< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Verdachte heeft zich, gedurende een periode van twee weken, samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan het telen van hennep in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Bij het aantreffen van de professioneel opgezette hennepkwekerij, welke verscholen lag achter een deel van de kas waar pepers werden gekweekt, werden buitengewoon grote hoeveelheden hennepstekken en hennepplanten van verschillende grootte aangetroffen. Gelet op de enorme hoeveelheden hennepplanten en stekken, de ingepakte dozen met stekjes die in de kas en in een aangetroffen auto zijn aangetroffen, moet deze hennep bestemd zijn geweest voor de handel en daarmee de verdere verspreiding. Gevangenisstraf van 3 maanden. Zie ook LJN BW5336 en BW 5341.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/753628-11

Datum uitspraak: 9 mei 2012

Verstek

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte 3],

geboren te [plaats] ([land]) op [datum] 1959,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 25 november 2011, 7 februari 2012 en 25 april 2012.

Verdachte is niet verschenen ter terechtzitting van 25 april 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. F.A. Kuipers.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2011 tot en met 13 augustus 2011 te Roelofarendsveen, gemeente Kaag en Braassem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 145.400 hennepstekjes en/of 5830 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

3. Bewijsoverwegingen1

3.1 Inleiding

De volgende feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de bewijsvraag.

Naar aanleiding van een anonieme melding op 12 augustus 2011 werd het perceel [adres] te Roelofarendsveen op 13 augustus 2011 door de politie kort onder observatie gehouden. Om 06.10 uur werd een witte Fiat Ducato met kenteken [nummer] waargenomen die de oprit opreed. Hier stapten enkele personen uit die de kas binnen gingen. Om 09.58 uur kwam een Fiat Scudo met kenteken [nummer] aanrijden en die parkeerde daar ook.2

Op 13 augustus 2011 vond een doorzoeking van de kas op dat perceel plaats.

In het achterste gedeelte waren zeven Bulgaarse vrouwen aanwezig die daar aan het werk waren. Bij de entree van de peperkwekerij bleek verdachte [verdachte 3] (hierna: [verdachte 3]) zich te hebben verstopt. Hij was in het bezit van de sleutels van Fiat Ducato met kenteken [nummer].3 In het schuurtje naast de kas werd enige minuten later verdachte [verdachte 2] (hierna: [verdachte 2]) aangetroffen die zich had verstopt achter een houten plank.4 [verdachte 2] had een geldbedrag van € 1.500,- in zijn zakken. Het schuurtje stond op een afstand van ongeveer tien meter van de witte Fiat met kenteken [nummer]. In deze Fiat werden diverse dichtgetapete kartonnen dozen met stekjes aangetroffen, alsook een geldbedrag van € 4.990,- in een vakje boven het stuur.5

Buiten werd, omstreeks 10.40 uur, waargenomen dat een Fiat Ducato, met kenteken [nummer], kwam aanrijden, op de oprit stopte en ogenblikkelijk achteruit reed. Bij controle bleek het kenteken toe te behoren aan een bedrijf in Tiel net als de andere twee busjes. De Fiat Ducato werd enige minuten later waargenomen op de A4 en de bestuurder, verdachte [verdachte 1] (hierna: [verdachte 1]), werd aangehouden. Tijdens zijn fouillering werd een bedrag van 605,- euro contant bij hem aangetroffen en vijf mobiele telefoons.6

Op het perceel werden in drie achter elkaar liggende kassen hennepstekken en planten aangetroffen.

In het bestelbusje met kenteken [nummer] bevonden zich twaalf dozen met stekken. Per doos zat één bak van 84 stekken. Het totaal aantal stekken bedroeg 1008 stuks. Op het gangpad in de eerste kas stonden ook nog 19 dozen klaar met daarin stekken. Het totaal aantal stekken in deze dozen bedroeg 1.596.

Alles bij elkaar werden de navolgende hoeveelheden aangetroffen:

- 145.400 hennepstekken;

- 1.730 kleine hennepplanten op pot (ongeveer 40 cm hoog);

- 4.100 grote hennepplanten (tot 190 cm hoog).7

Uit het dossier blijkt dat verb[B]sant [verb[B]sant 1] de in het pand aan de [adres] te Roelofarendsveen aangetroffen hennepplanten aan de vorm, kleur en typische geur als middelen voorkomend op lijst II van de Opiumwet heeft herkend. Hij heeft verklaard dat hij al tien jaar werkzaam in de Basis Politiezorg en is bij meerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen betrokken geweest en daarom bekend is met de kenmerken van hennepplanten.8

Ook verb[B]santen [2] en [3] hebben de planten en stekken als zijnde hennep herkend. Zij hebben gerelateerd dat zij al jaren omgaan en werken met de problematiek omtrent verdovende middelen, waaronder (aantreffen van) hennepkwekerijen. Derhalve hebben zij een dusdanige ervaring en expertise opgedaan, dat kon worden vastgesteld dat het hier een hennepkwekerij/stekkerij betrof.9

Op basis van hetgeen hierboven is weergegeven is de rechtbank van oordeel dat vast is komen te staan dat de op 13 augustus 2011 in de kwekerij aan de [adres] te Roelofarendsveen aangetroffen planten en stekjes, hennepplanten en hennepstekjes als bedoeld op lijst II van de Opiumwet betreffen.

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen verklaard dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

De verklaringen van verdachte bij de politie

Verdachte heeft op 14 augustus 2011 verklaard dat hij de echte chauffeur zou vervangen. Die maandag (de rechtbank begrijpt: 8 augustus 2011) werd de sleutel naar hem gebracht. Daarna heeft hij het busje opgehaald. Hij heeft zijn naam [verdachte 3] genoemd tegen een Nederlandse vrouw omdat hij met het busje tegen haar boom was gereden.10

Die maandag heeft hij de auto opgehaald bij de Hoefkade en heeft hij nog zeven dames opgehaald op verschillende locaties in Den Haag. Gedurende dag heeft hij onderhoudswerkzaamheden bij de kas verricht en om 17.00 uur heeft hij de personen weer afgezet op de plekken waar hij ze had opgehaald. Ditzelfde heeft hij ook gedaan op woensdag, donderdag en vrijdag.11

Voorts heeft hij verklaard dat hij pas op vrijdag wist dat er een hennepkwekerij in de kas gevestigd was en dat hij daarom wilde stoppen met het werk als chauffeur, maar dat hij moest wachten tot hij op zaterdag zou worden betaald door de chef.

De rechtbank stelt vast dat op basis van de onder 3.1 genoemde bewijsmiddelen in combinatie met de verklaring van verdachte in ieder geval kan worden bewezen verklaard dat verdachte op de vrijdag voor de doorzoeking, te weten 12 augustus 2011, op de hoogte was van de aanwezigheid van de hennepkwekerij maar vervolgens opnieuw personen heeft opgehaald en hen naar de kas heeft gebracht.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of op grond van die de verklaring van verdachte, in samenhang met de onder 3.1 genoemde en andere bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte ook vóór 12 augustus 2011 wist dat er een hennepkwekerij in de kas gevestigd was.

De verklaringen van getuige [getuige 3]

Uit de verklaring van [getuige 3], dochter van de eigenaresse van het kassencomplex en woonachtig op het terrein van het kassencomplex, komt naar voren dat zij verdachte herkent als een persoon die zij kent als [verdachte 3], die met een busje haar heg in is gereden, dat zij de man op foto 1 herkent als [B] (=[verdachte 2]) en de man op foto 3 als […] [verdachte 1] (=[verdachte 1]). [B] en [verdachte 1] zag zij regelmatig naar de kassen rijden. Het huurcontract liep vanaf oktober/november 2010 en zij zag [B] en [verdachte 1] vanaf het begin.12

Bij de rechter-commissaris heeft [getuige 3] verklaard dat zij [verdachte 3] drie keer had gezien omdat hij met zijn bus de heg in was gereden, in juni/juli 2011. De vrouwen stapten toen de bus in. Daarna heeft zij hem dezelfde week gezien en de week erna. Er kwam elke dag een bus, die werd dan elke dag binnen gezet.

De verkeersgegevens van de zendmast te Roelofarendsveen in de periode van 1 maart 2011 tot en met 12 augustus 2011

De verklaring van [getuige 3], dat zij [verdachte 3] reeds in juni/juli heeft gezien wordt ondersteund door de zendmastgegevens van de zendmast in Roelofarendsveen, waaruit naar voren komt dat verdachte in de periode van 1 maart 2011 tot en met 12 augustus 2011 34 keer contact heeft gemaakt met de drie GSM's van verdachte.13

De verklaring van getuige [getuige 5]

Voorts herkent [getuige 5], werkzaam bij […], verdachte als een man die heel vaak bij hen in de winkel goederen heeft aangeschaft voor […]. Deze leveringen werden vanaf eind 2010 gedaan.14

De verklaring van [E]

[E], een knipster die op 13 augustus 2011 in de kas werd aangehouden, heeft verklaard dat er de eerste anderhalve week dat zij er was er een eerste chauffeur was, en de tweede anderhalve week een tweede chauffeur. De tweede chauffeur deed ook werkzaamheden in de kas. Hij bleef de hele dag in de kas en hield de tijden en de pauze bij. Ze noemt de tweede chauffeur [F]. De zaterdagochtend (de rechtbank leest: 13 augustus 2011) vertelde de chauffeur dat zij met zijn allen achter in de kas gingen werken. Zij heeft de man op foto 2 (=[verdachte 3]) herkend als de tweede chauffeur.15

Verklaring van verdachte

Verdachte verklaart zelf dat zijn vriendin achter in de kwekerij werkte en dat ze er al ongeveer anderhalve maand werkte.16

De conclusie van de rechtbank

Op grond van deze bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte al vóór 12 augustus 2011 - en zelfs ruim voor de tenlastegelegde periode - betrokken was bij hetgeen zich in de kas afspeelde. Ook acht zij op grond daarvan bewezen dat verdachte wel degelijk op de hoogte was van aanwezigheid van de hennepkwekerij in de kas. Hij heeft knipsters vervoerd en geïnstrueerd over waar zij moesten werken, was zelf in de kas aanwezig en hield de tijden en de pauzes bij. Ook werkte zijn vriendin er al enige tijd.

Zijn verklaringen, waarin hij zijn rol en kennis minimaliseert, zijn, zeker gelet op de overige bewijsmiddelen, ongeloofwaardig. Die verklaringen gelden niet als apart bewijsmiddel, maar dragen zonder meer wel bij aan de overtuiging van de juistheid van de gebruikte andere bewijsmiddelen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan het telen van hennep.

In de kas werden hennepplanten aangetroffen van verschillende grootte, in totaal ongeveer 145.400 hennepstekken, 1.730 hennepplanten op pot van ongeveer 40 cm hoog en 4.100 grote hennepplanten van ongeveer 190 cm hoog. De planten stonden in rijen opgesteld en er werden stekbakken met daarin nog resten aangetroffen, dozen waarin de hennep vervoerd kon worden en werden er dozen met wietstekjes aangetroffen die klaar stonden om te worden vervoerd. Voorts geschiedde de teelt in een afzonderlijk gedeelte van de kas dat van de peperkwekerij was afgeschermd door middel van een verduisteringsgordijn en werden er (Bulgaarse) vrouwen ingezet voor het knippen en stekken van de hennepplantjes. Er werd gehandeld in de naam van een bedrijf, […], waarvoor verdachte bij […] goederen ophaalde.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het handelen van verdachte gekw[B]ficeerd kan worden als hennepteelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

hij in de periode van 1 augustus 2011 tot en met 13 augustus 2011 te Roelofarendsveen, gemeente Kaag en Braassem, tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan [adres]) een hoeveelheid van ongeveer 145.400 hennepstekjes en 5830 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

4. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van de tijd door verdachte in voorarrest doorgebracht, zal worden opgelegd.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich, gedurende een periode van twee weken, samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan het telen van hennep in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Bij het aantreffen van de professioneel opgezette hennepkwekerij, welke verscholen lag achter een deel van de kas waar pepers werden gekweekt, werden buitengewoon grote hoeveelheden hennepstekken en hennepplanten van verschillende grootte aangetroffen. Gelet op de enorme hoeveelheden hennepplanten en stekken, de ingepakte dozen met stekjes die in de kas en in een aangetroffen auto zijn aangetroffen, moet deze hennep bestemd zijn geweest voor de handel en daarmee de verdere verspreiding. Hennep bevat de voor de volksgezondheid schadelijke stof THC en is daarom door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II geplaatst. Daarbij komt dat dergelijke (illegale) handel ook de samenleving ook onveiliger maakt door de criminaliteit die daardoor wordt gegenereerd. Het kweken van hennepsteken vormt de eerste schakel in de hele hennepkweekketen, hetgeen de rol van verdachte en zijn medeverdachten bijzonder kwalijk maakt. De rechtbank rekent het verdachte en zijn mededaders daarnaast zwaar aan dat zij zich kennelijk alleen hebben laten leiden door hun eigen hang naar financieel gewin.

Bij bepaling van de straf let de rechtbank enerzijds met name op de hoeveelheid aangetroffen planten en stekjes en anderzijds op de periode die thans ten aanzien van verdachte is bewezen verklaard.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Gelet op wat in soortgelijke zaken pleegt te worden opgelegd is de rechtbank van oordeel dat niet anders dan de oplegging van een vrijheidsstraf passend en geboden is. De rechtbank ziet gelet op de ernst van de feiten, alsmede het feit dat verdachte illegaal in Nederland verbleef, geen aanleiding om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen.

8. De inbeslaggenomen voorwerpen

8.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) onder 1 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

8.2 Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerpen, te weten: 4 stuks telefoontoestellen, meerkleur, NOKIA.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47 van het Wetboek van Strafrecht en 3 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst II.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (DRIE) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerpen, te weten:

1. 4 stuks telefoontoestel, kleur meerkleur, NOKIA.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.T. Renckens, voorzitter,

mrs. G.H.M. Smelt en P.C.T. van Dam, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. van Rhijn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 mei 2012.

Mr. P.C.T. van Dam is buiten staat het vonnis te ondertekenen.

1 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een dossier bevattende het onderzoek genaamd '161DRAAD', met bijlagen van de politie Hollands Midden, bestaande uit verschillende dossiers.

2 Proces-verbaal van bevindingen, Zaaksdossier, p. 72

3 Proces-verbaal van bevindingen, Zaaksdossier, p. 81

4 Proces-verbaal van bevindingen, Zaaksdossier, p. 79

5 Proces-verbaal bevindingen, Zaaksdossier, p. 138

6 Proces-verbaal van aanhouding, p. 405-406

7 Proces-verbaal van bevindingen, Zaaksdossier, p. 141, Proces-verbaal, Algemeen dossier, Locatiedossier, Locatie A: [adres] Roelofarendsveen, p. 5 en Proces-verbaal bevindingen hoeveelheid hennepplanten, Zaaksdossier, p. 73-76

8 Proces-verbaal van bevindingen hennepplanten, Zaaksdossier, p. 88

9 Proces-verbaal van bevindingen, Zaaksdossier, p. 141-142 en Proces-verbaal van bevindingen, Aanvullend Zaaksdossier, p. 468-469

10 Proces-verbaal verhoor verdachte, Persoonsdossier verdachte [verdachte 3], p. 13-16

11 Proces-verbaal verhoor verdachte, Persoonsdossier verdachte [verdachte 3], p. 17-22

12 Proces-verbaal verhoor getuige ([getuige 3]e), Getuigendossier p. 3-5 en fotomap, Zaaksdossier, p. 246-250

13 Proces-verbaal bevindingen verwerking verkeersgegevens, Aanvullend Zaaksdossier, p. 457-460

14 Proces-verbaal van verhoor getuige ([getuige 5]), Persoonsdossier Getuigen (met bijlagen), p. 111-113 en Proces-verbaal, p. 462-463

15 Proces-verbaal verhoor getuige ([E]), Persoonsdossier getuigen (met bijlagen ), p. 153-156)

16 Proces-verbaal verhoor verdachte, Persoonsdossier verdachte [verdachte 3], p. 15


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature