< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Per 20 maart 2008 wordt bijstand geweigerd wegens op 25 maart 2008 ontdekte hennep-activiteit. Op 12 juni 2008 wordt een nieuwe bijstandsaanvraag gedaan. Voorzover die aanvraag is gericht op bijstand per 20 maart 2008 is er geen sprake van “veranderde omstandigheden” in de zin van artikel 4:6 van de Awb . Voorzover die aanvraag is gericht op bijstand per 12 juni 2008 is er wèl sprake van “veranderde omstandigheden” in de zin van 4:6 (de hennepactiviteit was inmiddels gestaakt), maar niet van het “aantonen van een relevante wijziging in de omstandigheden” als bedoeld in bijstandsjurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.

Uitspraak



RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 08/3327

Uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 november 2008

inzake

[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

gemachtigde mr. P.A. Goossens,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo, verweerder,

gemachtigde mr. J.H.P.G. Teuwissen.

Procesverloop

Verzoeker, geboren op [datum] 1985, woont bij zijn ouders. Bij formulier van 20 maart 2008 heeft hij bijstand aangevraagd. Kort daarna, op 25 maart 2008, werd door de politie in een kennelijk bij verzoeker in gebruik zijnde schuur een grote hoeveelheid henneptoppen aangetroffen. Die henneptoppen zijn toen in beslag genomen en verzoeker is als verdachte aangehouden in verband met het in bezit hebben van hennep. Genoemde bijstandsaanvraag is door verweerder (ook) in bezwaar afgewezen bij besluit van 5 augustus 2008 en wel op grond van de overweging dat wegens onvoldoende informatieverstrekking het recht op bijstand niet is vast te stellen. Namens verzoeker is tegen dat besluit beroep ingesteld.

Inmiddels had verzoeker bij formulier van 12 juni 2008 opnieuw een bijstandsaanvraag gedaan. Hij heeft daarbij de wens kenbaar gemaakt dat de bijstandsuitkering zou ingaan op 20 maart 2008. De nieuwe bijstandsaanvraag is door verweerder, onder verwijzing naar het eerdere afwijzende besluit van 5 augustus 2008, afgewezen bij besluit van 6 augustus 2008. Daarbij is overwogen dat verzoeker geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft vermeld als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Namens verzoeker is tegen het besluit van 6 augustus 2008 bezwaar gemaakt.

Bij brief van 24 september 2008 is namens verzoeker, zowel in samenhang met genoemde beroepsprocedure als in samenhang met genoemde bezwaarprocedure, aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening. Dat verzoek is behandeld ter zitting van 29 oktober 2008, waar verzoeker in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is daar bij gemachtigde verschenen.

Overwegingen

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zal genoemd besluit op bezwaar van 5 augustus 2008 in beroep stand kunnen houden. Verzoeker heeft namelijk zelfs geen tipje van de sluier opgelicht omtrent het hoe of wat van zijn - vaststaande - betrokkenheid bij productie van en/of handel in hennep. Hierdoor valt op geen enkele manier te verifiëren welke financiële voordelen verzoeker daaruit heeft verkregen. Het is verzoeker - en niet verweerder - die de gevolgen hiervan dient te dragen.

Het primaire afwijzingsbesluit van 6 augustus 2008 is juist voorzover het gaat om bijstandsbehoevendheid op 20 maart 2008. Ten aanzien van laatstgenoemde datum was er immers geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, zodat verweerder bevoegd was om de nieuwe aanvraag overeenkomstig artikel 4:6, tweede lid, van de Awb af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende besluit van 5 augustus 2008.

De nieuwe bijstandsaanvraag van 12 juni 2008 diende – zo meent de voorzieningenrechter – tevens te worden opgevat als een aanvraag om bijstand per diezelfde datum. En op die datum waren de omstandigheden in zoverre veranderd dat de hennepactiviteiten in verzoekers schuur sinds ruim 2,5 maanden waren gestaakt. Dit gegeven vormt een belemmering om toepassing te geven aan het tweede lid van genoemd artikel 4:6, nog daargelaten of dat artikel überhaupt van toepassing is in een situatie waarin, na een eerdere weigering of intrekking van bijstandsuitkering, met ingang van een latere datum opnieuw een dergelijke uitkering wordt aangevraagd.

In die situatie geldt echter volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep wèl dat het op de weg van verzoeker ligt om aan te tonen dat sprake is van een relevante wijziging in de omstandigheden in die zin dat op die latere datum wèl wordt voldaan aan de eisen om voor bijstand in aanmerking te komen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 mei 2005, 03/1631 NABW, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, LJN: AT5846). Verzoeker heeft een dergelijke wijziging in de omstandigheden – die goed moet worden onderscheiden van het begrip veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb – niet aangetoond. Op geen enkele manier heeft hij namelijk bij de nieuwe aanvraag verificatie mogelijk gemaakt van de financiële voordelen die kunnen zijn verkregen uit zijn betrokkenheid bij productie van en/of handel in hennep.

Het primaire besluit van 6 augustus 2008 kan bij het nog te nemen besluit op bezwaar overeenkomstig de twee voorgaande alinea’s worden aangevuld. Aldus zal ook de bezwaarprocedure tegen dat primaire besluit naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet tot een voor verzoeker gunstig resultaat kunnen leiden.

Gezien het vorenoverwogene moet het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen. Er zijn geen termen voor een proceskostenveroordeling.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter,

wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Aldus gedaan door mr. A.W. Govers als rechter in tegenwoordigheid van J.H. van Wordragen-van Kampen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 5 november 2008.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschriften verzonden:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature