E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4075
LJN BR4075, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 10/2859 IB/PVV

Inhoudsindicatie:

In 2002 verstrekten eiseres en haar echtgenoot aan hun dochter een lening van € 13.625. De lening is aangemerkt als een lening aan een beginnende ondernemer. Sinds het overlijden van haar echtgenoot in 2006, heeft eiseres een schuld wegens overbedeling aan haar dochter van € 54.665. Deze schuld is eerst opeisbaar bij overlijden van eiseres. Omdat de dochter de lening van €13.625 niet kon terugbetalen wilde eiseres de lening kwijtschelden en heeft zij verweerder gevraagd om afgifte van een beschikking waarin zou worden verklaard dat haar rechten als geldgever niet meer voor verwezenlijking vatbaar waren. Verweerder heeft op dat verzoek afwijzend beslist. In geschil is of dit terecht is.

De rechtbank oordeelt dat de lening voor verwezenlijking vatbaar is omdat die kan worden verrekend met de schuld aan de dochter. De rechtbank overweegt daartoe dat het in een zakelijke verhouding niet goed denkbaar is dat een crediteur die een vordering op een debiteur kwijtscheldt, daarbij diens schuldpositie ten opzichte van de crediteur ongemoeid laat. De rechtbank verwerpt het beroep op het vertrouwensbeginsel en oordeelt verder dat de rechter niet bevoegd is de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te beoordelen. Beroep ongegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie