< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Celstraf en TBS met voorwaarden in Apeldoornse shaken-babyzaak.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot gevangenisstraf en TBS met voorwaarden voor het mishandelen van zijn baby. Verdachte verminderd toerekeningsvatbaar.

Uitspraak



RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460128-06

Uitspraak d.d.: 12 december 2006

tegenspraak/ oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1974,

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in P.I. De Berg, Arnhem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 1 september 2006 en 28 november 2006.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 21 februari 2006 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, (telkens) opzettelijk [slachtoffer], geboren [datum] 2005, (verdachtes zoon) van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (telkens) (met kracht)heeft geslagen en/of gestompt op of tegen het hoofd en/of het gezicht en of elders tegen het lichaam en/of(met kracht) geknepen in het gezicht en of elders tegen

het lichaam en/of (met kracht) geschud en/of laten vallen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 21 februari 2006 te [plaats], aan een persoon, (te weten [slachtoffer], geboren [datum] 2005 , verdachtes zoon), (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten meerdere althans een hersenbloeding(en) en/of meerdere althans een ribfractu(u)r(en) en/of een schedelbreuk), heeft toegebracht, door deze meermalen, althans eenmaal opzettelijk (telkens) (met kracht) op/tegen/in het gezicht en/of het hoofd en/of elders op/tegen/in het

lichaam te slaan en/of te stompen en/of te knijpen en/of met kracht) voornoemde [slachtoffer] te schudden en/of te laten vallen;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 21 februari 2006 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], geboren [datum] 2005, verdachtes zoon), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [slachtoffer] mermalen, ailtahans eenmaal, telkens opzettelijk (met kracht) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geknepen en/of

voornoemde [slachtoffer] (met kracht) heeft geschud en/of laten vallen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 21 februari 2006 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, telkens opzettelijk [slachtoffer], geboren [datum] 2005, (verdachtes zoon), van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde [slachtoffer] met kracht heeft gestompt op of tegen het hoofd en het gezicht en/of elders tegen het lichaam en (met kracht) geknepen in het gezicht en/of elders in het lichaam en (met kracht) geschud, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Bewijsoverweging

Aangaande het bewezenverklaarde opzet overweegt de rechtbank , dat de bewijsmiddelen in samenhang met de aard van de gedragingen en de algemeen bekende ervaringsregels betreffende de mogelijk fatale gevolgen van grof en/of schuddend geweld tegen babies, redelijkerwijs geen andere conclusie toelaten dan dat verdachte zich willens en wetens ten minste heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij door zijn handelen voor [slachtoffer] dodelijk letsel zou veroorzaken.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is multidisciplinair gerapporteerd d.d. 7 juli 2006 en 12 juli 2006 door Dr. Kaiser, psychiater, en drs. Labrijn, psycholoog .

De conclusie in beide rapporten komt erop neer dat verdachte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten weliswaar de ongeoorloofdheid hiervan heeft kunnen inzien, doch in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat is geweest zijn wil in vrijheid - overeenkomstig een dergelijk besef - te bepalen.

De gedragsdeskundigen concluderen dat onderzochte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten, lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, dat de feiten - indien bewezen - hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De rechtbank neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie: oplegging van een gevangenisstraf van 30 maanden en van TBS met voorwaarden, waaraan als extra voorwaarde dient te worden verbonden dat de proefplaatsing succesvol dient te verlopen.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging en maatregel in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte herhaalde malen is vervallen in een gewelddadig handelen jegens [slachtoffer], zijn volstrekt weerloze, aan zijn zorg toevertrouwde zoontje van destijds zeven weken oud. Verdachtes hardhandige en onbeheerste handelen is op 21 februari 2006 uitgemond in zodanig letsel bij [slachtoffer], dat deze op de intensive care van het Wilhelmina Kinderziekenhuis moest worden opgenomen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich volstrekt onvoldoende rekenschap gegeven van de kwetsbaarheid van [slachtoffer] en heeft hij zijn overwicht als volwassene ten opzichte van dit kind op grove wijze misbruikt. Niet uitgesloten is dat [slachtoffer] blijvend lichamelijke schade zal overhouden van het geweld dat door verdachte is toegebracht.

Daarnaast zal de traumatische ervaring mogelijk blijvend psychische schade en/of angstgevoelens voor [slachtoffer] tot gevolg hebben. Het behoeft nauwelijks betoog dat verdachte door de gevolgen van zijn gewelddadig handelen immens verdriet en ontreddering heeft veroorzaakt bij de moeder en de naaste familie van het slachtoffertje en dat feiten als de onderhavige in de samenleving hevige gevoelens van verontwaardiging en onbegrip oproepen.

Als afzonderlijk verwijtbaar heeft de rechtbank voorts in aanmerking genomen de aanvankelijk ontkennende houding van verdachte en het in eerste instantie in een beschuldigend daglicht stellen van enig(e) ander(en) voor daden die hijzelf had gepleegd. Er had [slachtoffer] veel leed bespaard kunnen blijven en bovendien had hij veel eerder behandeld kunnen worden, wanneer verdachte er niet voor had gekozen zijn handelen zo lang te verzwijgen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het vorenstaande een vrijheidsstraf van aanmerkelijke duur op zijn plaats is. Zij komt echter toch tot een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist, omdat zij het van belang acht dat de hierna vermelde behandeling binnen redelijke tijd kan beginnen en deze behandeling bovendien met zich zal brengen dat verdachte vrijheden dient in te leveren.

De rechtbank heeft in het bijzonder acht geslagen op de eerdergenoemde Pro Justitia uitgebrachte rapporten en het maatregelrapport van de Stichting Reclassering Nederland van 15 november 2006.

De Pro Justitia rapporten houden als conclusie en advies onder meer het volgende in.

Betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis in de vorm van een impulscontrolestoornis NOS (van het geremde type) en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis: vermijdend en afhankelijk. Deze stoornis was aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde en beïnvloedde zijn gedragingen ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde zodanig dat het tenlastegelegde daaruit verklaard kan worden. Betrokkene vermeed door de persoonlijkheidsstoornis conflicten en was vooral agressiegeremd. Hij kropte op en richtte zich geheel op het realiseren van het ideale gezin ondanks dat er problemen waren. Ook de spanning daarover uitte hij niet. Betrokkene wilde vooral waardering van anderen en wilde alles onder controle houden. Hij had tot de geboorte van zijn zoontje alles onder controle en was cognitief voorbereid op de belasting van een kind. Gevoelsmatig kon hij er echter niet mee omgaan als het zoontje huilde: hij voelde zich dan onmachtig, voelde dat het kind zijn ideaalbeeld van de goede vader zijn verstoorde. Hij had geen controle over het gedrag van het zoontje als het huilde. Betrokkene heeft het geweld dat hij uitoefende op zijn zoontje steeds verdrongen en zich zelf nadien steeds toegesproken dat het een volgende keer niet weer zou gebeuren en dat het niet zo erg was, daarmee zijn geweten sussend. Betrokkene nam daarmee ook geen voorzorgsmaatregelen om zijn gewelddadige gedrag te voorkomen. Dit past bij het vermijden in zijn persoonlijkheid. Dat hij zijn zoon en mogelijk zijn gezin kon verliezen door zijn agressie was hij zich wel bewust maar desondanks was hij niet in staat om zijn machteloosheid en woede naar zijn zoontje onder controle te nemen. Betrokkene had ten tijde van het ten laste gelegde voldoende inzicht in de wederrechtelijkheid van de begane feiten.

De kans op herhaling wordt als tamelijk groot ingeschat als betrokkene weer een baby aan zijn zorg toevertrouwd krijgt. De kans dat dat in de toekomst gebeurt, is groot nu betrokkene heeft aangegeven dat hij na zijn behandeling opnieuw een relatie en kinderen zou willen. Gezien de ernst van het delict, met potentieel dodelijke afloop, het tamelijk groot te achten recidivegevaar en de ernst van de stoornis van waaruit het ten laste gelegde tenminste ten dele verklaard kan worden, wordt een behandeling binnen een beschermend kader geadviseerd. Nu uit de rapporten blijkt dat verdachte gemotiveerd is voor behandeling is de mogelijkheid van behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden onderzocht. De FPK in Assen is bereid om betrokkene – na afloop van zijn gevangenisstraf –

een proefbehandeling voor een periode van drie maanden aan te bieden. In deze periode moet blijken of hij voldoende in staat is om een behandelrelatie aan te gaan. Mocht de proef mislukken dan zal betrokkene – in afwachting van eventuele omzetting in TBS met dwangverpleging – opnieuw in hechtenis genomen moeten worden, aldus het advies.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting en voormelde rapporten is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen, de terbeschikkingstelling van verdachte eist.

De bewezenverklaarde feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld.

Gelet op het advies dat een behandeling van verdachtes problematiek voldoende gewaarborgd is binnen de meer vrijblijvende setting van een terbeschikkingstelling met voorwaarden, dient naar het oordeel van de rechtbank naast een gevangenisstraf de maatregel van

terbeschikkingstelling met voorwaarden als bedoeld in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht te worden opgelegd.

Met de officier van justitie is de rechtbank tevens van oordeel dat aan de voorwaarden genoemd in het TBS-maatregelrapport van de Reclassering d.d. 15 november 2006 als extra voorwaarde moet worden toegevoegd dat de proefplaatsing succesvol zal verlopen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 37a, 38, 38a, 45, 57 en 287 Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 (twee-entwintig) maanden.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde:

- de veroordeelde verblijft in de FPK te Assen en volgt daar een behandeling, zolang de leiding van deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

- de veroordeelde moet zich gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem gegeven worden door het behandelteam van de FPK;

- de veroordeelde dient zijn dagelijkse functioneren bespreekbaar te maken, zich naar vermogen behandelbaar op te stellen en zich aan behandelafspraken te houden;

- vrijheden buiten de FPK worden gegeven door het behandelteam van de FPK;

- de veroordeelde houdt zich in het kader van een resocialisatie aan de gemaakte afspraken ten aanzien van wonen, werken en behandeling;

- de veroordeelde geeft de reclassering, FPK en personen in zijn directe omgeving zoals ouders en partner toestemming om informatie uit te wisselen, met als doel om toe te zien op de naleving van de gestelde voorwaarden;

- de veroordeelde verblijft op een door de reclassering goedgekeurd adres, in het geval dat de detentie niet direct aansluit op de opname in de FPK;

- de veroordeelde draagt geen zorg voor zijn zoon of andere minderjarigen, zonder toestemming van de FPK, Bureau Jeugdzorg en de reclassering;

- de veroordeelde zal zich overigens gedragen naar de aanwijzingen van de Reclassering;

- de proefplaatsing dient succesvol te verlopen.

Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Van Harreveld en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 december 2006.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature