E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0292
LJN BY0292, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 12/30117

Inhoudsindicatie:

De rechtbank stelt vast dat de op 18 april 2012 gestelde prejudiciële vragen zullen moeten worden beantwoord voordat de AbRS uitspraak zal doen in de hoger beroepszaak van de vreemdeling. Dit gegeven was al bekend, althans had al bekend moeten zijn bij verweerder ten tijde van de inbewaringstelling van de vreemdeling. Immers, de mededeling dat de zaak wordt aangehouden dateert van 10 juli 2012. Op de site van de AbRS wordt reeds op 18 april 2012 medegedeeld dat de verwachting is dat de beantwoording van de vragen ongeveer anderhalf tot twee jaar op zich zal laten wachten.

De enkele omstandigheid dat het hoger beroep geen schorsende werking heeft en evenmin sprake is van een door de voorzitter van de Afdeling toegewezen verzoek om voorlopige voorziening dat de vreemdeling gedurende de behandeling van het hoger beroep niet naar Guinee wordt uitgezet, kan er niet aan afdoen dat het bij de gegeven stand van zaken reeds ten tijde van de inbewaringstelling van de vreemdeling niet te verwachten was dat de beoogde uitzetting binnen afzienbare tijd zou kunnen plaatsvinden. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook geen sprake van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de AbRS van 17 januari 2011 (LJN: JBP1916). Weliswaar betreffen de vragen in het onderhavige geval niet een makkelijk en objectief te identificeren groep mensen als in de zaak die aanleiding gaf tot de voornoemde uitspraak van 17 januari 2011, dit neemt echter niet weg dat de AbRS heeft geoordeeld dat de prejudiciële vragen voor deze vreemdeling van belang zijn en verweerder hiervan op de hoogte was gesteld voorafgaand aan de bewaringsmaatregel.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie