E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSHE:2011:BR4888
LJN BR4888, Rechtbank 's-Hertogenbosch, 199274 - HA ZA 09-2126

Inhoudsindicatie:

Letselschade. Smartengeld. Gedaagden hebben opzetttelijk brand gesticht in de woning van eisers. Eisers zijn gewond geraakt, hun twee kinderen zijn om het leven gekomen. Eisers vorderen materiële en immateriële schade. De aansprakelijkheid van alle vier gedaagden staat vast gelet op hetgeen in de strafzaken tegen hen is komen vast te staan. Geen aanbod tot tegenbewijs. Een groot aantal materiële schadeposten wordt toegewezen (zie lijstje onder 4.55), waaronder inboedelschade, verlies verdienvermogen van eiseres, en economische kwetsbaarheid van eiser. Voor wat betreft het gevorderde smartengeld overweegt de rechtbank dat de onrechtmatige daad van gedaagden gericht was tegen het hele gezin en dat de immateriële schade die eisers als gevolg van de brand hebben geleden volledig voor vergoeding in aanmerking komt, op grond van zowel onderdeel a als onderdeel b van artikel 6:106 lid 1 BW . De rechtbank ziet geen aanleiding te onderscheiden in 'eigen schade' en 'shockschade'. Volgens de rechtbank staat vast dat gedaagden het oogmerk hadden om eisers leed toe te brengen als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub a BW. Ook staat volgens de rechtbank vast dat eisers door de brand niet alleen ernstig lichamelijk letsel hebben opgelopen maar ook op andere wijze in hun persoon zijn aangetast als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub b BW. Na een uitvoerige beschrijving van de daarbij in aanmerking genomen omstandigheden begroot de rechtbank de immateriële schade van eiseres op EUR 120.000,- en die van eiser op EUR 100.000,-.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie