E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2011:BT7250
LJN BT7250, Rechtbank 's-Gravenhage, 271.345.7375

Inhoudsindicatie:

De rechtbank is van oordeel dat thans geen grond bestaat voor het oordeel dat geen sprake meer is van een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China en overweegt daartoe het volgende. Allereerst wijst de rechtbank in dit kader op hetgeen is overwogen in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 29 juli 2011 (LJN: BR4438) en is bevestigd bij uitspraak van de AbRS van 31 augustus 2011 (201107938/1/V3). Voorts duidt het feit dat na deze uitspraken op 13 en 26 september 2011 twee vreemdelingen in persoon zijn gepresenteerd bij de Chinese autoriteiten erop dat de Chinese autoriteiten bereid zijn om mee te werken aan de terugkeer van in Nederland onrechtmatig verblijvende ongedocumenteerde Chinese vreemdelingen. Dit geldt temeer nu deze presentaties in persoon bij de Chinese autoriteiten de eerste sinds lange tijd zijn en breken met de tot voor kort bestaande praktijk dat vreemdelingen alleen schriftelijk gepresenteerd konden worden. De rechtbank is voorts met verweerder van oordeel dat van de vreemdeling verlangd mag worden dat hij contact opneemt met de Chinese autoriteiten om een dergelijke presentatie in persoon te bewerkstelligen en dat dit valt binnen de in het kader van zijn vertrekplicht op de vreemdeling rustende verplichting tot volledige en actieve medewerking aan zijn uitzettingstraject.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie