E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4869
LJN BP4869, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 10/3809 BEPTDN

Inhoudsindicatie:

Aanvraag, asiel, vrouwenbesnijdenis, Egypte, bescherming autoriteiten, motiveringsplicht tav 3 EVRM

1De rechtbank heeft ter zitting vastgesteld dat het partijen gaat om de vraag of eiseres in aanmerking dient te komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 vanwege de vrees van eiseres dat zij bij terugkeer naar Egypte besneden zal worden. De rechtbank stelt ook vast dat verweerder deze vrees niet onaannemelijk acht gelet op de eerdere mislukte pogingen van de oom van eiseres om eiseres te laten besnijden.

De vraag die partijen echter verdeeld houdt is of eiseres met succes de bescherming van de Egyptische autoriteiten kan inroepen tegen genitale verminking.

2 De rechtbank overweegt dat eiseres ter zitting gedocumenteerd heeft onderbouwd dat vrouwenbesnijdenis nog steeds op grote schaal voorkomt in Egypte. Uit het door eiseres overgelegde rapport van Unicef van oktober 2010 blijkt dat volgens onderzoeksgegevens uit 2008 91% van de vrouwen in Egypte is besneden. Verweerder heeft niet gesteld dat dit percentage thans veel lager ligt. Uit dit rapport blijkt verder dat de Egyptische autoriteiten wel bescherming willen bieden maar dat voor het daadwerkelijk kunnen uitbannen van de praktijk aan vrouwenbesnijdenis brede maatschappelijke steun noodzakelijk is. Dat is er thans niet, aldus het rapport. Gelet op deze aangevoerde informatie is het naar het oordeel van de rechtbank aan verweerder om te onderbouwen dat de Egyptische autoriteiten effectief bescherming bieden tegen vrouwenbesnijdenis. Verweerder heeft ter zitting bij gebrek aan een recent ambtsbericht een nieuwsbericht afkomstig van de website www.huffingtonpost.com van 13 augustus 2009 ingebracht waaruit blijkt dat in 2009 een man strafrechtelijk is vervolgd vanwege het besnijden van een 11-jarig meisje. Hieruit blijkt volgens verweerder dat de Egyptische autoriteiten strafrechtelijk optreden tegen vrouwenbesnijdenis op grond van een ministerieel decreet van 7 juni 2008 dat vrouwenbesnijdenis in zijn algeheelheid verbiedt.

De rechtbank overweegt dat in Egypte sinds juni 2008 een algeheel verbod op vrouwenbesnijdenis geldt. Desondanks heeft verweerder niet betwist dat voornoemde hoge percentages uit 2008 nog immer actueel zijn. In dat licht acht de rechtbank het feit dat verweerder na twee jaar gelding van het algeheel verbod slechts kan verwijzen naar één strafrechtelijke vervolging weinig geruststellend. Temeer nu het ging om een uitzonderlijk geval, omdat het meisje na haar besnijdenis als gevolg van hevige bloedingen in een ziekenhuis moest worden opgenomen.

3 Verweerder heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd dat de Egyptische autoriteiten eiseres daadwerkelijk kunnen beschermen tegen vrouwenbesnijdenis. Gelet hierop heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Egypte een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling, ook al heeft eiseres voor haar vertrek uit Egypte de bescherming van de autoriteiten niet ingeroepen. Dit laatste is immers niet relevant indien vastgesteld moet worden dat de Egyptische autoriteiten geen bescherming kunnen bieden.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie