E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1115
LJN BP1115, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 10-43428

Inhoudsindicatie:

Eiser heeft zijn bekering tot het christendom niet aannemelijk gemaakt. Niet valt in te zien dat eiser niet in de eerdere procedure op enigerlei wijze – hoe summier ook – gewag heeft gemaakt van zijn interesse voor het christendom, te meer nu hij in die procedure heeft verklaard in zijn land van herkomst problemen te hebben ondervonden vanwege de bekering van zijn broer tot het christendom. Van belang is ook dat eiser tijdens zijn nova-gehoor heeft verklaard dat hij al in Afghanistan interesse had in het christendom. Verder blijkt uit dit gehoor dat eiser zich bewust was van het feit dat zijn interesse voor het christendom van belang kon zijn voor zijn eerste asielprocedure. Bovendien heeft eiser verklaard dat hij zich na aankomst in Nederland op 6 mei 2010 tot september 2010 niet met het christendom heeft beziggehouden.

Daarnaast zijn tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Eiser heeft immers aanvankelijk verklaard dat hij geen contact meer heeft gehad met zijn familie in Afghanistan, terwijl hij later heeft verklaard dat hij na aankomst in Nederland door zijn tot het christendom bekeerde broer is geadviseerd om zich te laten informeren over het christendom.

Gelet op voorgaande kan het overgelegde doopcertificaat niet worden aangemerkt als een novum. Hoewel het een originele doopakte betreft, kan hieraan niet de waarde worden gehecht die eiser daaraan gehecht wil zien. De doopakte betekent niet dat eiser zich ook daadwerkelijk heeft bekeerd en dat sprake is van de daarmee gepaard gaande innerlijke geloofsovertuiging. Het bewijs van de gestelde bekering kan voorts niet louter worden gebaseerd op gedetailleerde en uitgebreide antwoorden op (feitelijke) vragen over het christelijke geloof en de geloofspraktijk. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat iemand zich dergelijke zaken eigen kan maken door middel van zelfstudie, zonder dat van een daadwerkelijke onderliggende innerlijke overtuiging sprake is. Mede dient in aanmerking te worden genomen dat het proces dat aan de bekering is voorafgegaan, hoe iemand tot de keuze voor het geloof is gekomen en hoe hij dit heeft ervaren. De rechtbank vermag derhalve, zonder nader verklaring ter zake, niet in te zien dat eiser binnen een periode van twee weken na het bestuderen van de Bijbel en na het voeren van een eenmalig gesprek met een Iraanse bekeerling, zich abrupt heeft kunnen bekeren.

Eiser heeft nagelaten gedetailleerde en uitgebreide verklaringen te geven wat zijn beweegredenen zijn om zich tot het christendom te bekeren.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie