< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Kort geding. Internationale bevoegdheid. Eiseres woont in Duitsland en gedaagde in België. De zaak betreft de executie van een vonnis van de bodemrechter ter zake van de voormalige echtelijke woning in België. EEX-verordening niet van toepassing omdat de zaak het huwelijksgoederenrecht betreft (verdeling na echtscheiding ). De rechtsmacht van de Nederlandse rechter wordt beheerst door boek 1, eerste titel, eerste afdeling Rv. Op grond daarvan moet er een concreet aanknopingspunt zijn met (de rechtssfeer van) Nederland. De Nederlandse rechter komt geen rechtsmacht toe voor zover de vordering een executiegeschil betreft. Dienaangaande is de voorzieningenrechter dan ook onbevoegd. Voor zover de vordering ziet op het al dan niet verbeuren van dwangsommen komt de Nederlandse rechter wel rechtsmacht toe op grond van artikel 611d Rv , in verbinding met het 'vangnet' ex artikel 10 Rv en in combinatie met artikel 13 Rv . De Haagse voorzieningenrechter is relatief bevoegd op grond van artikel 109 Rv .

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 406941 / KG ZA 11-1322

Vonnis in kort geding van 6 januari 2012

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats], Duitsland,

eiseres,

advocaat mr. J.P. Geertsema te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

tegen:

[de man],

wonende te [woonplaats], België,

gedaagde,

advocaat mr. B. Hocks te Beek.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als 'de vrouw' en 'de man'.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 19 december 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Partijen zijn op [datum] 1990 in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.

1.2. Bij beschikking van [datum] 2005 van de rechtbank Maastricht is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op [datum] 2005 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

1.3. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van deze rechtbank van 20 juli 2011, dat is aangevuld bij herstelvonnis van 26 oktober 2011, is de verdeling van de, door de echtscheiding ontbonden, huwelijkgemeenschap van partijen vastgesteld. Daarin is - onder a - beslist dat de woning aan de [adres en woonplaats] (hierna 'de woning') wordt toebedeeld aan de man binnen zes weken na de betekening van het vonnis tegen een waarde van € 225.000,--, door een door de man aan te wijzen notaris onder bepaling dat de vrouw haar medewerking daaraan dient te verlenen door het zetten van alle noodzakelijke handtekeningen en, waar nodig, in persoon te verschijnen, op straffe van een dwangsom van € 250,-- voor iedere dag dat zij na het verstrijken van genoemde termijn daarmee in gebreke blijft, tot een maximum van € 100.000,--, onder gelijktijdige uitbetaling door de man aan de vrouw van een bedrag van € 112.500,--.

1.4. De man heeft voormeld vonnis op 16 september 2011 betekend aan de vrouw.

1.5. Bij dagvaarding van 20 oktober 2011 heeft de vrouw bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch hoger beroep ingesteld van het vonnis van 20 juli 2011. De vrouw is daarbij gedagvaard om op 15 november 2011 te verschijnen ter zitting van dat hof. De vrouw heeft de appelzaak niet aangebracht bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Op 17 november 2011 heeft zij een herstelexploot laten uitbrengen, waarbij de man is opgeroepen om op 24 januari 2012 te verschijnen ter zitting van het gerechtshof te 's-Gravenhage.

1.6. Notaris mr. J. Vangronsveld [vestigingsplaats] (België) is belast met het opmaken van de verdelingsakte tussen partijen betreffende de overname van de woning door de man. Onder toezending van een concept van de akte van verdeling heeft de notaris partijen opgeroepen om op [datum] 2011 bij hem te verschijnen ter ondertekening van de verdelingsakte. De vrouw is toen niet verschenen. Vervolgens heeft de notaris als nieuwe datum voor de ondertekening van de verdelingakte bepaald 21 november 2011. De vrouw is op die datum wel verschenen, maar heeft geweigerd de akte te ondertekenen.

1.7. Op 29 november 2011 heeft de man bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren een verzoekschrift ingediend, strekkende tot de aanstelling van een tweede notaris teneinde de akte van verdeling betreffende de woning in naam en voor rekening van de vrouw te ondertekenen ten overstaan van notaris J. Vangronsveld. Op diezelfde dag is dat verzoek - uitvoerbaar bij voorraad - toegewezen, met aanstelling van notaris Y. Tuerlinckx te [vestigingsplaats] (België) om de vrouw bij de ondertekening van de verdelingsakte te vertegenwoordigen. Die beslissing is aan de vrouw betekend.

2. Het geschil

2.1. De vrouw vordert - zakelijk weergegeven - de tenuitvoerlegging van het vonnis van deze rechtbank van 20 juli 2011 te schorsen dan wel op te schorten voor wat betreft de daarin onder a weergegeven beslissing betreffende de toedeling van de woning aan de man, alsmede aanvullend te bepalen dat ter zake van de executie geen dwangsommen zullen worden verbeurd totdat de hoogste rechter in feitelijke instantie uitspraak heeft gedaan.

2.2. Samengevat voert de vrouw daartoe het volgende aan.

De vrouw kan zich niet verenigen met het vonnis van 20 juli 2011 voor wat betreft de daarin gegeven beslissing over de woning. Op zichzelf gaat zij akkoord met de toebedeling van de woning van de man, maar niet met de waarde van € 225.000,-- die daaraan ingevolge het vonnis moet worden toegekend. De werkelijke waarde van de woning ligt veel hoger. Zij heeft dan ook geappelleerd van dat vonnis. De vrouw weigert mee te werken aan de levering van de woning aan de man, omdat zij aanspraak wil kunnen blijven maken op een hogere waarde van de woning en omdat de man de vrouw voor een deel van de kosten wil laten opdraaien die hij geheel zelf moet dragen. Teneinde te voorkomen dat de vrouw dwangsommen verbeurt, moet de executie van het vonnis worden geschorst c.q. opgeschort totdat het gerechtshof in hoger beroep de waarde van de woning heeft bepaald.

2.3. De man heeft de vordering van de vrouw gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal zijn verweer hierna worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. De man heeft zich vóór alle weren beroepen op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter om van de vorderingen van de vrouw kennis te nemen. Volgens hem dient het onderhavige geschil te worden voorgelegd aan de Belgische rechter. Ook de relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage wordt door de man betwist. Gelet hierop en nu de rechter in een situatie zoals hier aan de orde - waarin beide partijen hun woonplaats buiten Nederland hebben en de betwiste executie ziet op een onroerende zaak in België - gehouden is zijn rechtsmacht ambtshalve te onderzoeken, zal de voorzieningenrechter zich allereerst over zijn bevoegdheid buigen.

3.2. Gesteld noch gebleken is dat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter voortvloeit uit een verdrag of verordening. Voor de goede orde zij daarbij opgemerkt, dat de EEX-Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - beter bekend als de verordening 'Brussel I' - hier geen uitkomst biedt. Artikel 1, lid 2 onder a bepaalt immers dat de verordening niet van toepassing is op het huwelijksgoederenrecht.

3.3. In de onderhavige zaak wordt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter beheerst door boek 1, eerste titel, eerste afdeling van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ('Rv'). Het daarin bepaalde heeft als uitgangspunt dat er - in beginsel - slechts rechtsmacht bestaat indien een concreet aanknopingspunt met (de rechtssfeer van) Nederland aanwezig is.

3.4. Op grond van voormelde artikelen komt de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toe ten aanzien van de vordering tot schorsing c.q. opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 20 juli 2011. Het 'vangnet' dat artikel 10 Rv biedt, leidt in dat verband ook niet tot een ander oordeel. Op zichzelf kan worden aangenomen dat er enig aanknopingspunt bestaat met de Nederlandse rechtssfeer - gelegen in het vonnis van de rechtbank

's-Gravenhage van 20 juli 2011 - maar enkel op grond daarvan komt de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toe. De onderhavige vordering betreft immers een executiegeschil in de zin van artikel 438 Rv (naar aanleiding van het vonnis van 20 juli 2011 ), dat moet worden gebracht voor de rechtbank die naar de gewone regels bevoegd zou zijn of in welker rechtsgebied de executie zal geschieden. Uit het vonnis van 20 juli 2011 valt af te leiden dat de te verdelen gemeenschap voornamelijk bestaat uit een in België en een in Duitsland gelegen woning en daarmee verband houdende goederen. In de procedure die tot dat vonnis heeft geleid, hadden partijen, naar - bij gebrek aan enig ander aanknopingspunt - moet worden aangenomen, stilzwijgend een rechtskeuze gemaakt voor de Nederlandse rechter. Die situatie doet zich thans echter niet voor. Bij gebrek aan een (uitdrukkelijke of stilzwijgende) forumkeuze en nu de executie buiten Nederland zal geschieden, komt de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toe in het door de vrouw op basis van artikel 438 Rv aangespannen executiegeschil. De voorzieningenrechter zal zich voor wat betreft de vordering tot schorsing c.q. opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis dan ook onbevoegd verklaren.

3.5. De vrouw heeft verder gevorderd te bepalen dat zij ter zake van de executie van het vonnis van 20 juli 2011 vooralsnog geen dwangsommen verbeurt. Dienaangaande komt de Nederlandse rechter wel rechtsmacht toe. Daarvoor is het volgende van belang.

3.6. De voorzieningenrechter begrijpt dat de vrouw haar vordering met betrekking tot de dwangsommen baseert op het bepaalde in artikel 611d Rv . Dat artikel biedt aan de rechter die een dwangsom heeft opgelegd de mogelijkheid om deze te wijzigen of (al dan niet tijdelijk) op te heffen. In een dergelijk geval fungeert artikel 10 Rv als het 'van gnet ' waarvoor het is bedoeld ten aanzien van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Indien die rechter - zoals in de onderhavige situatie - een bodemrechter is, kan de voorzieningenrechter op diens oordeel vooruitlopen in spoedeisende gevallen en kan deze zijn internationale bevoegdheid mede op artikel 13 Rv baseren.

3.7. In het onderhavige geval is op grond van artikel 109 Rv de voorzieningenrechter van de ze rechtbank relatief bevoegd.

3.8. Anders dan de man acht de voorzieningenrechter het door de vrouw gestelde spoedeisende belang - gelegen in het vermeende onterecht verbeuren van dwangsommen - voldoende om haar ontvankelijk te verklaren in haar, hier aan de orde zijnde, vordering. Dat oordeel klemt te meer, wanneer de omvang en frequentie van de opgelegde dwangsommen in aanmerking worden genomen.

3.9. De bodemrechter heeft de dwangsom opgelegd teneinde de vrouw aan te sporen om mee te werken aan de levering van de woning aan de man. De noodzaak van die 'prikkel' is in feite ingehaald door de - door de man uitgelokte - beslissing van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 29 november 2011. Als gevolg van die, uitvoerbaar bij voorraad verklaarde, beschikking is de man voor de levering van de woning immers niet meer afhankelijk van de medewerking van de vrouw. Dat brengt mee dat het pressiemiddel van de dwangsom ná die beschikking in feite overbodig is geworden en dat het verder verbeuren van dwangsommen vanaf dat moment geen redelijk doel meer dient. Alsdan is (ook) voldaan aan de eis van onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen, die artikel 611d Rv stelt.

3.10. Op grond van het voorgaande moet worden aangenomen dat de bodemrechter de door hem opgelegde dwangsom zal opheffen per 29 november 2011. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter - bij wijze van voorlopige voorziening - bepalen dat de vrouw vanaf die datum geen dwangsommen meer verbeurt uit hoofde van de in het vonnis van 20 juli 2011 onder a vastgestelde toedeling van de woning. Een definitieve opheffing van de dwangsom is thans niet gevorderd. Daarom zal worden bepaald dat de voorlopige voorziening komt te vervallen op het moment dat in het hoger beroep tegen het vonnis van 20 juli 2011 uitspraak zal zijn gedaan. Voordien kan de vrouw zich wenden tot de rechter die de dwangsom heeft opgelegd om deze definitief opgeheven te krijgen. Uiteraard kan de man ook vrijwillig verklaren dat hij zal afzien van de incasso van dwangsommen over de periode vanaf 29 november 2011.

3.11. Voor zover de vordering van de vrouw ziet op de periode van 29 oktober 2011, zijnde de eerste dag na het verstrijken van de termijn van zes weken na betekening van het vonnis, tot 29 november 2011, zal deze worden afgewezen. De vrouw verzet zich immers niet tegen de toedeling van de woning aan de man, maar slechts tegen de waardering van de woning en de verdeling van de kosten. Op basis van die grieven kan niet worden geconcludeerd dat de vrouw toen al onmachtig was om aan de hoofdveroordeling te voldoen.

3.12. In de omstandigheid dat partijen gewezen echtelieden zijn, wordt aanleiding gevonden om de proceskosten op de gebruikelijke wijze te compenseren.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart zich onbevoegd om van de vordering van de vrouw tot schorsing, dan wel opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 20 juli 2011 kennis te nemen;

- bepaalt dat de vrouw vanaf 29 november 2011 geen dwangsommen meer verbeurt uit hoofde van de in het vonnis van

20 juli 2011 onder a vastgestelde verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap van partijen betreffende de woning in België;

- bepaalt dat deze voorlopige voorziening vervalt zodra in het onder 1.5 bedoelde hoger beroep uitspraak zal zijn gedaan;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

- compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2011.

jvl


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature