E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0407
LJN BQ0407, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 10/27054

Inhoudsindicatie:

Naar het oordeel van de rechtbank vormen de artikelen 9 en 50 van de Vw 2000 , artikel 4.21 van het Vb 2000 alsmede artikel 3.3. van het VV 2000 in onderlinge samenhang bezien de wettelijke grondslag voor verweerders bevoegdheid tot afgifte van een W2-document. Uit deze bepalingen blijkt dat voor afgifte van een W2-document is vereist dat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Verweerder is dus alleen bevoegd tot afgifte van een W2-document indien sprake is van rechtmatig verblijf. Anders dan verweerder in zijn besluiten heeft aangegeven en door eiser onder verwijzing naar meergenoemde uitspraak van de rechtbank, nevenzittingsplaats Assen, is aangenomen, komt verweerder niet de bevoegdheid toe – ook niet in zeer bijzondere omstandigheden – een W2-document af te geven indien geen sprake is van rechtmatig verblijf.

Uit WBV 2007/44 zelf noch uit de toelichting erop kan worden afgeleid dat de aanwezigheid van zeer bijzondere omstandigheden in geval van overige/andere vreemdelingen, dat wil zeggen vreemdelingen die geen vergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 hebben ingediend, los moet worden gezien van het vereiste van rechtmatig verblijf. Daar komt bij dat een andere opvatting in strijd is met de terzake bestaande bevoegdheid van verweerder een W2-document af te geven en met de bedoeling van de afgifte van een W2-document, namelijk dat vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben en die niet beschikken over een document voor grensoverschrijding hun identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie kunnen aantonen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie