E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2011:BS8949
LJN BS8949, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 11/26118, 11/26121, 11/26123 en 11/26125

Inhoudsindicatie:

Uit de wetsgeschiedenis van de Wbtv valt af te leiden dat de verplichting tot vastlegging van de motivering waarom geen gebruik is gemaakt van een beëdigde tolk, mede strekt tot bescherming van de belangen van verzoekers, nu in de memorie van toelichting duidelijk wordt aangegeven dat in het vervolg van de procedure moet kunnen worden nagegaan wie als tolk is opgetreden.

Het staat verweerder vrij om, indien van een niet-beëdigd tolk gebruik moet worden gemaakt, gebruik te maken van tolken die niet zijn vermeld op de zogenaamde door verweerder gehanteerde uitwijklijst. Nu verweerder gebruik heeft gemaakt van een niet-beëdigde tolk en verweerder desgevraagd niet kan aangeven of de betreffende tolk voldoet aan de wettelijke vereisten en de door verweerder gehanteerde criteria, valt niet uit te sluiten dat door het gebruik van de betreffende persoon communicatieproblemen zijn ontstaan tussen de contactambtenaar en verzoekers.

Onvoldoende blijkt dat extra rekening is gehouden met de wel ingediende correcties en aanvullingen, zeker gelet op het feit dat verweerder zijn beoordeling van de geloofwaardigheid onder meer heeft gebaseerd op een tegenstrijdigheid tussen hetgeen verzoekers in nader gehoor hebben verklaard met een specifieke door verzoekers op het nader gehoor aangebrachte correctie.

Niet valt in te zien dat per correctie dient te worden aangegeven dat de noodzaak is gelegen in een onjuiste vertaling door een niet-beëdigde tolk. Ook uit een bevestigend antwoord op de zogeheten controlevragen aan het einde van de gehoren, kan niet worden afgeleid dat de tolk het relaas van verzoekers op juiste wijze heeft vertaald.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie