< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Met de door eisers overgelegde medische stukken heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt hoeven achten dat sprake is van een acute medische noodsituatie in evenbedoelde zin.

Het betoog van eisers dat het niet verlenen van opvang in strijd is met artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b en d, van de Terugkeerrichtlijn faalt. Uit deze bepaling volgt – kort gezegd – dat lidstaten ervoor zorgen dat jegens onderdanen van derde landen tijdens de termijn voor vrijwillig vertrek en tijdens de termijn waarvoor de verwijdering is uitgesteld zoveel mogelijk de beginselen in acht worden genomen dat dringende medische zorg wordt verstrekt en essentiële behandeling van ziekte wordt uitgevoerd en dat er rekening wordt gehouden met de speciale behoeften van kwetsbare personen. In hetgeen eisers hebben aangevoerd bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder in het geval van eisers niet binnen de grenzen van bedoelde richtlijnbepaling is gebleven. Hierbij is in aanmerking genomen dat, zoals hiervoor reeds overwogen, eisers ingevolge artikel 10 van de Vw 2000 desgewenst aanspraak kunnen maken op voortgaande medische zorg.

Uitspraak



RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 11/1174

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2011

inzake

de familie [familie],

bestaande uit:

[eiser sub A], geboren [datum] 1955,

[eiseres sub B], geboren [datum] 1957,

[eiser sub C], geboren [datum] 1989 en

[eiser sub D], geboren [datum] 1991,

allen van Geörgische nationaliteit,

zonder vaste woon of verblijf plaats,

eisers,

gemachtigde mr. N.M. Weteling,

tegen

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers,

te Den Haag,

verweerder,

gemachtigde mr. N. Atakan.

Procesverloop

Bij besluit van 5 januari 2011 heeft verweerder de aanvraag van eisers om opvang op basis van de Regeling vertrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) afgewezen.

Tegen dit besluit hebben eisers op 11 januari 2011 beroep ingesteld.

De zaak is behandeld op de zitting van 25 februari 2011, waar de eisers [eiser sub A], [eiseres sub B], en [eiser sub C] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. Aan de orde is of het bestreden besluit in rechte kan standhouden.

2. Eisers hebben verweerder bij brief van 16 december 2010 verzocht om opvang. Aan dit verzoek hebben eisers – zakelijk weergegeven – de volgende feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd. De asielprocedure in hoger beroep loopt nog en eisers hebben de IND verzocht om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000). Dit verzoek is afgewezen, maar hiertegen is bezwaar gemaakt en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Met name eiseres [eiseres sub B] heeft zeer ernstige psychische klachten. Zij volgt dagbehandeling in het psychotraumacentrum, is medisch beperkt en is verschillende malen gedwongen opgenomen vanwege psychische klachten. Eiser [eiser sub A] heeft een extreem hoge bloeddruk waarvoor hij medicijnen krijgt en de huisarts ziet. Eisers hebben in dit verband gewezen op: (-) twee brieven van de Reinier van Arkel groep van 6 september 2010, (-) een brief van de Reinier van Arkel groep van 14 juli 2009, (-) een brief van GZ-psycholoog N. Vereecken van 22 juli 2009, (-) een brief van verpleegkundige L. Ramstijn van 20 mei 2010, (-) een brief van de Reinier van Arkel groep van 17 november 2010 en (-) een brief van de Reinier van Arkel groep van 6 december 2010.

Eisers zijn door de IND in bewaring gesteld, omdat zij hebben verklaard niet aan hun vertrek te willen meewerken. Deze bewaring is door de rechtbank onrechtmatig geacht, omdat de detentiegeschiktheid onderzocht had moeten worden en, gelet op de medische situatie van eisers, een kenbare belangenafweging gemaakt had moeten worden bij de inbewaringstelling. Na vrijlating kon de medische behandeling gecontinueerd worden, maar omdat de opvang in het AZC is beëindigd kunnen eisers daar niet meer terecht.

Uit door Bureau Medische Advisering (BMA) opgemaakte adviezen blijkt wel dat bij terugzending van eisers sprake is van een medische noodsituatie, maar omdat medische behandeling in Georgië mogelijk is, is het verzoek om toepassing te geven aan artikel 64 Vw 2000 afgewezen. Wel is gesteld dat medische begeleiding tijdens de reis gerealiseerd moet worden en dat contact moet worden gelegd met behandelaars in Georgië, zodat de behandeling direct gecontinueerd kan worden.

Ook uit de medische adviezen volgt dus dat de klachten ernstig zijn en dat een medische noodsituatie op korte termijn een gevolg kan zijn van niet behandelen en het niet verlenen van opvang.

3. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eisers geen recht hebben op opvang ingevolge de Rva 2005. Eisers behoren niet tot één van de categorieën vreemdelingen zoals bedoeld in artikel 3 van de Rva . De door eisers gestelde omstandigheden zijn niet dermate bijzonder dat verweerder hierin aanleiding ziet om buiten de Rva om de opvang te continueren. De overgelegde brieven van 6 september 2010, 14 juli 2009, 22 juli 2009 en 20 mei 2010 betreffen geen recente medische documentatie. Uit de brieven van 17 november 2010 en 6 december 2010 blijkt niet dat de medische klachten zijn gekoppeld aan opvangvoorzieningen van verweerder, maar veeleer aan gedwongen uitzetting en terugkeer naar het land van herkomst. Van een acute medische noodsituatie is geen sprake. Ten slotte heeft verweerder er op gewezen dat het niet toelaten tot de opvang er niet toe leidt dat eisers de vereiste medische behandelingen en/of medicatie niet kunnen ontvangen, omdat eisers op grond van artikel 10 van de Vw 2000 aanspraak kunnen maken op (voortgaande) medische zorg.0

4. Eisers kunnen zich hiermee niet verenigen en hebben hiertegen het volgende – zakelijk weergegeven – aangevoerd.

Uit de BMA-adviezen en het door de IND ter zake genomen besluit op het verzoek om toepassing te geven aan artikel 64 van de Vw 2000 blijkt dat medische behandeling tot aan het vertrek gecontinueerd moet worden, dat, alvorens eisers kunnen worden uitgezet, zorg dient te worden gedragen voor medische overdracht van het medische dossier en continuering van de behandeling in het land van herkomst en dat er medische behandeling tijdens de reis dient te zijn. Hieruit volgt dat eisers feitelijk pas uitzetbaar zijn op het moment dat dit alles door de IND is geregeld. Eisers dienen dus, anders dan verweerder heeft gesteld, gelijk te worden gesteld met vreemdelingen aan wie wel toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 is verleend.

Voorts is sprake van zeer bijzondere omstandigheden op grond waarvan het verlenen van opvang in de rede ligt. Ondanks het feit dat artikel 64 van de Vw 2000 niet op eisers van toepassing is verklaard, is het niet aan hen toe te rekenen dat zij thans niet feitelijk uitzetbaar zijn. Daarnaast is de ernst van de medische klachten van belang. Niet alleen medische zorg is voor eisers noodzakelijk om een medische noodsituatie te voorkomen, maar ook een veilige opvangplek waar bijvoorbeeld thuiszorg kan worden geboden. Eisers hebben in dit verband gewezen op de brief van de Reinier van Arkel groep van 17 november 2010. Het uitblijven van opvang is ook gezien de ernst van de klachten onverantwoord. Eisers hebben in dit verband gewezen op de brief van de Reinier van Arkel groep van 16 december 2010.

Eisers hebben voorts nog gewezen op twee in beroep overgelegde medische verklaringen van de Reinier van Arkel groep van 21 februari 2011. In deze verklaringen staat dat sprake is van een medische noodsituatie als eisers op straat komen te staan, omdat dan de noodzakelijke veiligheid en stabiliteit niet meer kan worden geboden. In het geval van eiseres [eiseres sub B] is sprake van een chronische posttraumatische stressstoornis. Juist bij de wekelijkse deelname aan de eendaagse groepsbehandeling kan haar veiligheid en stabiliteit worden geboden. In die groepsbehandeling vindt zij veel steun, kracht en herkenning waardoor zij gemotiveerd blijft aan haar klachten te werken en kan mogelijk voorkomen worden dat zij weer suïcidaal wordt en/of suïcide pleegt. Wanneer zij geen onderdak meer zou krijgen verslechterd haar medische (somatische) toestand. Ook in het geval van eisers [eiser sub C] en [eiser sub D] is sprake van een chronische posttraumatische stressstoornis.

Ten slotte is het niet verlenen van opvang in strijd met Richtlijn 2008/115/EG van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (hierna: Terugkeerrichtlijn) en meer in het bijzonder in strijd met artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b en d, van die richtlijn.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

6. Ingevolge artikel 3, derde lid, aanhef en onder f, van de Rva 2005 komt de vreemdeling voor opvang in aanmerking wiens uitzetting op grond van artikel 64 van de Vw 2000 achterwege blijft. Ingevolge artikel 3, derde lid, aanhef en onder g, van de Rva 2005 komt voor opvang in aanmerking de vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder f of h, van de Vw 2000, en zich, naar het oordeel van de minister, feitelijk in dezelfde situatie bevindt als bedoeld in artikel 64 van de Vw 2000.

7. Niet in geschil is en ook voor de rechtbank staat vast dat eisers niet vallen onder een van de categorieën vreemdelingen zoals bedoeld in artikel 3 van de Rva . Weliswaar stellen eisers dat zij feitelijk pas uitzetbaar zijn op het moment dat IND de medische voorzieningen voor hun terugkeer heeft geregeld en dat zij om die reden gelijk moeten worden gesteld met vreemdelingen aan wie wel toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 is verleend. Maar deze stelling gaat eraan voorbij dat het enkele beroep op de met artikel 64 van de Vw 2000 gelijk te stellen situatie als bedoeld in artikel 3, derde lid, aanhef en onder f, van de Rva 2005 ingevolge artikel 4, derde lid, van de Rva 2005 geen recht geeft op opvang. Het is voorts niet aan verweerder te treden in een beoordeling die aan de IND is voorbehouden.

8. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 20 januari 2005, www.rechtspraak.nl, LJN: &lt;a href="http://zoeken.rechtspraak.ro.minjus/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AS8591" target="_blank" &gt;AS8591&lt;/a&gt;) volgt dat verweerder slechts onder zeer bijzondere omstandigheden, zoals in geval van een acute medische noodsituatie, aanleiding kan vinden om de verstrekkingen, hoewel daarop geen aanspraak bestaat, niettemin voort te zetten. Het is evenwel aan de vreemdeling om, indien daartoe aanleiding bestaat, aannemelijk te maken dat van zodanige bijzondere omstandigheden sprake is.

9. Onder een acute medische noodsituatie verstaat verweerder de situatie waarin betrokkene lijdt aan een stoornis, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van onmiddellijke behandeling in deze fase van de stoornis zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke en/of lichamelijke schade. Met de door eisers overgelegde medische stukken, zoals hiervoor weergegeven onder rechtsoverweging 4, heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt hoeven achten dat sprake is van een acute medische noodsituatie in evenbedoelde zin. Zoals de gemachtigde van verweerder ter zitting niet ten onrechte heeft gesteld volgt uit die medische stukken dat de medische klachten van eisers vooral chronisch van aard zijn. Ingevolge artikel 10 van de Vw 2000 kunnen eisers desgewenst aanspraak maken op voortgaande medische zorg. Verweerder heeft de medische situatie van eisers dus niet als zodanig bijzonder hoeven aan te merken dat aan hen opvang moet worden verleend.

10. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat het betoog van eisers dat het niet verlenen van opvang in strijd is met artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b en d, van de Terugkeerrichtlijn faalt. Uit deze bepaling volgt – kort gezegd – dat lidstaten ervoor zorgen dat jegens onderdanen van derde landen tijdens de termijn voor vrijwillig vertrek en tijdens de termijn waarvoor de verwijdering is uitgesteld zoveel mogelijk de beginselen in acht worden genomen dat dringende medische zorg wordt verstrekt en essentiële behandeling van ziekte wordt uitgevoerd en dat er rekening wordt gehouden met de speciale behoeften van kwetsbare personen. In hetgeen eisers hebben aangevoerd bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder in het geval van eisers niet binnen de grenzen van bedoelde richtlijnbepaling is gebleven. Hierbij is in aanmerking genomen dat, zoals hiervoor reeds overwogen, eisers ingevolge artikel 10 van de Vw 2000 desgewenst aanspraak kunnen maken op voortgaande medische zorg.

11. Uit het voorgaande vloeit voort dat het bestreden besluit in rechte kan standhouden.

12. Het beroep is ongegrond.

13. Voor een veroordeling van één der partijen in de door de andere partij gemaakte kosten bestaat geen aanleiding.

14. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr. A. Venekamp als rechter in tegenwoordigheid van mr. P.M. de Kruif als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2011.

?&lt;HR&gt;

&lt;i&gt;Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij:

Raad van State

Afdeling bestuursrechtspraak

Hoger beroep vreemdelingenzaken

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt &lt;b&gt;vier weken&lt;/b&gt; na verzending van de uitspraak door de griffier. Artikel 85 van de Vw 2000 bepaalt dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt onder meer dat bij het beroepschrift een afschrift moet worden overgelegd van de uitspraak. Artikel 6:6 van de Awb is niet van toepassing. &lt;/i&gt;

Afschriften verzonden:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature