E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3904
LJN BN3904, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 09/10448

Inhoudsindicatie:

Artikel 1F Vlv / personal participation / wezenlijke bijdrage

Eiser was kapitein bij een divisie van de Republikeinse Garde tijdens de Irak-Iranoorlog en uit zijn verklaringen blijkt dat hij in die functie verantwoordelijk was voor de aanleg van een telefooncentrale die de communicatie verzorgde tussen het hoofdkwartier van zijn divisie en de drie brigades. Verder was hij ervan op de hoogte dat daarbij een specifieke lijnverbinding voor de chemisch adviseur was voorzien. Eiser had dan ook een leidinggevende functie die niet op een lijn kan worden gesteld met uitsluitend ondersteunende reguliere activiteiten. Uit de uitspraken van de Afdeling van 2 november 2004 (LJN: AR5855) en van 16 januari 2004 (LJN: AO2496) volgt echter dat, indien verweerder tegenwerpt dat het handelen en/of nalaten van een vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan een misdrijf als bedoeld in artikel 1F, inzicht moet worden verschaft in de interne organisatiestructuur van het leger. Zonder dat duidelijk is dat de divisie van eiser verantwoordelijk is geweest voor de inzet van chemische wapens en zonder onderbouwing van de rol die de chemische adviseur en daarmee eiser heeft gespeeld bij de inzet daarvan, kan niet staande worden gehouden dat de deelname van eiser een rechtstreekse en wezenlijke invloed op het plegen van het oorlogsmisdrijf heeft gehad. In zoverre is het besluit ondeugdelijk gemotiveerd.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie