E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9071
LJN BK9071, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 09/8019

Inhoudsindicatie:

Ingevolge paragraaf 5.3.5 van de Vc 2000 wordt aan vreemdelingen die in verschillende procedures verschillende identiteiten of nationaliteiten hebben opgegeven waarvan in rechte is vastgesteld dat hieraan geen geloof kan worden gehecht, geen verblijf op grond van de pardonregeling verleend.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt zowel uit de tekst van de regeling als uit de parlementaire geschiedenis dat daarbij sprake moet zijn van meer dan één procedure. Daaronder vallen echter ook in het buitenland doorlopen procedures, nu de regeling noch de parlementaire geschiedenis expliciet bepaalt dat buitenlandse procedures buiten beschouwing blijven en het doel van de contra-indicatie is om hen die herhaaldelijk hebben geprobeerd een verblijfsvergunning te verkrijgen door het verstrekken van valse gegevens, uit te sluiten van de pardonregeling.

Verder bestaat geen aanleiding om onder “in rechte vastgesteld” iets anders te verstaan dan “in rechte vaststaand”. Niet in te zien valt waarom het opgeven van valse identiteiten wél zou kunnen worden tegengeworpen indien het beroep tegen het besluit ongegrond wordt verklaard, maar niet als tegen dat besluit nimmer beroep is ingesteld of een ingesteld beroep is ingetrokken.

Ten slotte bevat de pardonregeling geen aanknopingspunt voor de stelling dat het opgeven van onjuiste gegevens slechts kan worden tegengeworpen als dat na 1 april 2001 is gebeurd.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie