Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Werkstraf van 240 uur en 6 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar voor opzetheling van een schilderij van Vincent van Gogh, De Geknotte Berkenboom.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



RECHTBANK ’S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/849137-06

Uitspraakdatum: 19 april 2007

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] [geboorteland] op [geboortedatum] 1980,

wonende te [woonplaats]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 april 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 2 januari 2007. De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 5 april 2007 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht (bijlage). Met inachtneming van deze wijziging is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 1999 tot en met 12 maart 2006,

althans in de periode van 7 maart 2006 tot en met 12 maart 2006, in elk geval

op 12 maart 2006 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een schilderij (te weten "De Geknotte

Berkenboom" van Vincent Van Gogh) heeft/hebben verworven en/of voorhanden

heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten

tijde van het verwerven en/of het voorhanden hebben en/of het overdragen wist(en) dat het een

door misdrijf verkregen goed betrof;

(artikel 416 juncto 47 Wetboek van Strafrecht )

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 1999 tot en met 14 mei 1999 te

's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een schilderij (te weten "De Geknotte Berkenboom" van Vincent van Gogh), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Van Lanschot Bankiers

N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s);

(artikel 310 juncto 47 Wetboek van Strafrecht )

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

(primair)

in de periode van 1 februari 2006 tot en met 12 maart 2006 te 's-Hertogenbosch een schilderij (te weten "De Geknotte Berkenboom" van Vincent Van Gogh) heeft verworven en voorhanden

heeft gehad en heeft overgedragen terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden hebben en het overdragen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op:

Wetboek van Strafrecht art. 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57 en 416.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

t.a.v. primair:

een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De op te leggen straffen.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede

op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- het initiatief tot het plegen van het strafbare feit ging uit van verdachte;

- verdachte is er niet voor teruggeschrokken om een nationaal erfgoed van aanzienlijke waarde

uit puur winstbejag te verhandelen;

- door verdachtes kennelijk onverschillige houding ten aanzien van de uiteindelijke bestemming

van het erfgoed had het onderhavige schilderij van Van Gogh buiten Nederlands grondgebied kunnen geraken. Dat dit uiteindelijk niet is gebeurd is niet aan verdachtes handelen te danken geweest.

- verdachte heeft door zijn strafbare handelen een bijdrage geleverd aan het in stand houden van

een afzetmarkt van gestolen goed.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden die tot matiging van de straf hebben geleid:

- verdachte heeft het door hem gepleegde strafbare feit bij de aanvang van het tegen hem ingestelde onderzoek toegegeven en heeft tevens zijn volledige medewerking aan dat onderzoek verleend;

- verdachte heeft een vaste betrekking en kent geen problemen op leefgebieden.

Gelet op dit alles acht de rechtbank een werkstraf van na te melden duur op zijn plaats.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. Anders dan de officier van justitie rekent de rechtbank verdachte niet in strafverhogende zin aan de omstandigheid dat hij geen openheid van zaken heeft gegeven omtrent de identiteit van degene die hem het schilderij ter verkoop heeft overgedragen, aangezien verdachte zich in deze strafzaak primair dient te verantwoorden terzake van heling en hij daaromtrent wél openheid van zaken heeft verschaft.

DE UITSPRAAK

Verklaart het primair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

(primair)

opzetheling, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

t.a.v. primair:

*Werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig

artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uur te

verrichten arbeid.

*Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.J.H. van Dellen, voorzitter,

mr. M.E. Bartels en mr. P.A. Buijs, leden,

in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier

en is uitgesproken op 19 april 2007.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature