E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9259
LJN BM9259, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/3805 PREGW

Inhoudsindicatie:

Vóór 19 mei 2004 geen gedoogplicht voor lege mantelbuizen in gemeentegrond.

Lege mantelbuizen op zich vormen geen openbaar netwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet (TW). (vgl. College van Beroep voor het bedrijfsleven, 10 maart 2004 AWB 03/260; LJN: AO5975). Zolang er geen kabels in de mantelbuizen zijn aangebracht, kunnen de mantelbuizen evenmin als ‘beschermingswerken’ of ‘inrichtingen’ worden aangemerkt.

De toevoeging van de woorden “en de aanleg en instandhouding van niet gevulde mantelbuizen”aan artikel 5.1, lid 1, van de Tw een wijziging van de reikwijdte van de in deze wetsbepaling aan de gemeente in haar hoedanigheid van eigenaar opgelegde gedoogplicht bewerkstelligd.

De wijziging van artikel 5.1. van de Tw per 19 mei 2004 is niet slechts een verduidelijking van het reeds geldende recht.

Ook de wetswijziging per 1 februari 2007 brengt niet mee dat de gemeente op grond van de vanaf 1 februari 2007 geldende wetgeving reeds in 2002 verplicht was lege mantelbuizen te gedogen in of op gemeentegrond.

Op grond van het vertrouwensbeginsel wordt de aanslag precario voor het jaar 2002 echter vernietigd

Het op 23 januari 2003 afgegeven instemmingsbesluit luidt o.a.: “Indien u gebruikmaakt van buizen en deze niet binnen een periode van één jaar vanaf de datum afgifte instemmingsbesluit in gebruik zijn genomen in de zin van artikel 1.1. onder r. van de Telecommunicatiewet , dient u daarover precariobelasting te betalen. ”

Deze voorwaarde is in overeenstemming met het door de gemeente Rijswijk op dit punt gevoerde beleid, zoals dit kenbaar is uit de ‘Notitie Telecommunicatiebeleid Rijswijk’ van 22 augustus 2002.

Hierdoor heeft de gemeente Rijswijk bij eiseres het door verweerder te honoreren vertrouwen opgewekt dat pas met ingang van 23 januari 2004, welke datum één jaar na de datum van afgifte van het instemmingsbesluit ligt, tot heffing van precariobelasting ter zake van het hebben van de mantelbuizen zou worden overgegaan.

Dit wordt niet anders door de terugwerkende kracht tot 23 juli 2001 welke verweerder aan het instemmingsbesluit heeft willen geven. Deze terugwerkende kracht betreft slechts de verleende instemming met “het aanleggen (of uitbreiden) en instandhouden van HDPE-buizen/kabels” en laat de datum van afgifte van het instemmingsbesluit onverlet.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie