E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSHE:2011:BR5900
LJN BR5900, Rechtbank 's-Hertogenbosch, AWB 11-2464

Inhoudsindicatie:

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende komen vast te staan dat verzoekster op 22 en 29 mei 2011 en 2, 3 en 4 juni 2011 artikel 2.3.1.4, eerste lid, van de APV heeft overtreden. Op grond van deze overtredingen was verweerder dan ook bevoegd om handhavend op te treden. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het cameratoezicht onrechtmatig is, zodat de beelden gebruikt mogen worden als bewijs. In het Horecastappenplan 2010 heeft verweerder aangegeven hoe hij zijn in artikel 2.3.1.5 van de APV neergelegde bevoegdheid zal toepassen. Dit beleid komt de voorzieningenrechter niet kennelijk onredelijk voor. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in overeenstemming met zijn beleid zoals neergelegd in hoofdstuk 17 van het Horecastappenplan 2010 gehandeld.

Gelet op het vorenstaande zal naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter het bestreden besluit in bezwaar stand kunnen houden en bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen grond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie