E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSHE:2012:BY4608
LJN BY4608, Rechtbank 's-Hertogenbosch, AWB 12/3501 en 12/3500

Inhoudsindicatie:

Leerlingenvervoer. Voorlopige voorziening. Openbaar vervoer met begeleiding. Twee kinderen op verschillende locaties.

Voorts is ter zitting van de voorzieningenrechter duidelijk geworden dat verweerder de situatie van verzoekster niet goed onder ogen heeft gezien. Verweerder heeft in het bestreden besluit uiteengezet van mening te zijn dat de kinderen onder begeleiding met het openbaar vervoer de school kunnen bezoeken. Verzoekster heeft echter aangevoerd dat de kinderen naar verschillende locaties van de school gaan en dat die locaties alleen met verschillende bussen vanaf station Eindhoven kunnen worden bereikt. Onduidelijk is of verweerder van verzoekster verlangd dat zij met haar kinderen van [plaats] naar Eindhoven reist en eerst het ene kind naar school brengt en vervolgens met het andere kind teruggaat naar station Eindhoven en daar de bus pakt naar de andere locatie om dat andere kind naar school te brengen dan wel dat verweerder van verzoekster verlangd dat zij dagelijks iemand anders inschakelt om samen met haar de kinderen naar school te brengen. In de eerste situatie dringt zich de vraag op of in ieder geval één kind meer dan anderhalf uur onderweg is (en de reistijd met aangepast vervoer tot 50 % of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht) en om die reden voor aangepast vervoer in aanmerking moet komen (artikel 18, eerste lid aanhef en onder b, van de Verordening ). Terwijl in de andere situatie de vraag zich opdringt of van verzoekster in redelijkheid mag worden verlangd dat zij dagelijks iemand vraagt om samen met haar de kinderen naar Eindhoven te brengen, waarbij betekenis toekomt aan de reistijd met het openbaar vervoer van [plaats] naar de school in Eindhoven en aan het feit dat verzoekster een derde kind heeft dat naar school gaat in [plaats] en waarvoor verzoekster eveneens moet zorgen. In de bezwaarfase dient verweerder in ieder geval te bezien of in de bijzondere omstandigheden van het geval aanleiding bestaat ten gunste van verzoekster af te wijken van de bepalingen van de Verordening (artikel 29 van de Verordening ).

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie