< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Verweerder legt maatregelen op - korting op de bijstand van 100% gedurende één maand, korting van 40% gedurende twee maanden - wegens schending van de arbeidsverplichtingen van artikel 9 van de Wwb . In het dossier ligt een arbeidspsychologisch rapport, waarin naar voren komt dat eiser vanwege zijn persoonlijkheid - obsessief compulsief beeld – blijvend zal zijn aangewezen op werk in een beschermde omgeving. Geadviseerd wordt eiser in een Wsw-traject te werk te stellen. Eiser stelt dat hij geen beperkingen heeft. Hij wil niet werken in de Wsw en hij werkt niet mee aan een indicatie-onderzoek. Verweerder biedt eiser vervolgens Wwb-gesubsidieerde arbeid aan: aangepaste arbeid in de sociale werkplaats, waarvoor geen Wsw-indicatie is vereist. Eiser gaat steeds welwillend op verweerders voorstellen in, maar start uiteindelijk niet met de werkzaamheden, stellende dat hij niet in de sociale werkplaats wil werken. Hij heeft immers geen beperkingen.

De rb. verklaart de beide beroepen van eiser gegrond: eiser kan, in het kader van de door verweerder gewenste sociale activering op grond van artikel 9 van de Wwb , niet verplicht worden gesubsidieerde arbeid te aanvaarden nu vaststaat dat hij, als gevolg van zijn beperkingen, nooit uit zal kunnen stromen naar niet gesubsidieerde arbeid op de vrije arbeidsmarkt.

Uitspraak



RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 08/57

AWB 08/1006

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 januari 2009

inzake

[eiser],

te [woonplaats],

eiser,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Son en Breugel,

verweerder,

gemachtigden N.L. van de Griendt en S. Versmissen.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2007 heeft verweerder de uitkering van eiser ingevolge de Wet werk en bijstand (Wwb) met ingang van 1 juli 2007 gedurende één maand verlaagd met 100%, omdat eiser algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft aanvaard (eiser is niet gestart met werk bij Berco in Schijndel op 28 juni en op 5 juli 2007. Ook in door hemzelf gevonden werk in een wasserette is eiser niet begonnen).

Het hiertegen door eiser gemaakte bezwaar is door verweerder bij besluit van 20 november 2007 (gedingstukken A13 en A14) ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld (AWB 08/57).

Bij besluit van 25 september 2007 heeft verweerder de uitkering van eiser ingevolge de Wwb met ingang van 1 oktober 2007 gedurende één maand verlaagd met 40%, omdat eiser een via de WSD-groep aangeboden werkstage per 13 augustus 2007 niet heeft geaccepteerd (werk met behoud van uitkering bij de WSD-groep in Schijndel, afdeling industrie/Blizo).

Bij besluit van 5 oktober 2007 heeft verweerder de uitkering van eiser ingevolge de Wwb met ingang van 1 november 2007 gedurende twee maanden verlaagd met 40%, omdat eiser niet is verschenen op een oproep voor een gesprek op 28 september 2007 met Dorette Kipperman en Marcel Hendriks van de WSD-groep in verband met een werkstage bij de WSD-groep in Schijndel, afdeling Blizo/industrie, nu per 1 oktober 2007.

De tegen de besluiten van 25 september 2007 en 5 oktober 2007 gemaakte bezwaren zijn door verweerder bij twee afzonderlijke besluiten van 12 februari 2008 ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit naar aanleiding van zijn bezwaar tegen het primaire besluit van 5 oktober 2007 (AWB 08/1006).

De beide beroepen zijn gevoegd behandeld ter zitting van 13 oktober 2008, waar eiser niet is verschenen. Verweerder heeft zich ter zitting door zijn gemachtigden laten vertegenwoordigen.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de navolgende feiten en omstandigheden.

2. Eiser is geboren op [datum] 1972. Hij ontvangt sinds 11 december 1997 een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande. Aan eiser zijn de arbeidsverplichtingen opgelegd. In het kader van een onderzoek naar de mogelijkheden voor re-integratie is een arbeidspsychologisch onderzoek verricht. De resultaten van dat onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 7 december 2006. In het rapport staat vermeld dat bij eiser sprake is van een zodanig grote faalangst en perfectiedwang - obsessief-compulsief beeld - dat sprake is van een arbeidsbelemmering. Zonder bepaalde aanpassingen zal eiser niet in staat zijn op duurzame wijze arbeid te verrichten. Vanwege zijn grote begeleidingsbehoefte is werk in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) het meest passend voor eiser. Belangrijk zijn een zeer geleidelijke opbouw van het arbeidsritme en het geleidelijk kunnen wennen aan situaties.

3. In een voortgangsrapportage van de hand van een medewerker van verweerders gemeente van 8 maart 2007 is beschreven dat, naar aanleiding van de resultaten van het arbeidspsychologisch onderzoek, inmiddels bij het CWI een aanvraag is ingediend voor een Wsw-indicatie voor eiser. Werken in het kader van de Wsw is immers het meest passend voor hem. Om dit einddoel te bereiken zal, ter overbrugging van de bestaande wachtlijsten WSD, eerst een Wwb-dienstverband aangeboden worden. De indicatie-procedure bij het CWI heeft eiser echter, na een eerste, informatief gesprek, niet doorgezet.

4. De WSD-groep - het “werkbedrijf” van diverse gemeentes in Brabant dat mensen begeleidt die hulp nodig hebben bij het vinden en houden van werk - heeft eiser vervolgens bemiddeld voor arbeid bij Berco in Schijndel. Met eiser werd afgesproken dat hij op 28 juni 2007 zou beginnen en dat hij gebruik zou maken van het gezamenlijk vervoer. Er was sprake van een tijdelijk parttime dienstverband voor de duur van een half jaar. Op de avond vóór de start van zijn werkzaamheden belde eiser de heer Van den Breekel van de WSD-groep. Eiser vertelde hem dat hij niet van plan was te gaan starten, omdat de WSD-groep er is voor mensen met een beperking, hetgeen op hem niet van toepassing was. Tegen de re-integratie-consulent zei eiser dat hij een vacature had gezien bij een uitzendbureau die hem wat leek.

5. Bij een besluit van 29 juni 2007 heeft verweerder vervolgens de uitkering van eiser met ingang van 28 juni 2007 opgeschort onder toepassing van artikel 54 van de Wwb . Verweerder heeft daarbij medegedeeld dat het werk bij Berco een passende werkplek is voor eiser en dat hij daar aan het werk had moeten gaan. Eiser werd medegedeeld dat hij nu op 5 juli 2007 bij Berco werd verwacht. De uitkering werd opgeschort totdat eiser daadwerkelijk aan het werk zou gaan bij Berco. Eiser zou om 7:30 uur thuis worden opgehaald door de heer Van den Breekel, die hem op zijn eerste werkdag zou begeleiden. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij besluit van 20 november 2007 is dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

6. Eiser heeft vervolgens te kennen gegeven dat hij werk had gevonden in een wasserette en dat hij daar zou beginnen op 16 juli 2007. Op 17 juli 2007 belde eiser met de mededeling dat hij niet is gaan werken, omdat hij het niet aan kon in verband met zijn ogen.

7. Bij besluit van 30 juli 2007 heeft verweerder de Wwb-uitkering van eiser met ingang van 1 juli 2007 gedurende één maand verlaagd met 100%. Aan dit besluit ligt verweerders standpunt ten grondslag dat eiser algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft aanvaard. Eiser is immers op 28 juni 2007 niet gestart met de werkzaamheden bij Berco en hij heeft voorts geen gebruik gemaakt van de hem geboden mogelijkheid op 5 juli 2007 alsnog te starten. Ook is eiser niet gestart met de door hemzelf gevonden werkzaamheden in een wasserette. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft verweerder bij een besluit van, eveneens, 20 november 2007 ongegrond verklaard.

8. Op 7 augustus 2007 heeft vervolgens overleg plaatsgevonden tussen eiser, de gemeente Son en Breugel en de WSD-groep en is een nog verder aangepast traject tot stand gekomen. Om de druk op eiser te verminderen is gekozen voor een werkstage met behoud van uitkering. Eiser zou beginnen met eenvoudige ompakwerkzaamheden voor de duur van drie maanden. Hij zou vanaf 13 augustus 2007 vier middagen per week gaan werken. Daarbij was het de bedoeling eiser arbeidsritme en werknemersvaardigheden op te laten doen. Eiser is echter opnieuw niet op het werk verschenen. In een gesprek op 24 augustus 2007 gaf eiser aan niet te zijn gestart, omdat hij daartoe niet in staat was vanwege problemen met zijn ogen. Argonaut-Advies heeft onderzoek gedaan naar de door eiser geclaimde oogklachten. Uit het rapport van 6 september 2007 blijkt dat er geen afwijkingen zijn aan eisers ogen.

9. Bij besluit van 25 september 2007 heeft verweerder vervolgens de uitkering van eiser met ingang van 1 oktober 2007 gedurende één maand verlaagd met 40%, omdat hij de via de WSD-groep aangeboden werkstage niet heeft geaccepteerd. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft verweerder bij besluit van 12 februari 2008 ongegrond verklaard.

10. Bij het besluit van 5 oktober 2007 heeft verweerder de uitkering van eiser met ingang van 1 november 2007 gedurende twee maanden verlaagd met 40%, omdat eiser niet is ingegaan op de uitnodiging van de WSD-groep om te verschijnen op een afspraak met Dorette Kipperman en Marcel Hendriks op 28 september 2007 in verband met een voorgenomen hernieuwde plaatsing per 1 oktober 2007 te Schijndel bij de productieafdeling van de WSD-groep (Blizo). Eiser belde de afspraak af, omdat hij naar zijn zeggen de uitkomst van de lopende bezwaarprocedures af wilde wachten. Bij het tweede besluit op bezwaar van 12 februari 2008 heeft verweerder het standpunt ingenomen dat de opgelegde maatregel gehandhaafd moet blijven. Eiser heeft zich binnen twaalf maanden voor de tweede maal schuldig gemaakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde categorie, namelijk het niet of in onvoldoende mate gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening. De door hem aangedragen verontschuldigingen/redenen treffen, aldus stelt verweerder, geen doel.

11. In de beide beroepszaken heeft eiser aangevoerd dat werk via de WSD-groep bedoeld is voor mensen met een beperking. Hij heeft echter geen beperking. Vanwege zijn oogklachten kan hij de arbeidsverplichtingen niet volledig nakomen. Hij acht de verlaging van zijn uitkering onjuist.

12. De rechtbank overweegt als volgt.

13. In de dossiers liggen vier primaire besluiten. Eiser heeft tegen al deze besluiten bezwaarschriften ingediend. Verweerder verklaarde één bezwaar van eiser niet-ontvankelijk. De andere drie bezwaren werden, bij een besluit van 20 november 2007 en bij een tweetal besluiten van 12 februari 2008, alle ongegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat het eerste beroepschrift van eiser (het beroepschrift dat is ingediend in de zaak met het nummer AWB 08/57) is gericht tegen de beslissing, waarbij eisers bezwaar tegen de opgelegde maatregel van 100% gedurende één maand met ingang van 1 juli 2007 door verweerder ongegrond werd verklaard. De rechtbank leidt dit af uit de inhoud en de strekking van het beroepschrift. De omstandigheid dat eiser een ander besluit (van dezelfde datum) als bestreden besluit aan de rechtbank heeft overgelegd, maakt dit niet anders. Ook verweerder heeft het beroep opgevat als te zijn gericht tegen het hiervoor bedoelde besluit. Dit blijkt al uit het verweerschrift. Verweerder heeft dit bovendien ter zitting bevestigd. Verweerder heeft het betreffende besluit, naar aanleiding van een telefonisch verzoek, aan de rechtbank overgelegd. Het is in het dossier gelegd als gedingstuk A13. De rechtbank merkt het beroep AWB 08/57 aan als een beroep tegen dit besluit.

14. Het bedoelde besluit van 20 november 2007 is, blijkens de overgelegde gedingstukken (A14), op 23 november 2007 aan eiser verzonden. De beroepstermijn is daarmee aangevangen op 24 november 2007 en geëindigd op 4 januari 2008. Het beroepschrift is van 3 januari 2008. Het is op 7 januari 2008 bij de rechtbank binnengekomen. Uit de poststempel op de envelop, waarin het beroepschrift is verzonden, leidt de rechtbank af dat eiser het beroepschrift op 4 januari 2008, dat is de laatste dag van de beroepstermijn, ter post heeft bezorgd. De rechtbank verwijst naar het bepaalde in artikel 6:9, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser heeft tijdig beroep ingesteld.

15. Het tweede beroepschrift van eiser (in de zaak met het nummer 08/1006) is, opnieuw, blijkens de bewoordingen ervan, alléén gericht tegen de beslissing, waarbij eisers bezwaar tegen de korting op zijn uitkering van 40% gedurende twee maanden met ingang van 1 november 2007, ongegrond is verklaard. Tegen verweerders beslissing naar aanleiding van eisers bezwaren tegen het besluit tot de oplegging van een maatregel van 40% gedurende één maand met ingang van 1 oktober 2007, is geen beroep ingesteld.

16. Ingevolge artikel 9, eerste lid aanhef en onder b, van de Wwb is de belanghebbende van 18 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar verplicht gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

17. Ingevolge artikel 6, aanhef en onder b, van de Wwb wordt onder arbeidsinschakeling verstaan: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a. Blijkens de Memorie van Toelichting op de Wwb (Kamerstukken II 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 35) wordt hiermee aangegeven dat gesubsidieerde arbeid als voorziening in het kader van deze wet geen einddoel kan zijn.

18. In de Memorie van Toelichting wordt verder vermeld dat onder algemeen geaccepteerde arbeid eveneens wordt verstaan alle vormen van gesubsidieerde arbeid, met uitzondering van dienstbetrekkingen in het kader van de Wsw. Hiervoor gelden de voorwaarden van de Wsw.

19. Nu uit de Memorie van Toelichting blijkt dat een Wsw-dienstbetrekking niet onder de reikwijdte van het begrip algemeen geaccepteerde arbeid valt, kan eiser niet worden verplicht Wsw-arbeid te aanvaarden. Het verrichten van werkzaamheden in Wsw-verband kan, ook in het geval van de door verweerder bedoelde sociale activering, slechts op vrijwillige basis geschieden. Verweerder heeft dit ook erkend. Verwezen wordt naar een uitspraak van deze rechtbank van 30 juni 2008, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJN: BD7153.

20. Van de kant van verweerder is gesteld, dat de arbeid, die eiser is aangeboden, geen Wsw-arbeid betreft. Eiser heeft de indicatie-procedure niet doorlopen. Een Wsw-indicatie is dan ook niet verstrekt. Het werk bij Berco in Schijndel, waarin eiser op 28 juni 2007 zou beginnen, en de aangeboden werkstage bij Blizo per 1 oktober 2007, waarop het gesprek met Dorette Kipperman en Marcel Hendriks betrekking had, betroffen beide vanuit de Wwb gesubsidieerde arbeid in de sociale werkplaats. In de betreffende bedrijven werken niet alleen Wsw-ers. Er werken allerlei soorten mensen door elkaar. Verweerder heeft in eisers geval voor een vorm van gesubsidieerde arbeid gekozen, juist omdat eiser weigerde mee te werken aan een plaatsing in een baan in Wsw-verband, terwijl tegelijkertijd duidelijk is dat hij is aangewezen op prikkelarm en gestructureerd werk in een beschermde omgeving met voldoende begeleiding. De rechtbank oordeelt dat de keuze van verweerder integer is gemaakt en goed te begrijpen is. Uit de overgelegde gedingstukken maakt de rechtbank op dat verweerder steeds zeer zorgvuldig gehandeld heeft en zijn best heeft gedaan eiser te motiveren een speciaal voor hem aangepaste werkplek of stageplaats te aanvaarden.

21. Eiser van zijn kant wil het aangepaste werk niet, omdat hij stelt geen beperkingen te hebben. De rechtbank heeft begrip voor de mening van eiser, waar hij zegt dat er niets mis met hem is. Zij stelt echter vast dat uit de gedingstukken naar voren komt dat eiser door zijn persoonlijkheid op het psychische vlak wel degelijk beperkt belastbaar is. Volgens de stellingen van verweerder zelfs zodanig dat eiser aangewezen is en aangewezen zal blijven op aangepaste, gesubsidieerde arbeid in een beschermde werkomgeving of op arbeid in Wsw-verband. De rechtbank verwijst in dit verband naar het, heldere en goed onderbouwde, rapport van het arbeidspsychologisch onderzoek van 7 december 2006. Eiser heeft hier niets tegenover gesteld. De rechtbank gaat er van uit dat verweerders stellingen juist zijn.

22. Ook in de voortgangsrapportage van 8 maart 2007 wordt het verrichten van arbeid in Wsw-verband als einddoel gesteld. Eiser wil werk in Wsw verband - vooralsnog - niet aanvaarden. Volgens oordeel van de rechtbank kan hij, gelet op de bij hem bestaande arbeidsbeperkingen, in het kader van verweerders streven naar sociale activering, ook niet worden verplicht in te gaan op verweerders aanbod tot het accepteren van andere vormen van gesubsidieerde arbeid. Einddoel van de onder de arbeidsverplichting van artikel 9 vallende sociale activering moet immers zijn het verkrijgen van algemeen geaccepteerde, niet gesubsidieerde arbeid. Dit einddoel nu is, volgens stelling van verweerder, voor eiser niet te bereiken. Eiser kan dan ook niet, op straffe van de oplegging van maatregelen in de vorm van kortingen op zijn uitkering, tot de door verweerder aangeboden vormen van sociale activering worden verplicht. Eiser was niet verplicht aan het werk te gaan bij Berco en hij kon evenmin worden verplicht een gesprek over werkhervatting aan te gaan met medewerkers van de WSD op 28 september 2007. Duidelijk is verder dat het door eiser zelf gevonden werk in een wasserette, waar hij op 16 juli 2007 had kunnen beginnen, om andere dan de door eiser genoemde redenen, niet geschikt voor hem was. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat verweerder bij de hier bestreden besluiten ten onrechte aan eiser tot twee keer toe een maatregel heeft opgelegd.

23. De rechtbank concludeert dat de beide bestreden besluiten niet in stand kunnen blijven, omdat voor het opleggen van een maatregel geen grond bestond. De rechtbank zal de beide beroepen gegrond verklaren en de bestreden besluiten zullen vernietigd worden.

24. Nu de hierboven gesignaleerde gebreken niet kunnen worden hersteld en nu deze ook de beide primaire besluiten aankleven, ziet de rechtbank aanleiding met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door de besluiten van 30 juli en 5 oktober 2007 te herroepen. Dit betekent dat de opgelegde maatregelen van 100% gedurende één maand vanaf 1 juli 2007 en van 40% gedurende twee maanden met ingang van 1 november 2007 komen te vervallen.

25. De rechtbank ziet aanleiding te bepalen dat door de gemeente Son en Breugel aan eiser het door hem in beide zaken gestorte griffierecht ad € 78,00 in totaal dient te worden vergoed. Van andere, voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten, is de rechtbank niet gebleken.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart beide beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- herroept de besluiten van 30 juli en 5 oktober 2007, zo dat de bij die besluiten opgelegde maatregelen komen te vervallen;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;

- gelast de gemeente Son en Breugel aan eiser te vergoeden het door hem gestorte griffierecht ad € 78,00 in totaal.

Aldus gedaan door mr. B.A.J. Zijlstra als rechter in tegenwoordigheid van J.H. van Wordragen-van Kampen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2009.

Belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van toezending hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Afschriften verzonden:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature