E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7407
LJN BU7407, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 11-27263, AWB 11-27267, AWB 11-27270

Inhoudsindicatie:

Eisers stellen het begrip ‘nieuwe feiten of veranderd omstandigheden’ als genoemd in artikel 4:6 van de Awb een verdergaande strekking heeft dat de bepaling van artikel 32 van de PRi. Laatstgenoemde bepaling is volgens eisers dan ook niet correct geïmplementeerd in het Nederlandse nationale recht. Zij stellen voorts dat de wijze waarop de Afdeling dit zogenaamde novumbegrip heeft ingevuld met de formule “in de procedure had kunnen en derhalve had moeten brengen” geen juiste toepassing oplevert van de terminologie in artikel 32, zesde lid, van de PRi.

De rechtbank volgt het betoog van eisers niet. overweegt dat eisers in vorenstaand betoog niet kunnen worden gevolgd. In de eerdere procedure zijn de asielverzoeken van eisers inhoudelijk door verweerder beoordeeld. Eisers stond een effectief rechtsmiddel ter beschikking om op te komen tegen deze besluiten. Dat hun toenmalige gemachtigde heeft verzuimd om tijdig beroep tegen deze besluiten in te stellen, komt volgens vaste jurisprudentie voor rekening en risico van eisers.

Eisers hebben thans een herhaald asielverzoek gedaan. De rechtbank overweegt, zonder daarbij in de inhoudelijke overwegingen van de thans bestreden besluiten te treden, dat het verweerder vrij stond om deze aanvragen al dan niet met toepassing van artikel 4:6 van de Awb vereenvoudigd af te doen. Dit is niet in strijd met het bepaalde in artikel 32, derde lid, van de PRi.

De rechtbank overweegt voorts dat de omstandigheid dat verweerder in de onderhavige zaken voor die vereenvoudigde afdoening heeft gekozen, niet hetzelfde is als een besluit van verweerder om de asielverzoeken van eisers niet verder te behandelen. Immers, verweerder heeft de herhaalde asielaanvragen van eisers niet met toepassing van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld. Het bepaalde in artikel 32, zesde lid, van de PRi, waarin de lidstaten zelfs mogelijkheid wordt geboden om een asielverzoek onder bepaalde omstandigheden niet verder te behandelen, ziet derhalve niet op de situatie waarvoor eisers zich thans geplaatst zien.

De rechtbank overweegt verder dat het betoog van eisers voorbij ziet aan het feit dat de bestuursrechter, die gelet op het beginsel van ne bis idem in beroep ervoor moet waken dat eenzelfde geschil niet voor de tweede maal aan hem wordt voorgelegd, in beroep niet alleen beoordeelt of gestelde feiten niet eerder hadden kunnen en dus hadden moeten worden gebracht, maar mogelijk ook anderszins ambtshalve beoordeelt of die feiten wel zijn aan te merken als rechtens relevante feiten of veranderde omstandigheden. Bovendien dient de bestuursrechter zich rekenschap te geven van het bepaalde in artikel 3 van het EVRM . Dit betekent dat de bestuursrechter tevens beoordeelt of feiten die al eerder zijn aangevoerd, dan wel eerder aangevoerd hadden kunnen worden, niettemin beschouwd moeten worden als bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten of omstandigheden die maken dat hij zich nogmaals buigt over hetzelfde geschil.

Er bestaat mitsdien geen aanleiding voor het oordeel dat het bepaalde in artikel 4:6 van de Awb en de wijze waarop de bestuursrechter aan het voor hem geldende toetsingskader gestalte geeft, in strijd zijn met artikel 32, derde en zesde lid, van de PRi.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie