vrouw ja zelfs kinderen als offer. Wat we met de resten doen; bloed drink je, de rest verbrand je snij het in stukken en begraaf het verspreid over de Veluwe of in het water."

Bewijsoverweging feit 3

Het slachtoffer ontving een aan hem gerichte brief, waarbij de envelop – naast een dreigbrief waarin de naam van het slachtoffer wordt genoemd – een onbekende groene substantie bevatte. De rechtbank is van oordeel dat de bedreiging van dien aard was en onder zulke omstandigheden is gedaan dat deze in het algemeen vrees kon opwekken bij het slachtoffer. De rechtbank komt derhalve, anders dan door de raadsman namens verdachte bepleit, tot een bewezenverklaring van dit feit.

4.

hij op of omstreeks 11 oktober 2005, te Putten, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [opsporingsam[opsporingsambtenaar] en/of [opsporingsambtenaar], opsporingsambtena(a)r(en) van de politie, opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van een aantal bedreigingen (via e-mails) en/of schriftelijke bedreigingen met de dood in de periode van 21 september 2005 tot en met 11 oktober 2005.

Bewijsoverweging feit 4

De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn verweer dat – nu niet bewezen kan worden dat verdachte geen valse aangifte heeft gedaan van bedreiging per telefoon – verdachte dient te worden vrijgesproken van de gehele tenlastelegging onder feit 4. Er resteren immers op andere wijze geuite bedreigingen.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1:

- Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

- Bedreiging met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht;

Feit 2:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarden is geschied;

Feit 3:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Feit 4:

Aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte zijn een psychiatrisch rapport gedateerd 7 maart 2006 door psychiater Van Beek en een psychologisch rapport gedateerd 5 maart 2006 door psycholoog Baneke uitgebracht.

Met de conclusie van deze rapporten, te weten: verdachte is licht verminderd toerekeningsvatbaar, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot 147 dagen gevangenisstraf met aftrek, waarvan 70 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen hem te geven door de stichting reclassering Nederland, ook als dit inhoudt behandeling door De Tender.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat ten gevolge van de bewezen verklaarde feiten onrust in de samenleving en vrees bij de slachtoffers is ontstaan.

In beide voormelde rapporten wordt aangegeven, dat de kans op recidive van het ten laste gelegde of soortgelijk delict reëel is. Tegen deze achtergrond wordt geadviseerd verdachte binnen het kader van een voorwaardelijk strafdeel te laten begeleiden en als bijzondere voorwaarde ambulant (poliklinisch) te laten behandelen. Uit het reclasseringsrapport d.d. 17 maart 2006 blijkt, dat Reclassering Nederland zich hierbij aansluit.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde stellen dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen hem te geven namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat verdachte zijn reeds aangevangen ambulante behandeling bij De Tender zal voortzetten.

Met betrekking tot de door de officier van justitie geëiste proeftijd van 3 jaar acht de rechtbank een proeftijd van 2 jaren voldoende, nu verdachte al geruime tijd bezig is met zijn behandeling bij De Tender.

In beslag genomen voorwerpen

Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, met betrekking waartoe het onder feit 3 bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14 a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 27, 57, 188 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar strafvervolging ten aanzien van hetgeen zij onder feit 1, 6e gedachtestreepje heeft tenlastegelegd.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder feit 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 147 (honderd zeven en veertig) dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 70 (zeventig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zijn behandeling bij De Tender zal voortzetten. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die door of namens de leiding van De Tender zullen worden gegeven.

Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1 flesje ontstopper korrels.

Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, De Bie en Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 april 2007.

Mr. Draisma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature