E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1018
LJN BW1018, Rechtbank 's-Gravenhage, 415887 - KG ZA 12-320

Inhoudsindicatie:

De voorzieningenrechter neemt bij de beoordeling van de vorderingen als uitgangspunt dat het gevorderde een beperking vormt op het grondrecht van vrijheid van meningsuiting dat aan de Consumentenbond op grond van artikel 10 lid 1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (hierna: EVRM) toekomt. Dit recht kan volgens het tweede lid van dat verdragsartikel slechts worden beperkt indien deze beperking bij de wet is voorzien en deze in een democratische samenleving noodzakelijk is, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de Consumentenbond beoogt een neutrale instelling te zijn, op wiens oordeel consumenten kunnen vertrouwen. Publicaties van de Consumentenbond hebben een groot gezag en aan dergelijke publicaties komt veel invloed toe. Gegeven de invloed die aan zijn oordelen wordt gehecht, dient de informatieverstrekking en advisering deskundig, objectief en duidelijk te zijn. Gezien de reputatie van de Consumentenbond en de impact van door hem ingenomen standpunten, dient de wijze waarop de Consumentenbond met die standpunten naar buiten treedt te voldoen aan hoge eisen van zorgvuldigheid, duidelijkheid en neutraliteit. Aan dit uitgangspunt verbindt de voorzieningenrechter de gevolgtrekking dat het publiek eerder zal aannemen dat in de berichten van de Consumentenbond gedane feitelijke beweringen juist en gebezigde kwalificaties en geuite beschuldigingen gegrond zullen zijn dan wanneer het gaat om beweringen, kwalificaties en beschuldigingen in de media in het algemeen. Het staat de Consumentenbond vrij om elk gewenst product van een producent te onderzoeken en om daarover te publiceren, mits hij zich aan de hoge eisen van zorgvuldigheid, duidelijkheid en neutraliteit houdt. Wel heeft te gelden dat aan deze eisen extra betekenis toekomt indien het onderzoek van de Consumentenbond zich slechts op één product van één vermogensbeheerder richt en is gebaseerd op een klacht van een enkele klant van die vermogensbeheerder.

Kern van het geschil is het antwoord op de vraag of de Consumentenbond en de twee deskundigen die in het artikel aan het woord komen van een juist uitgangspunt zijn uitgegaan. Gelet op de overwegingen onder 4.5 is de voorzieningenrechter van oordeel dat het ter beschikking gestelde vermogen van de cliënt aan Matrix niet bedoeld was voor diens pensioenvoorziening. Nu het artikel als uitgangspunt neemt dat Matrix met pensioengeld is gaan beleggen in futures en deskundigen vanuit dat uitgangspunt daaraan conclusies hebben verbonden, berusten delen van de tekst op onjuiste en onvolledige informatie. De titel van het artikel en de tekst zelf wekken ten onrechte de indruk dat het door de cliënt bij Matrix in beheer gegeven vermogen bedoeld was als pensioenvoorziening. De conclusies van de in het artikel geciteerde de skundigen die mede oordelen over het optreden van Matrix gaan van ditzelfde onjuiste uitgangspunt uit. Het publiceren van het artikel met de huidige inhoud zou dan ook een onrechtmatige daad jegens Matrix opleveren. Juist de suggestie immers dat met pensioengeld is belegd op een wijze die in strijd is met het karakter van dat geld , zal een grote impact op de mogelijke klanten van Matrix hebben. Het belang van de Consumentenbond om consumenten te waarschuwen voor agressieve beleggers is een hoogwaardig belang, maar dat mag niet ten koste gaan van het belang van Matrix tot bescherming van de eer en goede naam van de onderneming indien de waarschuwing, zoals thans, gebaseerd wordt op een onjuist uitgangspunt.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie