E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7545
LJN BP7545, Rechtbank 's-Gravenhage, MB: 1016970 / 10-213

Inhoudsindicatie:

Duitse kentekenhouder, niet zijnde de bestuurder van de auto, heeft beroep aangetekend tegen boete ingevolge WAHV wegens een snelheidsovertreding. Nadat de kantonrechter het beroep al eerder niet-ontvankelijk had verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid, heeft het Gerechtshof te Leeuwarden het door de kentekenhouder aangetekende hoger beroep gegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter vernietigd omdat niet gebleken was dat de kentekenhouder tweemaal in een in de Duitse taal opgestelde brief is gewezen op de verplichting om zekerheid te stellen. In het arrest is aan de kentekenhouder een proceskostenvergoeding van € 820,64 toegekend. De zaak is vervolgens terugverwezen naar de kantonrechter. De kentekenhouder is door de griffie van de sector kanton nogmaals in een in de Duitse taal opgestelde brief gewezen op de verplichting om zekerheid te stellen. De kentekenhouder beroept zich vervolgens op verrekening van de te betalen zekerheid met de nog aan hem te betalen proceskostenveroordeling. Nu verrekening niet is toegestaan wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Aan de kentekenhouder is om proceseconomische redenen geen gelegenheid meer gegeven om alsnog zekerheid te stellen, omdat het beroep – als het inhoudelijk zou worden beoordeeld – ongegrond zou worden verklaard. Ten overvloede wordt namelijk overwogen dat de OvJ het beroep terecht niet ontvankelijk heeft verklaard. Bovendien is niet gebleken van een bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst. Tenslotte kan de kentekenhouder niet worden gevolgd in zijn betoog dat de Nederlandse kentekenaansprakelijkheid ex artikel 5 WAHV in strijd is met de onschuldpresumptie, zoals neergelegd in artikel 6 EVRM .

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie