< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Verdachte is als feitelijk leidinggevende van twee rechtspersonen gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar, opzettelijk verschillende verplichtingen inzake de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet nagekomen. Onder meer heeft hij uit naam van die rechtspersonen onjuiste aangiften omzetbelasting ingediend. Verdachte heeft ook opzettelijk twee valse facturen en drie valse overeenkomsten in zijn bedrijfsadministratie verwerkt en aan de Belastingdienst - in het kader van een belastingcontrole - als bron van aangifte overgelegd, ter ondersteuning van de door hem teruggevraagde omzetbelasting. De rechtbank heeft ambtshalve in de beoordeling betrokken of er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Weliswaar zijn op de dag van deze uitspraak meer dan twee jaar verstreken vanaf de datum van het eerste verhoor van verdachte op 25 juni 2007, maar de oorzaak daarvan is mede gelegen in de gedragingen van verdachte zelf. Dit vormt volgens de rechtbank een bijzondere omstandigheid waardoor de redelijke termijn in dit geval niet overschreden is. De rechtbank houdt er bij het bepalen van de strafmaat wel rekening mee dat het feit reeds geruime tijd geleden heeft plaatsgevonden. De rechtbank komt mede daardoor tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Tevens houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte als zelfstandige de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de bedrijfsvoering van zijn onderneming en dat hij kostwinner is van een gezin met vier jonge kinderen. Eén en ander leidt ertoe, dat naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke werkstraf met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Werkstraf van 240 uur; gevangenisstraf van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/997192-07

Datum uitspraak: 6 december 2010

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] ([land]) op [datum] 1963,

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 4 en 11 december 2009, 26 maart 2010, 3 september 2010 en 22 november 2010.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr M.A. van de Weerd, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting van 22 december 2010 verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr C.E. Backer heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

[bedrijf 1].

op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

19 april 2005 tot en met 27 september 2006

(telkens) te Apeldoorn en/of (elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n),

als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

(een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het eerste tot en met vierde

kwartaal 2005 en/of het eerste tot en met derde kwartaal 2006,

althans over een of meerdere tijdvak(ken) in genoemde periode(s)

(D-009 t/m D-015),

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans heeft doen doen,

immers heeft/hebben die [bedrijf 1].

en/of haar mededader(s) (telkens) opzettelijk op de/het bij/naar de Inspecteur

der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn en/of (elders) in Nederland

ingeleverde/toegezonden aangiftebiljet(ten)/aangifte(n) omzetbelasting over

genoemd(e) tijdvak(ken) (telkens)

een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of

een te hoog bedrag aan (totaal) terug (te vragen) (omzet)belasting

opgegeven, althans doen opgeven, terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel

aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

19 april 2005 tot en met 27 september 2006

(telkens) te Apeldoorn en/of (elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met [bedrijf 1]. en/of een of meer ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n),

als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

(een) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] over het eerste tot en met vierde kwartaal 2005 en/of

het eerste tot en met derde kwartaal 2006,

althans over een of meerdere tijdvak(ken) in genoemde periode(s)

(D-009 t/m D-015),

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans heeft doen doen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) opzettelijk op de/het bij/naar de Inspecteur der belastingen of de

Belastingdienst te Apeldoorn en/of (elders) in Nederland

ingeleverde/toegezonden aangiftebiljet(ten)/aangifte(n) omzetbelasting ten

name van [bedrijf 1]. over genoemd(e)

tijdvak(ken) (telkens) een te hoog bedrag aan voorbelasting en/of

een te hoog bedrag aan (totaal) terug (te vragen) (omzet)belasting

opgegeven, althans doen opgeven, terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;

2.

[bedrijf 1]. en/of

[bedrijf 2]

op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

11, althans 6, oktober 2006 tot en met 27 december 2006

(telkens) te Gouda en/of 's-Gravenhage en/of (elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met elkaar en/of een of meer ander(en),

althans alleen, (telkens) als degene(n) die ingevolge de Belastingwet verplicht waren/was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan,

(telkens) opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter

beschikking hebben/heeft gesteld, althans hebben/heeft doen stellen,

terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting

werd geheven, immers hebben/heeft die [bedrijf 1]. en/of die [bedrijf 2] en/of hun/haar mededader(s)

(telkens) opzettelijk (telkens) (respectievelijk)

(a) ((een) kopie(ën) van) twee, althans een, factu(u)r(en) van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] met datum 21 augustus 2006 en

factuurnummer [nummer] en/of met datum 11 september 2006 en/of

factuurnummer [nummer]

waarin (telkens) valselijk in verband met het Project Allocatie Poolse

Zelfstandigen in de Bouwsector 2006 en/of met de omschrijving 5e en/of

laatste termijn (een) bedrag(en) van (respectievelijk) Euro 404.909,40

(inclusief BTW) en/of Euro 315.350,00 (inclusief BTW) in rekening zijn/is

gebracht (D-129a en/of D-130a),

en/of

(b) (een kopie van) een overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [verdachte] met datum

1 december 2004,

waarin valselijk is vermeld dat

koper [bedrijf 1] van verkoper [bedrijf 2] een project [project] koopt en/of

de verkoper de koopsom zal voldoen in twee jaren namelijk in 2005 8

termijnen waarvan 2 van elk 250.000,- EUR exclusief 19% BTW en 6 termijnen

van elk 175.00,- EUR exclusief 19% BTW en/of

de verkoper het tweede gedeelte van de koopsom zal voldoen in 2006 in 6

termijnen waarvan de termijn elk zullen verschillen, maar het totaal

bedrag 1.500.000 EUR exclusief 19% BTW (D-022),

en/of

(c) (een kopie van) een overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 3] met datum 13 december 2004,

waarin valselijk is vermeld dat

koper [bedrijf 3] van verkoper [bedrijf 1]

een project [project]

koopt en/of

de verkoper de koopsom zal voldoen in twee jaren namelijk in 2005 4

termijnen en 2006 3 termijnen waarvan de termijnen elk zullen verschillen

tegen een totaal bedrag van 3.300.000,- EUR (D-023),

en/of

(d) (een kopie van) een overdrachtsovereenkomst tussen [bedrijf 1] (1) en [bedrijf 2] (2) en [bedrijf 3] (3) met datum

15 januari 2004,

waarin valselijk is vermeld dat

1 tot aankoop is overeengekomen van een software platform voor

APBZ2005 met 2, op 1 december 2004 voor een inkoopsprijs van 3000.000 Euro

(de aankoopovereenkomst) en/of

1 tot overeenstemming is gekomen de APZB2005 te verkopen aan 3, voor

de verkoopsprijs van 3.300.000 Euro (de verkoopsovereenkomst), en/of

2 en 3 (de partijen) overdracht willen de boekingsschuld voortkomende

uit de aankoopovereenkomst beslechten door een overdracht van de

boekingschuld voortkomende uit de verkoopsovereenkomst en/of

de partijen bevestigen dat 1 het bedrag van 3000.000 Euro, inclusief

570.000 Euro BTW schuldig is aan 2 vanwege de aankoopovereenkomst en/of

1 hierbij al zijn rechten, belang en aanspraak inzake de boekingschuld van

3.927.000 Euro van 3, welke voortkomt uit de verkoopovereenkomst

overdraagt aan 2 en/of

3 de overdracht erkend en het er mee eens is dat 2 het recht heeft stappen

te nemen die 2 nodig vind om het bedrag terug te krijgen dat door 3

verschuldigd is (D-024),

(in het kader van twee, althans een, belastingcontrole(s)/boekenonderzoek(en))

overgelegd, althans doen overleggen of doen toekomen, aan (een of meer

ambtena(a)r(en) van) de Belastingdienst, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opdracht heeft gegeven,

dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

11, althans 6, oktober 2006 tot en met 27 december 2006

(telkens) te Gouda en/of 's-Gravenhage en/of (elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met [bedrijf 1]. en/of [bedrijf 2] en/of een of meer ander(en),

althans alleen, terwijl die [bedrijf 1]. en/of die [bedrijf 2] (telkens) ingevolge de Belastingwet verplicht waren/was tot het

voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere)

gegevensdragers en/of de inhoud daarvan,

(telkens) opzettelijk deze in valse en/of vervalste vorm voor dit doel ter

beschikking heeft gesteld, althans heeft doen stellen,

terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting

werd geheven, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) opzettelijk (telkens) (respectievelijk)

(a) ((een) kopie(ën) van) twee, althans een, factu(u)r(en) van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] met datum 21 augustus 2006 en

factuurnummer [nummer] en/of met datum 11 september 2006 en/of

factuurnummer [nummer],

waarin (telkens) valselijk in verband met het Project

[project] en/of met de

omschrijving 5e en/of laatste termijn (een) bedrag(en) van

(respectievelijk) Euro 404.909,40 (inclusief BTW) en/of Euro 315.350,00

(inclusief BTW) in rekening zijn/is gebracht (D-129a en/of D-130a),

en/of

(b) (een kopie van) een overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [verdachte] met datum

1 december 2004,

waarin valselijk is vermeld dat

koper [bedrijf 1] van verkoper [bedrijf 2] een project [project] koopt en/of

de verkoper de koopsom zal voldoen in twee jaren namelijk in 2005 8

termijnen waarvan 2 van elk 250.000,- EUR exclusief 19% BTW en 6 termijnen

van elk 175.00,- EUR exclusief 19% BTW en/of

de verkoper het tweede gedeelte van de koopsom zal voldoen in 2006 in 6

termijnen waarvan de termijn elk zullen verschillen, maar het totaal

bedrag 1.500.000 EUR exclusief 19% BTW (D-022),

en/of

(c) (een kopie van) een overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 3] met datum 13 december 2004,

waarin valselijk is vermeld dat

koper [bedrijf 3] van verkoper [bedrijf 1]

een project [project]

koopt en/of

de verkoper de koopsom zal voldoen in twee jaren namelijk in 2005 4

termijnen en 2006 3 termijnen waarvan de termijnen elk zullen verschillen

tegen een totaal bedrag van 3.300.000,- EUR (D-023),

en/of

(d) (een kopie van) een overdrachtsovereenkomst tussen [bedrijf 1] (1) en [bedrijf 2] (2) en [bedrijf 3] (3) met datum

15 januari 2004,

waarin valselijk is vermeld dat

1 tot aankoop is overeengekomen van een software platform voor

APBZ2005 met 2, op 1 december 2004 voor een inkoopsprijs van 3000.000 Euro

(de aankoopovereenkomst) en/of

1 tot overeenstemming is gekomen de APZB2005 te verkopen aan 3, voor

de verkoopsprijs van 3.300.000 Euro (de verkoopsovereenkomst), en/of

2 en 3 (de partijen) overdracht willen de boekingsschuld voortkomende

uit de aankoopovereenkomst beslechten door een overdracht van de

boekingschuld voortkomende uit de verkoopsovereenkomst en/of

de partijen bevestigen dat 1 het bedrag van 3000.000 Euro, inclusief

570.000 Euro BTW schuldig is aan 2 vanwege de aankoopovereenkomst en/of

1 hierbij al zijn rechten, belang en aanspraak inzake de boekingschuld van

3.927.000 Euro van 3, welke voortkomt uit de verkoopovereenkomst

overdraagt aan 2 en/of

3 de overdracht erkend en het er mee eens is dat 2 het recht heeft stappen

te nemen die 2 nodig vind om het bedrag terug te krijgen dat door 3

verschuldigd is (D-024),

(in het kader van twee, althans een, belastingcontrole(s)/boekenonderzoek(en)

bij die [bedrijf 1]. en/of die [bedrijf 2]) overgelegd, althans doen overleggen of doen toekomen, aan (een

of meer ambtena(a)r(en) van) de Belastingdienst;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

1 december, althans 14 oktober, 2004, tot en met 27 december 2006

(telkens) te 's-Gravenhage en/of Delft en/of (elders) in Nederland

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(a)

((een) kopie(ën van) twee, althans een, factu(u)r(en) van [bedrijf 2]

aan [bedrijf 1] met datum 21 augustus 2006 en

factuurnummer [nummer] en/of met datum 11 september 2006 en/of

factuurnummer [nummer] (D-129a en/of D-130a)

en/of

(b)

(een kopie van) een overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [verdachte] met datum

1 december 2004 (D-022)

en/of

(c)

(een kopie van) een overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 3] met datum 13 december 2004 (D-023)

en/of

(d)

(een kopie van) een overdrachtsovereenkomst tussen [bedrijf 1] (1) en [bedrijf 2] (2) en [bedrijf 3] (3) met datum

15 januari 2004 (D-024),

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, althans valselijk heeft doen

opmaken of heeft doen vervalsen,

immers hebben/heeft verdachte en/of zijn mededader(s) toen en daar (telkens)

valselijk in

(ad a)

(die kopie(ën van) die twee, althans een, factu(u)r(en) in verband met het

Project [project] en/of met de

omschrijving 5e en/of laatste termijn (een) bedrag(en) van (respectievelijk)

Euro 404.909,40 (inclusief BTW) en/of Euro 315.350,00 (inclusief BTW) in

rekening gebracht, althans doen brengen

en/of

(ad b)

(die kopie van) die overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [verdachte] vermeld,

althans doen vermelden, dat

koper [bedrijf 1] van verkoper [bedrijf 2] een project [project] koopt en/of

de verkoper de koopsom zal voldoen in twee jaren namelijk in 2005 8

termijnen waarvan 2 van elk 250.000,- EUR exclusief 19% BTW en 6 termijnen

van elk 175.00,- EUR exclusief 19% BTW en/of

de verkoper het tweede gedeelte van de koopsom zal voldoen in 2006 in 6

termijnen waarvan de termijn elk zullen verschillen, maar het totaal bedrag

1.500.000 EUR exclusief 19% BTW

en/of

(ad c)

(die kopie van) die overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 3] met datum 13 december 2004 vermeld, althans doen

vermelden, dat

koper [bedrijf 3] van verkoper [bedrijf 1] een

project [project] koopt

en/of

de verkoper de koopsom zal voldoen in twee jaren namelijk in 2005 4 termijnen

en 2006 3 termijnen waarvan de termijnen elk zullen verschillen tegen een

totaal bedrag van 3.300.000,- EUR

en/of

(ad d)

(die kopie van) die overdrachtsovereenkomst tussen [bedrijf 1] (1) en [bedrijf 2] (2) en [bedrijf 3] (3) met datum

15 januari 2004 vermeld, althans doen vermelden, dat

1 tot aankoop is overeengekomen van een software platform voor APBZ2005 met 2,

op 1 december 2004 voor een inkoopsprijs van 3000.000 Euro (de

aankoopovereenkomst) en/of

1 tot overeenstemming is gekomen de APZB2005 te verkopen aan 3, voor de

verkoopsprijs van 3.300.000 Euro (de verkoopsovereenkomst), en/of

2 en 3 (de partijen) overdracht willen de boekingsschuld voortkomende uit de

aankoopovereenkomst beslechten door een overdracht van de boekingschuld

voortkomende uit de verkoopsovereenkomst en/of

de partijen bevestigen dat 1 het bedrag van 3000.000 Euro, inclusief

570.000 Euro BTW schuldig is aan 2 vanwege de aankoopovereenkomst en/of

1 hierbij al zijn rechten, belang en aanspraak inzake de boekingschuld van

3.927.000 Euro van 3, welke voortkomt uit de verkoopovereenkomst overdraagt

aan 2 en/of

3 de overdracht erkend en het er mee eens is dat 2 het recht heeft stappen

te nemen die 2 nodig vind om het bedrag terug te krijgen dat door 3

verschuldigd is,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, zoals deze hieronder is vermeld.

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen dat:

1.

[bedrijf 1]. op tijdstippen gelegen in de periode van 19 april 2005 tot en met 27 september 2006 telkens te Apeldoorn,

opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften,

als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

aangiften voor de omzetbelasting over het eerste tot en met vierde

kwartaal 2005 en het eerste tot en met derde kwartaal 2006

onjuist heeft gedaan, immers heeft die [bedrijf 1].

opzettelijk op de bij de Belastingdienst te Apeldoorn ingeleverde/toegezonden aangiften omzetbelasting over genoemde tijdvakken een te hoog bedrag aan voorbelasting en

een te hoog bedrag aan totaal terug te vragen omzetbelasting opgegeven, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feiten verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;

2.

[bedrijf 1]. en

[bedrijf 2] op meerdere tijdstippen in de periode van

11 oktober 2006 tot en met 27 december 2006 te Gouda en/of 's-Gravenhage,

tezamen en in vereniging met elkaar, als degenen die ingevolge de Belastingwet verplicht waren tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse vorm voor dit doel ter

beschikking hebben gesteld, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting

werd geheven, immers hebben die [bedrijf 1]. en/of die [bedrijf 2] opzettelijk

(a) kopieën van twee facturen van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] met datum 21 augustus 2006 en factuurnummer [nummer] en met datum 11 september 2006 en factuurnummer [nummer] waarin valselijk in verband met het Project [project] en met de omschrijving 5e en laatste termijn bedragen van (respectievelijk) Euro 404.909,40 (inclusief BTW) en Euro 315.350,00 (inclusief BTW) in rekening zijn gebracht,

en

(b) een kopie van een overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [verdachte] met datum

1 december 2004, waarin valselijk is vermeld dat koper [bedrijf 1] van verkoper [bedrijf 2] een project [project] koopt en

de verkoper de koopsom zal voldoen in twee jaren namelijk in 2005 8

termijnen waarvan 2 van elk 250.000,- EUR exclusief 19% BTW en 6 termijnen

van elk 175.000,- EUR exclusief 19% BTW en

de verkoper het tweede gedeelte van de koopsom zal voldoen in 2006 in 6

termijnen waarvan de termijnen elk zullen verschillen, maar het totaal

bedrag 1.500.000 EUR exclusief 19% BTW bedraagt,

en

(c) een kopie van een overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 3] met datum 13 december 2004,

waarin valselijk is vermeld dat koper [bedrijf 3] van verkoper [bedrijf 1] een project [project] koopt en

de verkoper de koopsom zal voldoen in twee jaren namelijk in 2005 4

termijnen en 2006 3 termijnen waarvan de termijnen elk zullen verschillen

tegen een totaal bedrag van 3.300.000,- EUR,

en

(d) een kopie van een overdrachtsovereenkomst tussen [bedrijf 1] (1) en [bedrijf 2] (2) en [bedrijf 3] (3) met datum

15 januari 2005, waarin valselijk is vermeld dat 1 tot aankoop is overeengekomen van

een software platform voor APBZ2005 met 2, op 1 december 2004 voor een inkoopsprijs

van 3.000.000 Euro (de aankoopovereenkomst) en

1 tot overeenstemming is gekomen de APZB2005 te verkopen aan 3, voor

de verkoopsprijs van 3.300.000 Euro (de verkoopsovereenkomst), en

2 en 3 (de partijen) overdracht willen van de boekingsschuld voortkomende

uit de aankoopovereenkomst en

de partijen bevestigen dat 1 het bedrag van 3.000.000 Euro, inclusief

570.000 Euro BTW schuldig is aan 2 vanwege de aankoopovereenkomst en

1 hierbij al zijn rechten, belang en aanspraak inzake de boekingschuld van

3.927.000 Euro van 3, welke voortkomt uit de verkoopovereenkomst

overdraagt aan 2 en

3 de overdracht erkent en het er mee eens is dat 2 het recht heeft stappen

te nemen die 2 nodig vindt om het bedrag terug te krijgen dat door 3

verschuldigd is,

in het kader van een belastingcontrole overgelegd aan ambtenaren van de Belastingdienst,

aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is als feitelijk leidinggevende van de rechtspersonen [bedrijf 1]. en [bedrijf 2], gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar, opzettelijk verschillende verplichtingen inzake de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet nagekomen. Onder meer heeft hij uit naam van die rechtspersonen onjuiste aangiften omzetbelasting ingediend. De onjuistheid van deze aangiften bestond uit het opgeven van een te hoog bedrag aan voorbelasting en een te hoog bedrag aan (totaal) terug te vragen omzetbelasting. Verdachte heeft ook opzettelijk twee valse facturen en drie valse overeenkomsten in zijn bedrijfsadministratie verwerkt en aan de Belastingdienst - in het kader van een belastingcontrole - als bron van aangifte overgelegd, ter ondersteuning van de door hem teruggevraagde omzetbelasting. Dusdoende heeft verdachte langdurig en stelselmatig de Nederlandse Staat en daarmee de gemeenschap voor honderdduizenden euro's benadeeld. De rechtbank rekent verdachte dit feit ernstig aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 november 2010 van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte geen veroordelingen op zijn naam heeft wegens fiscale delicten en/of andere vermogensdelicten.

De rechtbank heeft ambtshalve in de beoordeling betrokken of er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Weliswaar zijn op de dag van deze uitspraak meer dan twee jaar verstreken vanaf de datum van het eerste verhoor van verdachte op 25 juni 2007, maar de oorzaak daarvan is mede gelegen in de gedragingen van verdachte zelf. Dit vormt volgens de rechtbank een bijzondere omstandigheid waardoor de redelijke termijn in dit geval niet overschreden is. De rechtbank houdt er bij het bepalen van de strafmaat wel rekening mee dat het feit reeds geruime tijd geleden heeft plaatsgevonden.

De rechtbank komt mede daardoor tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Tevens houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte als zelfstandige de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de bedrijfsvoering van zijn onderneming en dat hij kostwinner is van een gezin met vier jonge kinderen.

Eén en ander leidt ertoe, dat naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke werkstraf met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf passend is.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 51, 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 68, 69 Algemene Wet inzake rijksbelastingen;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder

1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

Feit 1 primair:

Feitelijk leiding geven aan opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

Feit 2 primair:

Feitelijk leiding geven aan medeplegen van opzettelijk als degene die ingevolge de belastingwet verplicht is tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, deze in valse vorm beschikbaar stellen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde

arbeid voor de duur van 240 uren;

beveelt, dat voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht,

vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 120 dagen;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

zal geschieden op 2 uur per dag;

en

een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden;

bepaalt, dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mrs A.L. Frenkel, voorzitter,

H. Steenhuis en T.L. Fernig-Rocour, rechters,

in tegenwoordigheid van mr P.B. Vos, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 december 2010.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature